Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: 2006 bericht 2
<< vorige pagina   
print pagina
 
Stichting KOG
2006
Bericht 2
Haarlem, november 2006

Beste donateurs,

Dit is het laatste KOG-bericht van 2006. Wij hebben er een acceptgiro bijgedaan voor 2007.
Stort u € 15 minimaal voor 2007 op Postbank 9634691 t.n.v. Stichting KOG?
Zorgt u ervoor dat uw naam en adres duidelijk zijn?!

De website www.stichtingkog.info registreert steeds veel bezoekers (september 2006 1.293, augustus 1.181, juli 1.578).
Het betekent dat de website veel mensen informatie geeft, zodat telefoongesprekken met de contactpersonen van KOG meteen kunnen gaan over hun eigen situatie.

Op 5 juli heeft KOG voor de tweede maal de KOG-trofee voor een Gouden Greep uitgereikt, ditmaal aan de provincie Drenthe voor het project Gezinscoaching Drenthe.
In de provincie waren er twee proefprojecten geweest, namelijk in Coevorden en Hoogeveen. Het bijzondere was, dat ouders zelf beslisten welke ondersteuning nodig was, en de gezinnen alle gesprekken tussen de hulpverleners bijwoonden. In ons persbericht stond:

Wat is hier dus bijzonder aan?
De ouders beslissen in overleg met de gezinscoach zelf over de ondersteuning.
De ouders wonen alle gesprekken bij.
De hulpverleners laten zien dat ze soms twijfelen of van mening verschillen.
De hulpverleners nemen de ouders niet de regie over hun leven uit handen. ……
De KOG-trofee wordt uitgereikt als er sprake is van een opvallend positief initiatief dat
breed onder de aandacht wordt gebracht
uitgaat van een positief ouderbeeld
begrijpt dat niet alleen op papier de werkelijkheid te vinden is, maar|
luistert naar cliënten
serieus aandacht besteedt aan de uitwerking van jeugdzorg in praktijk
inziet dat jeugdzorg soms grote fouten maakt
met de resultaten jeugdzorg wil verbeteren.

Van de proefprojecten is een boekje gemaakt dat een hoofdstuk bevat ‘Tevredenheid gezinnen”. Voor ons sprong daaruit als echo van klachten die wij vaak horen, maar dan in het positieve: de gezinscoach is vaak bereikbaar en neemt anders heel snel contact op, hij luistert ook naar mensen die belangrijk zijn voor ouders en kinderen, hij neemt hen serieus, hij doet wat hij zegt en de ouder houdt zich daarom ook aan afspraken. Men ging werkelijk uit van een positief ouderbeeld. In het boekje stond ook: “Een plan voor hulpverlening maken zonder het gezin is niet denkbaar. Een uitzondering is als een kind ernstig in zijn veiligheid en ontwikkeling wordt bedreigd, ouders geen toegang geven tot het gezin en er ingegrepen moet worden. Alleen dan mogen hulpverleners rond het gezin werken in plaats van met het gezin te werken.”
Het leek dus helemaal de goede kant op te gaan in Drenthe. Tijdens de borrel na de uitreiking hoorden wij van een van deze drie gezinscoaches dat zij inmiddels ontslagen was in het kader van bezuinigingen.

In september 2005 hebben wij alle provincies gewezen op de Meldweek Jeugdzorg in Groningen, waarvoor KOG de eerste KOG-trofee had uitgereikt.
Zuid-Holland heeft als eerste provincie in februari 2006 dit initiatief gevolgd. Nu zal ook Friesland dit jaar een meldweek houden, en wel in het kader van de Week van de Jeugdzorg, die van 2 tot 9 december loopt.
Grijp dus uw kans en vertel de provincie Friesland wat u te vertellen hebt!
(en port u de andere provincies op om melddagen te houden!)
In Noord-Holland Nu van 1 november staat over de Week van de Jeugdzorg “Maar in de jeugdzorg gebeuren natuurlijk ook goede dingen. Zo krijgen veel jongeren dankzij jeugdzorg weer een toekomst: Jeugdzorg biedt perspectief! In heel Nederland zijn duizenden mensen van de Jeugdzorg dag in dag uit bezig om jongeren te helpen tijdens een moeilijke fase in hun leven. De provincies vinden dat het werk van die mensen meer positieve aandacht verdient. Daarom wordt van 2 t/m 9 december in het hele land de Week van de Jeugdzorg georganiseerd.” www.weekvandejeugdzorg.nl  

Overijssel wordt de eerste provincie die structureel Eigen Kracht-conferenties gaat aanbieden.
Por uw provincie op om hetzelfde te doen!
(Neem een abonnement (www.eigen-kracht.nl of info@eigen-kracht.nl ) op de digitale nieuwsbrief.)


