Mevrouw L.L.,
Wat ik de laatste week heb gehoord van mensen van wie de OTS niet werd
opgelegd of verlengd, sterkt mij in de overtuiging die ik al had. Een
verstandige tactiek is: maak de dikke verhalen van Bjz kleiner, zodat de
rechter kan denken: die ouder(s) hebben/heeft gelijk, een OTS is overbodig.
In uw plaats zou ik niet ingaan op het plan van aanpak. De gezinsvoogd
heeft, schrijft u, al ingevuld wat u ervan denkt! Hij ziet als
ontwikkelingsdoel een stabiele eigen identiteit voor uw zoon. Dat willen we
allemaal voor alle kinderen, het is dus een inhoudloze kreet. Hij schrijft
dat u van mening bent dat uw zoon die identiteit al heeft, maar het is niet
waarschijnlijk dat u dat vindt. Voor een vijftienjarige misschien, maar een
stabiele eigen identiteit bereiken mensen pas na hun twintigste. Waar hebben
we het toch over.
Waar hebben we het toch over moet denk ik ook uw houding zijn op de
rechtszitting. Uw zoon vindt dat hij geen probleem heeft, hij vindt het
prettig bij u en bij zijn vader. Het reële probleem dat er geweest is betrof
uw dochter. Zij woont niet meer bij u en uw zoon. De gezinsvoogd schrijft
wel dat hij zich goed houdt in de moeilijke situatie, maar het enige wat ik
lees in het PvA is de scheiding tussen de ouders die niet vlekkeloos
verliep, zoals bijna alle scheidingen. Moeten alle kinderen van gescheiden
ouders dan maar een OTS?!
Gaat u toch vooral tegenover de rechter (en wat die ervan vindt is het enige
wat erop aankomt, die geeft een beschikking) niet in op alles en wek niet de
indruk dat u een onredelijke muggezifter bent, een criticaster. Het doet er
niet toe of u gelijk hebt, het doet er niet toe of u gelijk hebt over het
PvA, over de hele jeugdzorg voor mijn part, het doet er alleen maar toe dat
u de rechter ervan kunt overtuigen dat deze ots overbodig is. Uw zoon voelt
zich tegenwoordig lekker in uw gezin, hij heeft contact met zijn vader, wat
nou toch zorgen? Komen die zorgen niet gewoon uit een dikke duim, of
vriendelijker gezegd: komen die zorgen niet voort uit beroepsmatig problemen
zoeken (en wat je zoekt dat vind je ook) en wat de vader betreft: hij ziet
zijn kind niet iedere dag. Voor hem zou het een geruststellende gedachte
kunnen zijn dat iemand met de moeder meekijkt (misschien denkt hij werkelijk
dat dat gebeurt bij een ots, misschien wil hij u alleen maar dwarszitten met
die ots, maar zeg dat vooral niet op de zitting).
Hoe dan ook: het gaat goed met uw zoon, hij wordt over een paar weken 15,
hij wil met rust gelaten worden. Een ots is stigmatiserend voor een kind. U
legt de nadruk op de rust die er is in uw gezin en op het gevoel van uw
zoon: het gaat gewoon goed met hem.
Geef de rechter niet de indruk dat de wrijving tussen u en de vader nog
doorgaat, ook al is dat misschien zo. Zeg iets in de trant van: in het begin
vond ik het moeilijk als L. naar zijn vader ging, maar dat ligt ver achter
ons. Er is een regeling die goed wordt nagekomen. Wij zijn er alle drie
tevreden over.
Maak geen deining. Zeg alleen dat de problemen achter u liggen en dat uw
zoon verder kan zonder ots. In uw gezin is rust en stabiliteit.
Laat u hier niet van afleiden, ook niet door de gezinsvoogd.
Doe zolang de ots nog niet is opgeheven helemaal niets. Zet niets op
internet of wat dan ook. U kunt zich tenslotte uw hele verdere leven nog
uitleven!
En bovendien: als de rechter de ots wel verlengt, wat dan nog? Uw
zoon en u gaan nergens op in. Men ziet maar. Dit PvA is meer een soort
sinterklaaswensenlijstje dan een PvA: stabiele identiteit. Ik zie geen woord
hoe die identiteit te bereiken. Aanpak?! Van zo'n PvA heeft een mens ook
geen last.
Ik wens u rust. Alleen met (een vertoon van) rust kunt u van de ots afkomen.
Dat kan best lukken, en als het niet lukt: ze doen maar. Ga terug |