![]() |
||||
|
||||
|
|
Stichting KOG 2007 Bericht 2 september 2007 Beste mensen, Het jaar 2007 schiet alweer op. Enkele trouwe donateurs hebben nog niet gestort. Doet u het nog? Postbank 9634691 t.n.v. Stichting Kinderen - Ouders - Grootouders. Misschien wordt u al onwel als u ‘raad voor de kinderbescherming’ hoort, maar: Geef u op voor de cliëntenraad van de Raad voor de Kinderbescherming! Het Jaarbericht 2006 van de Raad zegt: “Bovendien zijn voorbereidingen getroffen om in 2007 in elke regio een cliëntenraad te installeren.” Perspectief schreef hierover in november 2006 onder het kopje ‘Cliëntenbeleid bij de Raad voor de Kinderbescherming’ o.a. “Cliëntenraad. Ex-cliënten adviseren de regiodirecteur drie jaar lang over zaken die alle cliënten aangaan, dus niet over casussen. Wordt binnenkort in elke regio ingevoerd.” Het mag niet zo zijn dat straks de Raad zegt: wij willen wel maar we krijgen er niemand voor. Ga niet zitten babbelen! In Perspektief van juni 2006 stond de checklist van risicofactoren waarmee jeugdzorgwerkers de kwaliteit van hun werk zouden kunnen verhogen. Dit risicotaxatie-instrument is een Nederlandse bewerking van de Canadese Child Abuse Risk Evaluation en heet daarom CARE-NL. Wanneer bent u “verdacht” als ouder / gezin? Ouderfactoren 1. In het verleden gepleegde mishandeling van een kind door een ouder. 2. Ouder/verzorger is zelf slachtoffer van kindermishandeling. 3. Ernstige psychische stoornis. 4. Suïcidale / moorddadige gedachten. 5. Problemen met het gebruik van middelen. 6. Persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door boosheid, impulsiviteit of instabiliteit. 7. Sterke minimalisering of ontkenning van kindermishandeling. 8. Negatieve houding ten opzichte van interventies. Ouder-kind factoren 9. Problemen met kennis over de opvoeding van kinderen, opvoedingsvaardigheden en / of attitudes. 10. Negatieve opvattingen ten aanzien van het kind. 11. Problemen in de ouder-kind interactie. Kindfactoren 12. Kwetsbaarheidverhogende kenmerken van het kind. 13. Gezinsfactoren Gezins-stressoren in het afgelopen jaar. 14. Sociaal-economische stressoren in het afgelopen jaar. 15. Ontoereikende sociale steun in het afgelopen jaar. 16. Relationeel geweld. 17. Culturele invloeden. Risicofactor voor seksueel misbruik. 18. Risicotaxatie betreffende seksueel misbruik. Jeugdzorg wil graag dat er over u gebabbeld wordt Trouw van 9 januari 2007 bevatte een artikel van Nils Duits, kinder- en jeugdpsychiater en lid van de directieraad van de Forensisch Psychiatrische Dienst die samengaat met het Pieter Baan Centrum. Hij is lid van het afdelingsbestuur kinder- en jeugdpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Het artikel heet ‘Jeugdzorg kan niets met alarm van psychiater’. Enkele citaten: “Directeur Janssen van Bureau Jeugdzorg regio Amsterdam zegt in Trouw van afgelopen zaterdag dat hij met een signaleringsplicht voor psychiaters kinderen beter kan helpen. … Ik denk dat medewerkers van bureaus Jeugdzorg er niets mee kunnen als hun wordt verteld wat de ouders mankeren. Ik spreek uit ervaring. Er bestaat een structureel kennisprobleem bij de (veelal jonge) medewerkers van Bureau Jeugdzorg over de diagnostiek en de mogelijkheden van zorg bij psychiatrische stoornissen. Ook weet men onvoldoende van de wettelijke kaders en is er een groot personeelsverloop. Misschien is het kennistekort soms zelfs zo groot dat men niet meer door heeft dat men de kennis mist en dat men van buiten kennis zou moeten inroepen. Dat leidt soms tot tekortschietende diagnostiek, onvoldoende zorg en ongelukken. … Zwarte pieten zijn niet uit te delen. Er valt wel veel te verbeteren, maar een meldingsplicht voor psychiaters leidt tot niets als de ontvanger van de melding er niet mee uit de voeten kan.” Men wordt in dezen dus niet gehinderd door kennis. In het november-nummer van Perspectief stond een artikel ‘Geef elk kind zijn EIGEN advocaat’, waarin de oprichting van een vereniging van in jeugdrecht gespecialiseerde advocaten werd gemeld. De vereniging heeft een website: jeugdrechtadvocaten.nl. Enkele uitspraken van Jan Jorna, voorzitter en medeoprichter, beloven niet veel goeds, o.a. “Ouders gaan soms voorbij aan het belang van hun kind: ‘Ik heb recht op omgang, recht op schoolkeuze, recht op dit en recht op dat,’ zeggen die ouders. Maar wat wil hun kind?” Misschien is er dus weer een club geboren die het belang van kinderen gaat behartigen vanuit de overtuiging dat je het belang van het kind niet aan ouders kunt overlaten omdat die immers voor hun eigen belang opkomen. We weten in ieder geval van een lid van het bestuur dat zij als advocaat van een moeder die moeder heeft afgeraden om in hoger beroep te gaan tegen een ondertoezichtstelling. We zijn nu een jaar verder en het kind is