IVRK
Op 15 juni heeft KOG deelgenomen aan de eerste bijeenkomst van een werkgroep voor de schaduwrapportage 2007 voor het Comité van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK). Nederland heeft in 1995 dit verdrag geratificeerd, waarmee het IVRK de basis is geworden voor het jeugdbeleid. Om de vijf jaar moeten overheden een rapport indienen in Genève bij het VN Comité van het IVRK dat de implementatie van het verdrag controleert, om aan te geven hoe het staat met de uitvoering van het verdrag. Volgend jaar moet Nederland voor de derde keer rapporteren. Naast de overheidsrapportage komt er weer een schaduwrapportage. De werkgroep gaat verder op 9 november.
Als onderwerpen waarbij Nederland nog steeds tekort is geschoten heeft KOG genoemd de artikelen 5 (De rol van ouders), 8 (Behoud van identiteit), 9 (Scheiding van het kind van de ouders), 18 (Verantwoordelijkheid van ouders).
Eigenlijk tot onze verbazing waren alle aanwezigen het er wel mee eens, dat de Nederlandse overheid overijverig is als het erom gaat kinderen bij hun ouders weg te halen, maar het vaak laat afweten als een gezin gesteund moet worden, om maar helemaal te zwijgen van de gelijke verantwoordelijkheden en rechten van ouders die uit elkaar zijn gegaan.


Sluit u toch vooral een verzekeringsmodule af voor psychologische hulp aan uw kind, zodat u niet afhankelijk bent van een Bureau jeugdzorg.
U weet dat ouders die voor een probleem van hun kind hulp zoeken bij een Bjz, bekeken moeten worden als mogelijke oorzaak van dat probleem (brief VWS aan KOG d.d. 13-4-04).

Kijkt u wel even welke zorgverzekeraar u steunt met uw ziektekostenpolis, want enkele maatschappijen, verenigd in Zorgverzekeraarscombinatie VGZ-IZA-TRIAS, zinnen op plannen om mogelijk te maken dat ouders er niet achter kunnen komen dat hun kind onder de 16 jaar een arts bezocht heeft. Door no-claim en eigen-risico betalen ouders de behandelingen en medicijnen wel. Kijkt u dus maar heel goed uw jaarafrekening na: wie van ons is er dan naar de dokter geweest? En neemt u er vooral geen genoegen mee als er kosten zijn gemaakt voor een kind onder de 16 zonder dat u ervan wist. Er is dan in strijd met de wet gehandeld, en geen rechter zal vinden dat u deze kosten moet betalen. Dient u een klacht in bij het Medisch Tuchtcollege en stelt u de Consumentenbond op de hoogte van de fratsen van uw zorgverzekeraar. Als u uw humeur wilt bederven, kijkt u dan op www.kindenziekenhuis.nl en op www.jadokterneedokter.nl
KOG heeft Vereniging Kind en Ziekenhuis en de Zorgverzekeraarscombinatie de volgende brieven gestuurd, met kopie aan de Hoofdinspecties Gezondheids- en Jeugdzorg:

Aan het Bestuur van Zorgverzekeraarscombinatie VGZ-IZA-TRIAS
Postbus 30374
6503 HZ Nijmegen

Haarlem, 17 oktober 2006

Geacht Bestuur,

In nrc.next van 4 september 2006 lazen wij in het artikel ‘Jongere kan niet stiekem naar arts’, dat uw verzekeraarscombinatie in gesprek is met vereniging Kind en Ziekenhuis over mogelijkheden om door kinderen gemaakte medische kosten voor hun ouders verborgen te houden, er daarbij voor zorgend dat in het medisch dossier van deze jongeren geen gegevens gaan ontbreken. Het artikel besluit met: VGZ … wil de kwestie bij andere verzekeraars aankaarten. ‘Maar dan willen we wel al een soort van oplossing in gedachten hebben.’

