![]() |
||||
|
||||
|
|
Breek de ouders de bek niet open over wat er gebeurt als ze dan eindelijk hulp gaan zoeken. Want dan komen ze bij Jeugdzorg, en dan zijn ze zo twee jaar verder. Een anekdote van Frank vat de schrijnende verhalen van de anderen samen: ‘Na maanden kwam er een mevrouw van Jeugdzorg praten. Wij zeiden tegen haar: “Het gaat zo niet meer. Het loopt hier helemaal uit de klauwen.” ‘HELP!’, schreef de mevrouw in haar kladboek, met kapitalen en een uitroepteken. Toen ging ze drie weken met vakantie. Nooit meer wat van gehoord.’ Dat is de enige reden waarom deze ouders wilden meewerken aan dit artikel: ze zijn allemaal van het kastje naar de muur gestuurd, en ze willen andere moeders en vaders die ‘lijdensweg’ besparen. Nieuws over wachtlijsten stond ook in Trouw van 24 februari 2007 (ja precies, een jaar later): Als ouders van een dochter die vorig jaar op verschillende provinciale wachtlijsten stond en daar nu niet meer op voorkomt weten we maar al te goed het verhaal achter de getallen. De wachtlijst voor een gesloten behandelplek, een wachtlijst waar zij nu op staat, is niet meegenomen in de verhalen in de media. Deze wachtlijst is namelijk niet een provinciale wachtlijst maar een landelijke. … Feit is dat ze nog steeds geen adequate hulp heeft en dat ze gewoon van de ene naar de andere wachtlijst is gegaan. Met andere woorden: aan de voorkant, bij de poort van de jeugdzorg, zijn weliswaar de wachtlijsten weggewerkt maar achter de poort, als het gaat om de juiste behandeling, zijn ze alleen nog maar langer geworden. Friesland heeft in december 2006 een meldweek jeugdzorg gehouden. Een moeder stuurde de volgende e-mail in: ”Het enige goede wat Jeugdzorg tot nu toe voor ons heeft gedaan, is doorverwijzen naar Accare. Wij zijn meer dan zes maanden in contact geweest met Jeugdzorg omdat we hier thuis in een diepe crisis zitten. … Er wordt hulp aan huis voor ons aangevraagd. We hebben 4 kinderen totaal, 2 met afwijkend gedrag (ADHD, PDD-nos?). Ik bevind me in een crisis. Ik heb een man die me niet steunt, zich niet met de kinderen bemoeit. Jeugdzorg vindt het geen crisis en het zal nog zeker 4 maanden duren voor er hulp komt. In die tussentijd wordt er nooit contact opgenomen: hoe gaat het met jullie? Nee, red je maar. Ik voel mij steeds dieper wegglijden. Enkele malen met Leeuwarden gebeld of er niet versneld hulp kan worden geboden: nee, er is een wachtlijst. Op het laatst wordt me beloofd: over 2 weken krijgen jullie hulp. Na 4 weken was er nog geen hulp. Ik begrijp nu ook volkomen dat de situaties soms volledig uit de hand lopen omdat Jeugdzorg mensen niet serieus neemt. Nu komt er een hulpverleenster 1 of 2 keer per week 1 uurtje. Deze week helemaal niet omdat ze ziek was. Op papier staat dat we veel meer uren per week hulp krijgen. Maar ja, de eerste 6 weken stelt ook niets voor; er wordt een handelingsplan opgesteld en er verandert nog niets. We wachten al zo lang, het kan nog wel langer. Ik weet niet of ik dat nog kan opbrengen. Als ik hulp vraag, wil ik dat nu en niet over vier jaar! Ik zak alleen maar dieper. Verder komt er nog bij dat ik een zeer belastende familiegeschiedenis heb, maar nog is er dan geen crisis, hebben we niet snel hulp nodig, wordt er dan gezegd (echt wel dus!!!). Ik ben gelukkig een doorzetter, maar ik ben helemaal op, hoor niets positiefs, krijg onvoldoende steun om onze meiden op een goede manier op te voeden. Ik vind het heel jammer dat alles zo mis loopt terwijl ik toch zelf zo duidelijk heb aangegeven dat ik niet langer kan, wat kan ik er meer aan doen?” (Rapport Meldweek Jeugdzorg Fryslân) Vrij Nederland van 17 februari 2007, Paul Frissen (decaan Nederlandse School voor Openbaar Bestuur): “Kijk dan eens wat de plannen zijn. Gekoppelde databestanden, indicatiestellingen, de hulpdiensten tot achter de voordeur. Je ziet het bij de plannen voor de jeugdzorg: een elektronisch kinddossier, Centra voor Jeugd en Gezin, consultatiebureau waar de lijsten met risicofactoren al klaarliggen wanneer je binnenkomt als alleenstaande 22-jarige moeder met wisselende contacten en een kind van twee jaar dat niet goed scoort op een taaltestje omdat het net een groeistuip heeft. Voordat je het weet, krijg je verplichte opvoedingsondersteuning. Tegen zo’n overheid moeten we beschermd worden.” Als je klanten wilt, moet je wel dwingen als je eigenlijk niet zoveel te bieden hebt: Trouw van 16 december 2006: 'De jeugdzorg heeft in vele opzichten een achterstand op bijvoorbeeld de medische wereld,’ constateert De Vries (de hoofdinspecteur Jeugdzorg). ‘De gezondheidszorg is veel beter georganiseerd, heeft een eigen tuchtrecht, de opleidingen zijn beter, er is veel meer wetenschappelijk onderzoek gedaan. De jeugdzorg moet op al die punten een inhaalslag maken.’ Ga terug |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||