uit huis geplaatst. Aan de andere kant is er weinig te verliezen: eindelijk een zekere garantie van deskundigheid. De website zegt: “Om lid te worden van de VNJA moet een advocaat: - tenminste drie jaar in Nederland als advocaat zijn ingeschreven - tenminste 15 jeugdzaken per jaar behandelen - de cursus “Praktisch Jeugdrechtadvocaat” van het Eggens-instituut hebben gevolgd. Voor het adspirant-lidmaatschap is vereist dat de advocaat: - in Nederland als advocaat is ingeschreven - voorafgaande aan de aanvraag tenminste 10 jeugdzaken per jaar heeft behandeld - binnen drie jaar na inschrijving de cursus “Praktisch Jeugdrechtadvocaat” van het Eggens- instituut volgen. (dit merkwaardige Nederlands komt dus van de site) Om het lidmaatschap of aspirant-lidmaatschap te behouden moet de advocaat jaarlijks tenminste zes (VSO- of PO) punten op het gebied van het jeugd- en/of het jeugdbeschermingsrecht behalen.” Als u goede ervaringen hebt met een advocaat, geeft u de naam dan alstublieft aan ons door, zodat wij bij vragen over advocaten tenminste een naam kunnen noemen. Wat hangt ons allemaal boven het hoofd? Uit Trouw van 19 juli 2007: “Maatregelen van het kabinet: - Van alle kinderen tot vier jaar wordt door het consultatiebureau een risicoanalyse gemaakt. Is er risico dan wordt het gezin extra in de gaten gehouden. - Ieder kind van 0 tot 19 jaar krijgt een elektronisch dossier waarin ook deze risicoanalyse is opgenomen. - Alle consultatiebureaus worden uitgebouwd tot Centra voor jeugd en gezin, waar onder meer opvoedcursussen worden aangeboden. - Ouders die een risico vormen, moeten verplicht op opvoedcursus. - Weigeren ouders die een risico vormen hulp, dan kan hun uitkering gekort worden. - Een wetswijziging zorgt ervoor dat kinderen sneller door de overheid uit huis geplaatst kunnen worden. - Er komt een landelijk netwerk van opvoedkampen voor probleemjongeren.” En wij moeten hier aan toevoegen: de mogelijkheid voor bureaus jeugdzorg weglopers uit huis te plaatsen zonder een ots, maar wel met de financiële bijdrage van ouders die bij een “gewone” uithuisplaatsing hoort. Zie verderop in ‘Let op uw portemonnee!’ Eveneens op 19 juli had Trouw twee artikelen, De heilloze weg van Rouvoet (Harriët Salm, redacteur Trouw) en Gevaar van goede bedoelingen (Paul Frissen, decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Enkele citaten: “Goed bedoeld, maar averechts gezinsbeleid, verzucht pedagoog Bas Levering. Hij noemt enkele maatregelen die minister Rouvoet (jeugd en gezin) onlangs over gezinnen afkondigde zelfs ‘schandalig’. Levering, lector algemene pedagogiek bij Fontys Hogescholen en docent wijsgerige en historische pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, doelt bijvoorbeeld op de risicoanalyse die in de nieuwe centra voor jeugd en gezin, moet worden gemaakt. Elk kind tot vier jaar krijgt er een. Is een van de ouders mishandeld in het verleden of is er maar één ouder, is er werkloosheid – zulke factoren kunnen duiden op toekomstige opvoedproblemen. Een kind met zo’n risicoprofiel wordt extra gevolgd. … ‘Op consultatiebureaus moeten we altijd alert zijn. Of betekent dit dat we bij kinderen met een lager risicoprofiel minder nauwkeurig zouden hoeven kijken?’ … De Centra voor jeugd en gezin vormen een goed initiatief. Uitgebreide consultatiebureaus waar iedereen die dat wil hulp kan krijgen bij het opvoeden. … Maar het kabinet schiet te ver door, zegt hij. ‘Om te voorkomen dat er ergens brand uitbreekt, worden toch ook niet alle daken in Nederland natgehouden? We vinden het beter om ervoor te zorgen dat de brandweer een goed meldsysteem heeft en een korte aanrijtijd.’ … Toch wekt de overheid de indruk voortaan de opvoeding van alle kinderen in de gaten te zullen houden en in te grijpen als dat niet goed gebeurt. ‘Het apparaat dat nodig is om alle kinderen in Nederland te monitoren, zal niet alleen heel duur zijn, maar ook nooit goed functioneren. … In de strijd tegen kindermishandeling heb je dappere burgers nodig, die bereid zijn het advies- en meldpunt kindermishandeling te bellen.’ En de professionaliteit van de mensen die in de jeugdzorg werken moet beter, om het alarmsysteem beter te laten functioneren. Levering, ooit zelf wethouder voor de PvdA in zijn woonplaats Montfoort: ‘CDA, ChristenUnie en PvdA kiezen voor controle en verplichting.’ Een heilloze weg, is zijn overtuiging.” (Harriët Salm) “De minister voor Jeugd en Gezin heeft zijn plannen ontvouwd. … Van elk kind komt er een elektronisch kinddossier. Daarin komt de uitslag van de hielprik, andere medische gegevens, de resultaten van de verplichte taaltoets, en natuurlijk de risicoanalyse die van alle ouders wordt gemaakt. … Er zijn plannen om verantwoord burgerschap te bevorderen. Een commissie gaat de rechtsstaat propageren. Of dan vooral zal worden uitgelegd dat de rechtsstaat de burger tegen de staat moet beschermen, is twijfelachtig. Het is immers de burger die onaangepast, onverantwoord en onfatsoenlijk is geworden. … Er zijn al ruim voldoende strafrechtelijk verboden om gedrag te corrigeren. Daar is geen morele disciplinering voor nodig. Dat is ook ongewenst: een staat die goede bedoelingen heeft, is gevaarlijk.” (Paul Frissen) In het augustus-nummer van Perspectief staat een artikel, ondertekend met Huub van ’t Hek, waarin enkele interessante uitspraken: “De directie van Bjz Noord-Holland is op staande voet ontslagen. Omdat de directie niet in staat is geweest om het gewenste veranderingsproces voldoende op gang te brengen. Dat wil zeggen: onmachtig was om een nieuwe richting in te slaan. Bij Bjz Noord-Brabant zijn drie topmanagers op staande voet ontslagen. Omdat zij gedrieën door hun eigen gedrag het gedrag van een aantal aan hun toevertrouwde kinderen in gevaar hebben gebracht. Dat wil zeggen: voor de aan hun toevertrouwde kinderen de verkeerde levensrichting hebben gekozen. Bjz Groningen heeft laten weten voorlopig te stoppen met het uitvoeren van de wettelijk opgedragen taken. Omdat de hulpvraag zoveel groter blijft dan de oplossingen die geboden kunnen worden. Omdat zestig procent van de mensen die werken bij een Bjz er net zo goed cliënt had kunnen zijn, is de overtuiging van nogal wat directeuren van Bureaus Jeugdzorg. Dat wil zeggen: zestig procent van de werknemers moet worden vervangen alvorens wij een nieuwe richting in kunnen slaan. Theo de Koning uit Zuid-Limburg wil helemaal in zijn eentje resultaat-verantwoordelijk worden gemaakt. Omdat dat niet kan, zegt hij, zal het nooit wat worden, zegt hij. Dat wil zeggen: hij beroept zich op een niet bestaande regel om niet te hoeven doen wat hij zou behoren te doen. Minister Rouvoet verwijt de Jeugdzorg dat zij constant om geld vragen, maar dar diezelfde Jeugdzorg vergeet te motiveren waarvoor zij dat geld precies nodig denkt te hebben. Dat wil zeggen: hij dwingt de Jeugdzorg om de oude paden te verlaten en nieuwe wegen in te slaan. Mogelijk weet hij al dat de Jeugdzorg dat niet kan. … Ontslag op staande voet is geen oplossing. Omdat het eigen overlevingsbelang van degene die ontslaat groter is dan het belang van degene die ontslagen wordt. Laat staan dat hier het belang van een kind in het geding is. Daar gaat het al helemaal niet meer om. Ontslaan op staande voet is geen oplossing. Omdat degene die ontslagen wordt, wordt opgevolgd door een mijnheer of mevrouw die net zo kijkt als zijn of haar voorganger en die dus net zo weinig ziet. … Het weigeren uit te voeren van de wettelijk opgedragen taken behoort te leiden tot ontslag op staande voet, maar zal niet leiden tot ontslag op staande voet. Het heeft geleid tot een bedrag van € 700.000,-, voorgeschoten door de Provincie, ervan uitgaande dat de Minister dat in oktober / november weer bijpast. Is het een oplossing? Natuurlijk is het geen oplossing. … Sinds 1946 is er, organisatorisch gezien en gesproken, in de wereld van jeugdzorg en Kinderbescherming niets veranderd. Wij hebben elke tien jaar nieuwe namen verzonnen om oude functies in stand te kunnen laten. Nu zijn wij zover, dat ook aan die weg een einde is gekomen. Wij lopen op de weg van de omgekeerde wereld. Ook in de wereld van jeugdzorg en kinderbescherming gaat het constant om de vraag of de plannen wel in de financiering passen. De omgekeerde wereld dus. De wereld waar leiderschap wordt verward met het binnenhalen van geld. Omdat het geld regeert als de nieuwe autoriteit.” En Elsevier meldt op 25 augustus: “Directeur Jeugdzorg Utrecht blijft geschorst. De schorsing van de algemeen directeur van Bureau Jeugdzorg Utrecht is terecht en wordt daarom gehandhaafd. Dat heeft de rechtbank in Arnhem vrijdag bepaald. Het provinciebestuur van Utrecht schorste de directeur per 28 februari voor een jaar, omdat hij door Gedeputeerde Staten (GS) verantwoordelijk wordt gehouden voor ernstige problemen bij de aanpak van onder meer wachtlijsten en informatievoorziening. Zowel Bureau Jeugdzorg als de directeur had beroep aangetekend tegen de schorsing. De rechtbank vindt het besluit van GS echter ‘acceptabel’ en heeft bepaald dat niet alleen de schorsing, maar ook de tijdelijke vervanging door een interim-directeur in stand blijft. De rechter vindt dat er voldoende aanleiding was om in te grijpen. Zo maakte Jeugdzorg geen plan van aanpak voor de problemen dat aan de eisen van GS voldeed. Het provinciebestuur, dat als taak heeft om toezicht te houden op de uitvoering van de jeugdzorg, heeft bovendien geen vertrouwen meer in de algemeen directeur. De uitvoering van de jeugdzorg wordt door de vertrouwensbreuk in gevaar gebracht, oordeelt de rechtbank. De