Wij zijn niet vaak verheugd over wellicht onoverkomelijke problemen in gezondheidszorg of jeugdzorg, maar ditmaal hopen wij dat een oplossing op zich laat wachten!

Voor jongeren vanaf 16 jaar voorziet de wet in het Burgerlijk Wetboek, in de Overeenkomst inzake geneeskundige behandeling, in de mogelijkheid een geneeskundige behandeling te ondergaan zonder toestemming van ouders. De meerderjarigheidsgrens van 18 jaar is dus door de wetgever voor deze groep voor dit onderwerp naar beneden bijgesteld.
De ouder wordt in voorkomende gevallen wel genoodzaakt te betalen, middels eigen-risico en no-claim, voor een door zijn kind gesloten overeenkomst waarbij hij geen partij is.
“… een speciaal potje waaruit zorgverleners kunnen putten als zij een kind helpen dat om geheimhouding vraagt”, zoals uw coördinator ziekenhuiszorg volgens het artikel in nrc.next zegt, zou dan ook zeker op zijn plaats zijn als het gaat over jongeren vanaf 16 jaar.

Voor kinderen tussen 12 en 16 jaar voorziet de wet in veel zeggenschap over zichzelf: zij kunnen in principe een behandeling krijgen ook bij weigering van de ouders (art. 7: 450, 2).
De wet voorziet niet in beoordeling zonder overleg met ouders van de vraag of het kind “oud en wijs genoeg” is om hier zelf over te beslissen. De wet maakt het dus wel mogelijk een kind boven de 12 jaar een behandeling te geven na geweigerde toestemming van de ouders, maar niet achter de rug van de ouders om.
Een kind dat in staat is zelfstandig een medische behandeling te organiseren, moet ook in staat worden geacht een gesprek over deze behandeling aan te gaan met zijn ouders.
Zoals artsen op de hoogte moeten zijn van het dossier van hun patiënt om hun taak zo goed mogelijk te kunnen verrichten, zo moeten ouders op de hoogte zijn van de daden van hun kind om hun taak, opvoeding, zo goed mogelijk te kunnen verrichten.
De wetgever had de patiënten in twee groepen kunnen verdelen, jonger en ouder dan 12 jaar, maar hij heeft dit niet gedaan.

Wij zouden het zeer betreuren als uw organisatie eraan zou meewerken om, voor verleners van medische zorg, een hinderpaal om in strijd met de wet te handelen uit de weg te ruimen.

Wij hopen dat u het voornemen laat varen om te pogen te vergemakkelijken dat hulpverleners handelen in strijd met de wet

Graag vernemen wij op korte termijn van u. De brief van Kinderen-Ouders-Grootouders aan het Bestuur van Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis van heden is bijgesloten.



Aan het Bestuur van Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis
Korte Kalkhaven 9
3311 JM Dordrecht

Haarlem, 17 oktober 2006

Geacht Bestuur,

De websites www.kindenziekenhuis.nl en www.jadokterneedokter.nl hebben stichting Kinderen-Ouders-Grootouders geconfronteerd met enkele problemen.
Wij gaan ervan uit dat binnen uw organisatie uitvoerig is gediscussieerd over de rechten en verplichtingen van minderjarigen tussen 12 en 16 jaar oud, van hun ouders, van hulpverleners, zoals deze zijn vastgelegd in wet- en regelgeving en in jurisprudentie. Wij denken dan ook niet dat de door ons gesignaleerde problemen nieuw voor u zijn; wel hopen wij dat onze opmerkingen bijdragen aan herbezinning.

De Overeenkomst inzake geneeskundige behandeling onderscheidt de patiënten in drie groepen: ouder dan 16 jaar, van 12 tot 16 jaar, jonger dan 12 jaar.
Voor de jongere van 12 tot 16 jaar voorziet de wet in veel zeggenschap over zichzelf: hij moet toestemming geven voor een behandeling, en hij kan een behandeling krijgen zonder toestemming van de ouders “indien zij kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen, alsmede indien de patiënt ook na de weigering van de toestemming de verrichting weloverwogen blijft wensen.” (art. 7: 450, 2 BW).
De wet voorziet niet in beoordeling, achter de rug van de ouders om, van de vraag of het kind “oud en wijs genoeg” is om hier zelf over te beslissen.
De wetgever zou de patiënten in twee groepen hebben kunnen verdelen, jonger en ouder dan 12 jaar, maar hij heeft dit niet gedaan.

