Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Klachten
<< vorige pagina   
print pagina
 

Visie van de Nationale Ombudsman op goede klachtbehandeling in de jeugdzorg

Klachten >>

23 maart 2010

2010/045

 

datum: 23 maart 2010

nummer : 2010/045

GOEDE KLACHTBEHANDELING IN DE JEUGDZORG

een handreiking

Onderzoeksteam:

mevrouw mr. drs. N. van der Bijl

mevrouw mr. P.C. van Dorst

mevrouw mr. F.F. Wery

Ondersteuning:

mevrouw C.M. Reijndorp

 

de Nationale ombudsman

Beschouwing

BESCHOUWING

Dit project ben ik gestart met drie Bureaus Jeugdzorg die samen met mij wilden verkennen

waar en hoe klachtbehandeling bij Bureaus Jeugdzorg kan worden verbeterd.

Samen met Bureau Jeugdzorg Gelderland, Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant en Bureau

Jeugdzorg Zuid-Holland is een gezamenlijke visie op klachtbehandeling ontwikkeld en

zijn daaruit voortvloeiende uitgangspunten opgesteld. Met deze uitgangspunten komen

de bureaus tot een meer eenduidige klachtbehandeling. Tegelijkertijd laten de uitgangspunten

ruimte voor eigen keuzes en passende klachtbehandeling die voldoende aansluit

bij de dagelijkse praktijk.

Deze handreiking wordt gedragen door de drie Bureaus Jeugdzorg die zijn betrokken bij

dit project. De handreiking spreekt echter alle bureaus aan. Ik vertrouw erop dat de

bestuurders van alle Bureaus Jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen, het Leger

des Heils, de Stichting Gereformeerde Jeugdzorg en de William Schrikker Groep, achter

deze visie en handreiking gaan staan en daadwerkelijk aan de slag gaan binnen hun

eigen Bureau Jeugdzorg om te komen tot goede eerlijke en eenduidige klachtbehandeling

in de Jeugdzorg!

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

 

de Nationale ombudsman

INHOUDSOPGAVE

I. Inleiding

................................................................................................................3

II. Visie

......................................................................................................................5

III. Uitgangspunten klachtbehandeling Bureaus Jeugdzorg

................................7

IV. Toelichting

 

..........................................................................................................11

de Nationale ombudsman

I. - Inleiding

3

I. INLEIDING

Als er problemen ontstaan rond een kind kan het nodig zijn dat Bureau Jeugdzorg wordt

ingeschakeld. Vaak komt de relatie met Bureau Jeugdzorg vrijwillig tot stand, maar soms

is de relatie opgelegd door de rechter in de vorm van een ondertoezichtstelling. De

kinderen, hun ouders of verzorgers zijn in die situaties afhankelijk van de hulpverlening

van Bureau Jeugdzorg. Zij moeten het beslissingsrecht overlaten aan Bureau Jeugdzorg,

zonder de keuze te hebben of zij dit wel willen. Soms twijfelen zij of Bureau Jeugdzorg

wel op een juiste manier omgaat met de kinderen en hun eigen rechten. Voor de

aanvaarding van keuzes die Bureau Jeugdzorg maakt, is het vaak van doorslaggevend

belang dat die keuzes rechtvaardig overkomen. Die rechtvaardigheid hangt nauw samen

met de al dan niet behoorlijke wijze waarop kinderen, hun ouders of verzorgers door

Bureau Jeugdzorg behandeld worden. Als het mis gaat met die behoorlijkheid kan dit

leiden tot klachten over de handelwijze van Bureau Jeugdzorg.

Een goede klachtbehandeling is belangrijk voor het herstel van vertrouwen van de burger

in de overheid en dat geldt ook voor Bureau Jeugdzorg. Dit is des te meer van belang als

er sprake is van een langdurige relatie met de instantie, zoals bij Bureau Jeugdzorg vaak

het geval is. Als klagers zich gehoord en serieus genomen voelen en het gevoel hebben

dat een behoorlijke klachtbehandeling plaatsvindt, dan zullen zij ook eerder in staat zijn te

luisteren naar een oordeel of aanbeveling die tegenstrijdig is met hun verwachtingen en

zullen zij eerder in staat zijn die te aanvaarden.

Een goede klachtbehandeling is ook belangrijk omdat het een onmisbaar terugkoppelingsmechanisme

is voor de professionals in de jeugdzorg. Zorgvuldig behandelde

klachten kunnen zowel voor individuele professionals als voor de organisatie waarin zij

werken aanwijzingen voor verbetering opleveren. Het is niet voor niets dat aan klachtbeoordelingen

een aanbeveling verbonden kan worden. Doch afgezien van concrete

aanbevelingen vormt klachtbehandeling een goede aanleiding voor de zelfreflectie die

passend is voor professionals en professionele organisaties.