provincie Utrecht heeft de directeur al eerder willen schorsen, maar werd in eerste instantie nog door de rechter teruggefloten. Het besluit zou onvoldoende zijn onderbouwd. Nadat een onafhankelijke bezwaarcommissie dezelfde knelpunten had geconstateerd als de provincie, werd alsnog groen licht gegeven. Het was de eerste keer dat een provincie gebruikmaakte van de mogelijkheid een directeur te schorsen.” NRC.next had op 5 juli gemeld i.v.m. de plannen van Minister Rouvoet, dat de PvdA vindt dat de kinderbijslag naar een gezinscoach moet, als ouders niet meewerken aan verplichte opvoedondersteuning. Verder stond in deze krant: “Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) krijgt vooral van zijn eigen fractie in de Tweede Kamer kritiek op zijn beleidsprogramma. Samen met D66 plaatste de ChristenUnie gisteren in een Kameroverleg met de nieuwe programmaminister grote vraagtekens achter de sterke rol die Rouvoet aan de overheid toedicht in de opvoeding van kinderen. Met name zijn voorstel om de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin van alle kinderen onder de vier jaar een risico-inventarisatie te laten maken van hun opgroeiproblemen en een voorstel om “onwillige” ouders te verplichten een opvoedcursus te volgen, stuitte bij deze twee partijen op weerstand. De andere fracties prezen de minister over het algemeen om zijn “ambitieuze” beleidsprogramma. “De minister wil achter de voordeur treden. Dat is een omslag die verantwoording vereist,” zei Kamerlid Joel Voordewind van de ChristenUnie. “Hoe ver mag de staat gaan? Het gaat nogal ver.” Kamerlid Koser Kaya (D66) zei: “Het is een glijdende schaal als de overheid de verantwoordelijkheid van ouders overneemt.” De verantwoordelijkheid overnemen is iets wat de overheid soms niet doet terwijl diezelfde overheid het de ouders wel onmogelijk maakt die zelf te dragen. Minister Rouvoet heeft een ongedateerde brief aan de gezamenlijke directeuren van de Bureaus jeugdzorg gestuurd (de MO-groep). Hij kondigt een plan aan dat er op neer komt dat kinderen van 16 en 17 jaar tegen de wil van de ouders een indicatie tot verblijf kunnen krijgen (uithuisplaatsing dus) zonder dat daar de raad voor de kinderbescherming of een kinderrechter aan te pas komt, maar wel met de bij uithuisplaatsing gebruikelijke kosten voor de ouders. Als ouders aan het LBIO laten weten dat zij niet akkoord gaan met hulpverlening, komt daar volgens de Wet op de jeugdzorg zoals die nu nog is na 6 weken een eind aan, behalve uiteraard als inmiddels de hulp niet meer vrijwillig is. Dat is nu nog een simpele mededeling aan het LBIO. Het moet in dit plan het begin van een bezwaarprocedure worden waardoor ouders moeten betalen ook al is er geen sprake van een kinderbeschermingsmaatregel. Bjz gaat het bezwaar zelf toetsen: de slager gaat zijn eigen vlees keuren, zo zit dat nu eenmaal in de Algemene wet bestuursrecht waar dit onder valt. Let op uw portemonnee! Voor grootouders/pleegouders Als u uw kleinkind als pleegkind verzorgt, zijn er vier mogelijkheden van het gezag: 1) u hebt niet het gezag; het gezag berust bij de ouders of bureau jeugdzorg 2) een van u beiden heeft het gezag 3) u hebt samen het gezag 4) u alleen hebt het gezag omdat u geen partner (meer) hebt. Misschien zult u het gezag willen hebben als bureau jeugdzorg dat nu heeft: u wilt wel van inmenging af. Maar u moet rekenen voordat u het gezag vraagt bij de kinderrechter: 1) zolang het gezag niet bij een van u tweeën berust, krijgt u geen kinderbijslag, maar wel de basisvergoeding pleegzorg, en hebt u recht op bijzondere vergoedingen (schoolgeld, leermiddelen, reiskosten voor onderwijs en bijzondere medische kosten). 2) als u een van beiden het gezag hebt gekregen, krijgt u geen kinderbijslag, wel de basisvergoeding pleegzorg, maar hebt u geen recht meer op bijzondere vergoedingen. 3) als u samen het gezag hebt gekregen, krijgt u alleen nog kinderbijslag. 4) als u alleenstaand bent, krijgt u met gezag alleen nog kinderbijslag. Zolang er dus maar één pleegouder is die geen gezag heeft, is er recht op de basisvergoeding. Op 16 maart 2006 heeft het Hof ’s-Gravenhage de uitspraak gedaan nadat de Staat in hoger beroep was gegaan tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter in Den Haag, dat pleegouder/voogden die recht hebben op de basisvergoeding ook recht hebben op vergoeding van bijzondere kosten. Als u in deze situatie bent kan het dus de moeite lonen met beroep op deze jurisprudentie de rechter te benaderen. Een grootouder zonder partner zou moeten proberen de rechter ervan te overtuigen dat zij, als alleenstaande grootouder/pleegouder, recht heeft op pleegvergoeding (in ieder geval basisvergoeding). De omstandigheid dat bijvoorbeeld uw partner is overleden mag toch niet met zich