De websites spreken over situaties waarin ouders en kinderen het niet eens zijn over een behandeling of waarin kinderen niet willen dat de ouders geïnformeerd worden. Wij krijgen de indruk dat wordt gepropageerd dat de hulpverlener, die immers geen hulp hoeft te verlenen waartegen hij zelf gewetensbezwaren heeft, gewetensbezwaren van ouders als irrelevant ter zijde schuift. Hij plaatst zich daarmee tussen ouders en kind, hij pretendeert beter te weten dan de ouders wat het beste is voor het kind. Voor die gevallen waarin het (naar het oordeel van een rechter) nodig is dat een derde zich plaatst tussen ouders en kind, bestaan de maatregelen van kinderbescherming en de bijzonder curator. Medisch handelen zonder toestemming van ouders èn zonder deze in de wet verankerde mogelijkheden, heeft als enig “voordeel”, dat elke discussie door de jongere of een hulpverlener met de ouders uit de weg wordt gegaan.
Op dit punt bestaat dan niet de mogelijkheid voor de ouder om te voldoen aan zijn wettelijke plicht: “Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van het kind en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.” (art. 1: 247 BW)

Op dit punt bestaat dan niet de mogelijkheid voor het kind om door zijn ouders opgevoed te worden.

Op de website www.kindenziekenhuis.nl wordt gesproken over “bijzondere situaties” waarvoor “bijzondere regels” gelden. De website onderscheidt drie soorten situaties.
In de beschrijving van situaties van de tweede soort staat: ” … Het kind kan willen dat zijn ouders niet worden geïnformeerd en dat hun niet om toestemming wordt gevraagd. De hulpverlener kan dan aan die wens gevolg geven als hij vindt dat het kind, letterlijk, oud en wijs genoeg is om hier zelf over te beslissen.”
De website www.jadokterneedokter.nl sluit hierop aan met de voorbeelden van kinderen die zich willen laten inenten tegen kinderverlamming en die de pil willen gaan gebruiken, in beide gevallen zonder dat de ouders geïnformeerd worden, en in beide gevallen dus zonder dat de ouders toestemming (kunnen) geven. Op deze website voor jongeren staat: “… of je een behandeling kunt nalaten of uitstellen zonder dat dit ernstige gevolgen voor je heeft. Ongewenst zwanger worden of kinderverlamming krijgen vinden de dokters nu eenmaal erger dan een scheve neus!”

Wij betreuren het overigens dat ‘ongewenst zwanger worden’ en ‘kinderverlamming krijgen’, juist op een website voor jongeren, op één lijn gesteld worden: narigheden die door medisch ingrijpen voorkomen kunnen worden. Kinderverlamming krijgen overkomt mensen, voor ongewenst zwanger worden is enige activiteit nodig. Dat meisjes onder de 16 jaar deze activiteit kunnen verrichten zonder discussie met hun ouders over de wenselijkheid daarvan als zij maar een arts kunnen vinden die geen gewetensbezwaren heeft, lijkt ons een gemiste opvoedingsmogelijkheid. Juist seksualiteit vraagt om opvoeding en begeleiding.

De dokter weet alles beter is trouwens ook een ouderwets standpunt.
Enkele jaren geleden was het de arts die besliste over abortus. Daarna realiseerde de maatschappij zich dat het merkwaardig was dat iemand op grond van een medische opleiding een niet-medische beslissing zou mogen nemen.
Anti-conceptie is eveneens een niet-medische beslissing. Het is merkwaardig dat iemand op grond van alleen een medische opleiding deze aan de professie externe beslissing zou willen nemen, temeer daar opvoeding in seksualiteit bij uitstek thuis hoort in het gezin.