meebrengen dat u, als u het gezag over uw pleegkind hebt, zelfs niet meer in aanmerking komt voor de basisvergoeding. Dit riekt naar discriminatie op grond van burgerlijke staat. Als u alleenstaand bent, het gezag over uw pleegkind hebt gekregen en alleen van AOW moet rondkomen, valt u wel in het aparte AOW-tarief voor alleenstaanden met de zorg voor een minderjarige. Voor ouders van uit huis geplaatste kinderen U bent alleen verplicht te betalen wat een rechter u heeft opgelegd of wat u volgens het LBIO moet betalen. Soms melden instellingen, zelfs in officiële folders, dat u tot meer verplicht bent. Als u zo’n brief krijgt is het verstandig schriftelijk te vragen op grond waarvan die verplichting zou bestaan. Wie meer van u wil, gaat maar naar de rechter. Overigens is het ook altijd wijs rekeningen van het LBIO goed na te kijken, zeker als het rekeningen zijn over een periode in het verleden. Het LBIO krijgt niet altijd de goede gegevens door. Dan kan het gebeuren dat u een betalingsverzoek krijgt over een periode waarin uw kind een instelling alweer had verlaten. Leg het LBIO uit, in een brief waarboven u ‘bezwaarschrift’ zet, waarom de rekening niet kan kloppen. Voor ouders die daadwerkelijk co-ouder zijn Als u niet degene bent die de kinderbijslag ontvangt, mag u volgens de Hoge Raad de kosten voor uw kind als buitengewone lasten aftrekken voor de belasting. Uit Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht december 2004: “HR 11 juni 2004, Vakstudienieuws 24 juni 2004, 30.13 Buitengewone lasten, aftrek uitgaven levensonderhoud voorzover co-ouder geen kinderbijslag heeft ontvangen; art. 46 Wet IB 1964; art. 9 en 10 Uitv. Reg. IB 1990 Belanghebbende, een gescheiden vader met twee kinderen, draagt samen met zijn ex-partner de zorg voor zijn kinderen, die ook in nagenoeg gelijke mate bij de gescheiden ouders verblijven. De Hoge Raad oordeelt in navolging van Hof ‘s-Hertogenbosch dat belanghebbende recht heeft op aftrek wegens buitengewone lasten voorzover hij geen kinderbijslag heeft gekregen. Dit volgt volgens de Hoge Raad uit de tekst en strekking van art. 46 lid 1 onderdeel a onder 1 Wet IB 1964 en art. 10 onderdeel b Uitv.reg.IB 1990.” Voor ouders van weglopers Als het niet tot een uithuisplaatsing is gekomen, meldt u het LBIO (Postbus 800, 2800 AV Gouda) dat u niet akkoord gaat met hulpverlening. (Voor de eerste zes weken dat uw kind ergens is ondergebracht hoeft u niet te betalen.) U zult dan wel post krijgen van Bjz, maar daar gaat u eenvoudig niet op in. Niet beginnen aan een bezwaarprocedure: die kan men verliezen. Wie geld van u wil moet u dan maar voor de rechter dagen: voor de eerste 6 weken dat uw kind ergens is ondergebracht hoeft u niet te betalen, en de Wet op de Jeugdzorg zoals hij er nu nog ligt zegt in artikel 71 dat u niet hoeft te betalen voor vrijwillige hulpverlening na die 6 weken als u gemeld hebt dat u wilt dat het ophoudt. Een donateur stuurde ons een brief van het Ministerie van Jeugd en Gezin aan de MO-groep (de gezamenlijke directeuren van de Bureaus jeugdzorg) waarin het Ministerie spreekt over een voorgenomen wetswijziging en de instellingen aanraadt te handelen alsof deze voornemens al wet zouden zijn. Wij denken dat de situatie die de Minister voor ogen staat ertoe zal leiden dat vaak geen machtiging gevraagd zal worden: wat je niet vraagt kan men je ook niet weigeren. Kinderen bepalen dan zelf samen met Bureau jeugdzorg dat zij maar in bijvoorbeeld begeleid-kamer-wonen gaan: er komt geen rechter aan te pas en de instelling zegt dat je dit met 16 jaar zelf mag beslissen. Betaal in ieder geval nu nog niet! In feite moedigt het Ministerie van Minister Rouvoet instellingen aan om te proberen ouders te laten betalen voor wat nu nog niet minder dan een strafbaar feit is: de ouders vinden het niet goed dat hun kind in de instelling verblijft, de kinderrechter heeft geen machtiging tot uithuisplaatsing gegeven. Het Wetboek van Strafrecht zegt hierover in artikel 279: Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie. (Doet u vooral aangifte van dit strafbare feit, en ontdek dan hoe fors tegenwerking kan zijn!) Nadat wij de brief van Minister Rouvoet aan de MO-groep hadden gekregen, heeft KOG de Minister geschreven en de media benaderd. Aan de Minister voor Jeugd en Gezin, Zijne Excellentie Mr A. Rouvoet Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Betreft uw brief aan de MO-groep over artt. 7 en 71 Wjz Haarlem, 2 augustus 2007 Zeer geachte Heer, Het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin heeft in antwoord op de brief van het bestuur van de Maatschappelijk Ondernemersgroep d.d. 18 september 2006 een ongedateerde brief gestuurd aan de MO-groep, kenmerk DJB/JZ-2748030, onderwerp ‘Recht van jeugdigen van 12 jaar en ouder versus bezwaar LBIO’ (kopie bijgevoegd). In deze brief wordt namens u de wereld op zijn kop gezet. Wanneer in geval van vrijwillige jeugdzorg ouders niet instemmen met datgene waarvoor hun kind een indicatiebesluit van een bureau jeugdzorg heeft gekregen, kunnen zij indien zij toch jeugdzorg wensen voor hun kind een bezwaar- en beroepprocedure ingaan. Wanneer zij afzien van jeugdzorg is in principe de kwestie afgedaan. Mocht bureau jeugdzorg van mening zijn dat een vorm van jeugdzorg noodzakelijk is voor de minderjarige in kwestie, dan heeft bureau jeugdzorg onder andere de mogelijkheid de raad voor de kinderbescherming te benaderen om eventueel machtiging van de rechter te verkrijgen voor gedwongen hulp. Artikel 7 lid 4 van de Wet op de Jeugdzorg geeft minderjarigen vanaf 16 jaar de mogelijkheid een indicatie te verkrijgen tegen de wil van de ouders. Een complicatie is een indicatie voor verblijf. Het komt nu voor dat - een Bjz (tegen de wil van de ouders) een indicatie voor verblijf afgeeft aan een 16-jarige en niet de raad voor de kinderbescherming verzoekt om een onderzoek zodat de kinderrechter zich over een uithuisplaatsing kan uitspreken, maar op eigen gezag het kind uit huis plaatst; - een Bjz (tegen de wil van de ouders) een indicatie voor verblijf afgeeft aan een 16-jarige en de raad voor de kinderbescherming wel vraagt om een onderzoek maar, als de raad voor de kinderbescherming geen machtiging tot uithuisplaatsing nodig acht, toch op eigen gezag het kind uit huis plaatst. U schrijft aan de MO-groep, in casu de directeuren van de bureaus jeugdzorg, dat u een voorstel zult voorbereiden om artikel 71, eerste lid, onder d, Wjz te schrappen. Daardoor zouden ouders een ouderbijdrage verschuldigd worden voor uithuisplaatsing van kinderen vanaf 16 jaar waarvoor niemand dan het kind en bureau jeugdzorg toestemming heeft gegeven: de ouders niet en de (immers niet benaderde) rechter niet. Waarom is dit de wereld op zijn kop? De ouders worden gedwongen zelf als belanghebbenden de rechter te benaderen in een procedure van bezwaar en beroep tegen het aan hun puber-kind door bureau jeugdzorg gegeven indicatiebesluit tot verblijf. Het mag toch niet zo zijn dat in feite uithuisplaatsing, de zeer zware maatregel van kinderbescherming, wordt uitgevoerd voor kinderen van 16 en 17 jaar, zonder dat er sprake is van een door de rechter uitgesproken kinderbeschermingsmaatregel, zonder dat enige toetsing van de NOODZAAK van deze indicatie door een andere instantie dan bureau jeugdzorg zelf heeft plaatsgevonden. Wijziging van artikel 71 Wjz in de door u bedoelde zin is overbodig: indien dit NOODZAKELIJK is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, is er de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, en als dit niet NOODZAKELIJK is, dan is er naar de norm der wet geen aantasting van de ouderlijke zeggenschap toegestaan. Wij verzoeken u dan ook artikel 71 Wjz niet te wijzigen, maar een wijziging van artikel 7 Wjz voor te bereiden in die zin, dat kinderen zonder toestemming van hun ouders of voogden geen indicatie-besluit kunnen verkrijgen voor verblijf. Met gevoelens van hoogachting, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) In kopie aan het bestuur van de Maatschappelijk Ondernemersgroep de Hoofdinspectie Jeugdzorg de Algemeen Directeur van de raad voor de kinderbescherming de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, studiekring Familie- en Jeugdrechtspraak de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, werkgroep Kinderrechters de Commissie voor Jeugd en Gezin van de Tweede Kamer de voorzitters van de fracties in de Tweede Kamer De ontvangers van een kopie hebben daarbij de volgende brief gekregen: Haarlem, 2 augustus 2007 Geachte Mevrouw, Hierbij zend ik u kopie van de brief van stichting Kinderen-Ouders-Grootouders van heden aan de Minister voor Jeugd en Gezin. Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders betreurt het dat de Minister voornemens is artikel 71 van de Wet op de Jeugdzorg te wijzigen. Wij achten het geen goede zaak dat in kwesties die de facto een uithuisplaatsing zijn, de raad voor de kinderbescherming en de kinderrechter door bureau jeugdzorg buiten spel gezet worden, zodat geen enkele toetsing van de noodzaak van het indicatie-besluit tot verblijf plaatsvindt. Wij wensen daarentegen een wijziging van artikel 7 Wjz zodat 16- en 17-jarigen niet langer zonder toestemming van hun ouders een indicatie-besluit kunnen krijgen voor verblijf. Wij verzoeken u uw invloed aan te wenden om wijziging van artikel 7 Wjz in deze zin te bewerkstelligen. Met vriendelijke groet, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) Bijlage: kopie van de brief van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin aan het bestuur van de