Wij hebben twee (ongelijksoortige) wensen voor een update van beide sites:
- de sites worden beter en duidelijker in overeenstemming gebracht met wet- en regelgeving
- ‘ongewenst zwanger worden’ wordt niet voorgesteld als een ziekte waartegen de dokter
kan beschermen.

Wij zijn graag bereid deze wensen met u te bespreken en/of mee te werken aan aanpassing van de websites. Ik sluit de brief van Kinderen-Ouders-Grootouders aan het Bestuur van Zorgverzekeraarscombinatie VGZ-IZA-TRIAS van heden bij.

Het bestuur van Kind en Ziekenhuis heeft de brief op de agenda gezet voor 1 december.


Stichting Misplaatst heeft op 26 oktober een petitie over gesloten jeugdzorg aangeboden aan de Commissie voor VWS, mede-ondertekend door KOG.
Stichting Misplaatst schrijft:
Stop onmiddellijk met de visitatie van ots-ers.
Biedt ots-ers de gelegenheid contact te zoeken met onafhankelijke cliëntondersteuners.
Het recht op verlof moet behouden blijven.
Garandeer dat gesloten jeugdzorg behandeling biedt en zorg voor deskundige groepswerkers.

Het oktobernummer 2006 van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht bevat een artikel van mr T. Liefaard: Rechtspositieregeling gesloten jeugdzorg: een flinke stap terug!
Het artikel meldt dat het deze zomer ingediende wetsvoorstel Gesloten Jeugdzorg (30 644) kwalijke kanten heeft. De rechtspositie van de jongeren met ernstige gedragsproblemen wordt in dit wetsvoorstel niet uitvoerig geregeld zoals in de Beginselenwet justitiële jeugd-inrichtingen. Omdat de jeugdigen niet automatisch onderworpen zullen zijn aan beperkingen, vinden de bewindslieden van Justitie en VWS het ook niet nodig hun rechten goed te regelen. Zij menen dat een regeling van de verdere beperking van grondrechten genoeg is. Wel kan men klagen via het klachtsysteem van de Wet op de jeugdzorg (tel uit je winst) met de mogelijkheid tot beroep volgens de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Voor het opleggen van beperkende maatregelen, zoals toediening van dwangmedicatie, visitatie, urinecontrole, en bijvoorbeeld ook beperking van het contact met familie, is aansluiting gezocht bij het beginsel van verantwoorde zorg (art. 25 Wjz). Het hulpverleningsplan bepaalt wanneer de in het wetsvoorstel toegestane beperkingen mogen worden opgelegd.
“Ook plaatsing in een voorziening voor gesloten jeugdzorg houdt een ontneming in van het fundamentele mensenrecht om je vrij te bewegen (art. 9 IVBPR), waarbij jonge mensen terechtkomen in een bijzonder afhankelijke en weinig transparante positie. Op de Nederlandse overheid rust dan ook de positieve verplichting om deze jeugdigen het recht op een menselijke behandeling te garanderen, waarbij hun menselijke waardigheid wordt gerespecteerd en waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften horend bij hun (jeugdige) leeftijd (art. 37 sub c IVRK).
Van de overheid mag worden verwacht dat zij bij formele wet – voor alle jeugdigen gelijk – regelt welke minimum garanties gelden tijdens het vrijheidsbenemend verblijf, ongeacht de aard hiervan. Zij moet minimumnormen stellen ten aanzien van zowel de materiële als formele rechtspositie, met als doel de rechten van deze groep jonge mensen ten volle te waarborgen en willekeur te voorkomen. Het wetsvoorstel is op dit punt ontoereikend en kan leiden tot verbrokkeling en rechtsongelijkheid. Een flinke stap terug dreigt!”
Misplaatst!


Ziekte en jeugdzorg
Wij horen soms dat scholen afwezigheid door ziekte niet serieus nemen en een melding doen bij de leerplichtambtenaar of een AMK (Bureau jeugdzorg dus). Het kan heel slecht aflopen, als ook dezen niet willen geloven dat er iets aan de hand is met een kind of willen dwingen tot een behandeling waar de ouders hun twijfels over hebben. Een uithuisplaatsing is dan gauw aan de rechter gevraagd en vervolgens gekregen. U blijft u verzetten? Een ontheffing volgt.