Maatschappelijke Ondernemersgroep kenmerk DJB/JZ-2748030 Wij hebben op 4 augustus het volgende persbericht doen uitgaan: PERSBERICHT Minister Rouvoet vindt kinderbeschermingsmaatregelen niet nodig voor kinderen van 16 en 17. Hij heeft aan de directeuren van de Bureaus jeugdzorg geschreven dat hij de Wet op de jeugdzorg zo zal wijzigen, dat deze bureaus zonder toetsing door de Raad voor de Kinderbescherming of de Kinderrechter zelfstandig kinderen tegen de wil van hun ouders mogen uithuisplaatsen. Overeenstemming tussen de minderjarige en Bureau jeugdzorg is voldoende. De jongere kan daarna buiten het ouderlijk gezin leven zonder de rompslomp van een ondertoezichtstelling. Nadere informatie: secretariaat Kinderen-Ouders-Grootouders, 023 5 32 12 23. De brief van de Minister wordt u op uw verzoek toegezonden. 4 augustus 2007 De twee brieven hierboven waren bijgevoegd, met als derde bijlage het volgende: Wet op de Jeugdzorg artikel 7 “1. Aan een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in Artikel 5, tweede lid, ligt een aanvraag van een cliënt ten grondslag. 2. Indien de zorg betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de cliënt waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een minderjarige die jonger is dan twaalf jaar of ouder dan twaalf jaren en niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger. 4. Indien de aanvraag betrekking heeft op een minderjarige die de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, behoeft de aanvraag de instemming van de minderjarige en diens wettelijke vertegenwoordiger. … 5. … 6. In afwijking van het eerste lid kan de stichting een besluit nemen zonder een aanvraag daartoe, indien: a. … b. het besluit strekt tot een uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling … .” En wat zijn er verder nog voor minderjarigen? De hier niet expliciet genoemde kinderen van 16 en 17. De Wet op de Jeugdzorg sluit op dit punt aan bij de gezondheidszorg, waar kinderen vanaf 16 jaar een behandeling of medicijnen kunnen krijgen buiten hun ouders om. In de Jeugdzorg zijn er echter de kinderbeschermingsmaatregelen, waardoor de wens van de minderjarige / het plan van Bureau jeugdzorg getoetst wordt door de Raad voor de Kinderbescherming en de Kinderrechter. Verblijf buiten het ouderlijk gezin lijkt ingrijpend genoeg om nader te toetsen. Wet op de Jeugdzorg artikel 71 “1. Geen ouderbijdrage is verschuldigd indien: a. … b. … c. … d. aan een minderjarige nog jeugdzorg wordt geboden als bedoeld in Artikel 69 na schriftelijk aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen kenbaar gemaakt bezwaar door degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent, tenzij het een jeugdige betreft ten aanzien van wie een maatregel van kinderbescherming is getroffen die tot verlening van zodanige zorg strekt of die deze noodzakelijk maakt; …” Dit artikel 71 lid 1 onder d wil de Minister dus schrappen. Ook de Bureaus jeugdzorg en de provincies hebben een brief van KOG ontvangen: Aan het Bestuur van Bureau jeugdzorg Zuid-Holland De Horst 4 2592 HA Den Haag Haarlem, 10 augustus 2007 Geacht Bestuur, Enkele malen heeft stichting Kinderen-Ouders-Grootouders signalen ontvangen over Bureaus jeugdzorg die tegen de wil van de ouders 16- en 17-jarigen de facto uit huis plaatsen zonder machtiging van de Kinderrechter, op grond van een indicatie tot verblijf die is afgegeven op verzoek van het kind (art. 7 Wjz). Legitimering hiervan zoekt men waarschijnlijk in een ongedateerd (?) schrijven van de Minister voor Jeugd en Gezin (bijgevoegd). KOG heeft de volgende vragen: - plaatst Bureau jeugdzorg Zuid-Holland tegen de wil van de ouders 16- en 17-jarigen zonder machtiging van de kinderrechter uit huis? - behandelt Bjz Zuid-Holland (eventueel door het LBIO doorgestuurde) bezwaren van ouders tegen een indicatie tot verblijf, of verzoekt Bjz Noord-Holland bij bezwaar van ouders de raad voor de kinderbescherming om een onderzoek? - is Bjz Zuid-Holland voornemens 16- en 17-jarigen zonder machtiging van de kinder- rechter uit huis te plaatsen voordat wijziging van artikel 71 eventueel wet is geworden, waardoor deze door geen andere instantie dan Bjz getoetste uithuisplaatsingen geheel ten laste van het jeugdzorgbudget komen, minstens totdat in een beroepsprocedure is beslist? Beantwoording van deze drie vragen zullen wij zeer op prijs stellen. Met vriendelijke groet, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) In kopie aan het College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de Hoofdinspectie jeugdzorg Hierop hebben van de 15 bureaus jeugdzorg er op 5 september 5 inhoudelijk gereageerd. Dat was niet om vrolijk van te worden. Het was allemaal: het kan, dus wij doen het. Daarom hebben wij nogmaals geschreven aan Rouvoet en, omdat wij denken dat deze een dergelijke brief nooit zelf te zien krijgt, aan de Christen Unie-fractie in de Tweede Kamer. Aan de Minister voor Jeugd en Gezin, Zijne Excellentie Mr A. Rouvoet Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Haarlem, 5 september 2007 Zeer geachte Heer, Op 2 augustus 2007 heeft stichting Kinderen-Ouders-Grootouders u een brief gestuurd naar aanleiding van uw brief aan het bestuur van de MO-groep kenmerk DJB/JZ-2748030 (over “uithuisplaatsing” van 16- en 17-jarigen op hun verzoek, zonder toetsing door de rechter). Inmiddels hebben wij drie inhoudelijke reacties ontvangen van bureaus jeugdzorg op de brief van KOG aan de bureaus jeugdzorg d.d. 10 augustus 2007 over dit onderwerp. Mede vanwege deze reacties doen wij nogmaals een beroep op u om niet artikel 71, maar artikel 7 van de Wet op de jeugdzorg te wijzigen, zodat kinderen niet langer een indicatie tot verblijf kunnen krijgen tegen de wil van hun ouders en buiten medeweten van de rechter, want zonder kinderbeschermingsmaatregel. Twee bureaus jeugdzorg laten ons weten dat de Wet op de jeugdzorg dit toestaat en dat zij deze indicaties zullen blijven afgeven. Het derde schrijft: “heeft beslist niet het beleid dat indien de ouders in voorkomend geval bezwaar maken, er een onderzoek wordt gevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming. Dit laat onverlet de daarvan losstaande wettelijke zorgplicht van Bureau Jeugdzorg om bij de uitoefening van zijn taken voortdurend te bezien of een maatregel met betrekking tot het gezag moet worden overwogen.” Deze reactie maakt pijnlijk duidelijk wat er kan gebeuren: een bureau jeugdzorg vindt het niet nodig een maatregel met betrekking tot het gezag te overwegen, maar ondermijnt het gezag van de ouders metterdaad. De mogelijkheid voor een 16- of 17-jarige om met een zelfgevraagde indicatie op grond van artikel 7 van de Wet op de jeugdzorg buiten het ouderlijk gezin te gaan wonen is overbodig. Als een kind niet veilig is in het ouderlijk gezin, is er immers de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, en in alle andere gevallen behoort de ouderlijke zeggenschap over de verblijfplaats van hun kind niet te kunnen worden aangetast door een bureau jeugdzorg. Wij pleiten niet voor “Verelendung” van het weglopen. Wij pleiten slechts voor het intact laten van natuurlijke regulerings-mechanismen. Natuurlijk bestaan er vaak spanningen tussen adolescenten en hun ouders, ook zonder dat de situatie in het ouderlijk gezin onveilig is. Het laatste geval daarvan dat KOG zeer onlangs van nabij heeft gemaakt betrof een 16-jarig meisje dat met haar vriendje en zijn ouders op vakantie wilde naar de Verenigde Staten. Haar ouders lieten haar om een aantal redenen niet gaan. Toen zij vervolgens wegliep heeft bureau jeugdzorg haar een indicatie voor verblijf gegeven en haar geholpen om verblijf in een kamertrainings-centrum te regelen. Zelfs de omstandigheid dat de klachtencommissie de klacht van de ouders gegrond verklaarde, en dat bovendien de Raad voor de Kinder-bescherming schreef dat er geen reden was voor een verzoekschrift aan de kinderrechter, heeft niets veranderd aan het “hulpverleningstraject”. Het meisje verkeert nu in de omstandigheid dat haar ouders haar door haar verblijfplaats niet langer kunnen opvoeden, en dat niemand die taak van hen overgenomen heeft. Zelfs een gezinsvoogd is hier niet in beeld. Wij begrijpen dat de Wet op de jeugdzorg heeft aangesloten bij hetgeen in de medische wereld gebruikelijk is: vanaf 16 jaar is de patiënt de enige die beslist over een behandeling. De mogelijkheid voor 16- en 17-jarigen buiten het ouderlijk gezin te gaan wonen is echter van een andere orde dan een recept of een medische behandeling. Wij herhalen daarom ons verzoek: wijziging van artikel 7 van de Wet op de jeugdzorg zodat 16- en 17-jarigen niet langer tegen de wil van hun ouders een indicatie-besluit kunnen krijgen voor verblijf. Verblijf zou uitgezonderd moeten worden van de algemene term “zorg”. Met vriendelijke groet, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) In kopie aan de CU-fractie van de Tweede Kamer Aan de CU-fractie van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EA Den Haag Haarlem, 5 september 2007 Zeer geachte Dames en Heren, Bij deze brief vindt u kopie van de brief van stichting KOG van heden aan de Minister voor Jeugd en Gezin. Omdat ik vermoed dat de brief aan de Minister afgehandeld zal worden door ambtenaren, stuur ik u de kopie. Wij kunnen ons niet voorstellen dat Minister Rouvoet goed weet wat er in zijn naam gebeurt. Hopelijk zal uw fractie proberen deze afbraak van het gezin te stoppen. Met vriendelijke groet, (Drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris) |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||