Zorgt u er daarom voor dat u zoveel mogelijk schriftelijke informatie hebt over de ziekte van uw kind. Het is het beste als die afkomstig is van een specialist en meer is dan algemene informatie maar de naam van uw kind ook vermeldt. Het is verbazingwekkend hoe een weerstand er is onder jeugdzorgwerkers tegen ziekten die zij toevallig niet zelf kennen of waarvan zij de gevolgen voor energie of gedrag niet kennen. Zorg er daarom voor als het enigszins kan dat jeugdzorg er niet aan te pas komt. Geef de leerkracht alle informatie, ook al bent u er misschien niet van gediend dat de school zijn neus zo in uw zaken steekt.


De Raad voor de Kinderbescherming
De RvdK krijgt het almaar drukker. Volgens het onlangs ontvangen Jaarbericht 2005 deed de RvdK in 2004 7.115 maal een verzoek aan de kinderrechter tot ots, ontheffing of ontzetting van de ouders, in 2005 was dit 8.104 keer. Het budget voor 2005 was € 135 miljoen.
Opmerkelijk in het jaarbericht is een stukje ‘Herinvoering Toetsende Taak’:
“In het afgelopen jaar is ook gewerkt aan de voorbereiding van de herinvoering van de toetsende taak. Het betreft met name de beslissing van BJZ om geen verlenging van een ondertoezichtstelling of een uithuisplaatsing te vragen of om een uithuisplaatsing tussentijds te beëindigen. Aanleiding voor de invoering was een rapport van de Inspectie Jeugdzorg.
De minister van Justitie had de Tweede Kamer toegezegd dat de Raad met ingang van 2006 weer uitvoering zal geven aan de toetsende taak.”


Trouw van 15 mei meldt dat in 2005 voor het eerst kinderen onder de 4 jaar de grootste groep nieuw uit huis geplaatsten vormden. Er staat weer serieus: “Wanneer een kind niet langer bij zijn eigen ouders kan blijven, wordt altijd eerst in de directe omgeving gekeken of opvang mogelijk is.” Wij weten dat met name gescheiden vaders de grootste moeite hebben om aandacht van instanties te krijgen voor bijvoorbeeld verwaarlozing van hun kinderen, en er veel voor moeten doen om zelf voor hun kinderen te mogen zorgen als ze uit huis geplaatst worden bij de andere ouder vandaan.

De RvdK heeft een interne opleiding voor zijn medewerkers. Vraag aan “uw” raads-vertegenwoordiger of deze die opleiding al heeft voltooid of er nog mee bezig is.
Als u geen antwoord krijgt, zegt dat genoeg.


Wetsvoorstel 30145 van Minister Donner
‘Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’
wordt behandeld in de Tweede Kamer in de week van 12 december.


Deskundigen
In NRC van 20 mei 2006 zegt rechtspsycholoog professor W.A. Wagenaar:
“Rechters moeten drie dingen doen: de feiten vaststellen, beoordelen of die feiten een overtreding van de wet zijn, en de strafmaat voor de gepleegde feiten vaststellen. … Deskundigen worden omarmd door de juristen. Vooral als we zeggen wat ze zelf toch al dachten. En anders gaan ze naar een ander. …Geen zinnen die uit hun verband gerukt het omgekeerde betekenen. Juristen zijn dol op halve citaten.”
(W.A. Wagenaar e.a.; Dubieuze zaken; 1992. W.A. Wagenaar; Vincent plast op de grond. Nachtmerries in het Nederlands recht, 2006)


Het slaat allemaal ook op jeugdzorg en aanverwante zaken. Als u te maken dreigt te krijgen met een “deskundige”, praat dan niet met hem voor u precies weet wat zijn vak is, en of hij BIG-geregistreerd is. Is dat niet het geval? Weiger elk contact. Is er contact geweest tussen uw kind en een deskundige? Zoek uit waarom die deskundige deskundig zou zijn (dat gaat niet via zijn website omdat daarop glasharde leugens kunnen staan), en of de deskundige bevoegd en bekwaam is tot onderzoek. Is dat niet het geval? Dan kan hij ook niet met een onderzoeksrapport komen dat de naam onderzoeksrapport verdient.
U moet dat echt allemaal zelf doen. De rechter zou het moeten doen, maar die doet het niet.