Op dit moment zijn er bij de klachtbehandeling bij de Bureaus Jeugdzorg opmerkelijke

verschillen. Die verschillen betreffen zowel de vraag wie waarover kan klagen, als de

procedure die gevolgd wordt. Het is ook niet altijd duidelijk wat de visie is van het Bureau

Jeugdzorg op klachtbehandeling en hoe zich dat vertaalt in de inrichting van de

klachtprocedure en in de uitvoeringspraktijk zoals de toegankelijkheid van de klachtprocedure

en het onderwerp van de klacht. De Nationale ombudsman is van mening dat

voor iemand die met Bureau Jeugdzorg te maken krijgt de kwaliteit van de

klachtbehandeling niet afhankelijk mag zijn van de provincie waar hij woont. Op zich

mogen er verschillen zijn. De geloofwaardigheid van het werk van de Bureaus Jeugdzorg

is er echter mee gediend dat er wat betreft visie en essentiële uitgangspunten van de

klachtprocedure geen ongerechtvaardigde verschillen tussen de instellingen zijn. De

Nationale ombudsman heeft daarom besloten een onderzoek in te stellen naar

klachtbehandeling door Bureaus Jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen.

1

1

Leger des Heils, Stichting Gereformeerde Jeugdzorg, William Schrikker Groep.

de Nationale ombudsman

I. - Inleiding

4

Met het aannemen van de motie Langkamp

een goede, eerlijke en eenduidige klachtenafhandeling bij de Bureaus Jeugdzorg van

groot belang is. De Tweede Kamer acht het onwenselijk dat de klachtafhandeling per

Bureau Jeugdzorg verschilt. In zijn reactie op deze motie heeft minister Rouvoet

verwezen op het onderhavige onderzoek van de Nationale ombudsman, dat toen reeds

was gestart.

De Nationale ombudsman wil op basis van zijn expertise een bijdrage leveren aan goede,

eerlijke en eenduidige klachtenafhandeling bij de Bureaus Jeugdzorg. Samen met

Bureau Jeugdzorg Gelderland, Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant en Bureau Jeugdzorg

Zuid-Holland heeft de Nationale ombudsman in verschillende bijeenkomsten gebrainstormd

over de vereisten en dilemma's bij kwalitatief goede klachtbehandeling door

Bureau Jeugdzorg. Met deze drie bureaus is een gezamenlijke visie op klachtbehandeling

ontwikkeld en zijn daaruit voortvloeiende uitgangspunten opgesteld voor

kwalitatief goede klachtbehandeling. Op deze wijze wordt duidelijk aan welke

uitgangspunten elk Bureau Jeugdzorg, dat voor kwalitatief goede klachtbehandeling

staat, moet voldoen. Dat neemt niet weg dat deze uitgangspunten ruimte laten voor eigen

keuzes en passende klachtbehandeling die voldoende aansluit bij de dagelijkse praktijk.

2 heeft ook de Tweede Kamer benadrukt dat

2

TK 2008-2009, 31866, nr. 7

de Nationale ombudsman

II. - Visie

5

II. VISIE

Bureau Jeugdzorg staat voor kwalitatieve klachtbehandeling. Onvrede die er leeft in de

contacten tussen betrokkenen en Bureau Jeugdzorg mag de hulpverlening aan het kind

niet in de weg staan. Klachtbehandeling dient met respect voor de onvrede en

oplossingsmogelijkheden van beide partijen plaats te vinden en is daarom een kwestie

van maatwerk. Klachtbehandeling kan niet zonder positief effect blijven op de contacten

tussen de betrokkenen en Bureau Jeugdzorg en is onderdeel van een proces tot

voortdurende verbetering van het werk van Bureau Jeugdzorg.

 

de Nationale ombudsman

III. - Uitgangspunten klachtbehandeling Bureaus Jeugdzorg

7

III. UITGANGSPUNTEN VOOR GOEDE, EERLIJKE EN EENDUIDIGE

KLACHTBEHANDELING BIJ DE BUREAUS JEUGDZORG

1. Wie kan klagen

Iedereen die geconfronteerd wordt met een concrete gedraging van een Bureau

Jeugdzorg kan klagen. Bureau Jeugdzorg kent een informele en een formele klachtbehandeling.

Informele klachtbehandeling vindt plaats op uitvoerend niveau en is gericht

op conflictoplossing en relatieherstel. Elke uiting van onvrede van een ieder wordt

adequaat door het uitvoerend niveau behandeld als klacht.

Formele klachtbehandeling bestaat uit behandeling van de klacht door een externe

klachtencommissie en een uitspraak van de directeur waarin hij aangeeft of hij het

oordeel van de commissie deelt. Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid wordt door

de klachtencommissie gekeken naar de inhoud van de klacht. Spreekt uit de aard van de

klacht een zeker belang of relevante mate van betrokkenheid bij het kind, dan is de klacht

in beginsel ontvankelijk.

2. Waarover kan worden geklaagd

In beginsel kan over alle gedragingen van Bureau Jeugdzorg geklaagd worden voor

zover het om de behoorlijkheid van handelen gaat.

kan elke gedraging van Bureau Jeugdzorg onderwerp zijn van klachtbehandeling.

Op uitvoerend niveau, waarbij de nadruk ligt op conflictoplossing en relatieherstel,

Jeugdzorg voor zover deze de behoorlijkheid raken.

De klachtencommissie behandelt klachten over gedragingen van Bureau

3. Binnen welke termijn kan worden geklaagd

Een klacht dient binnen een termijn van één jaar nadat de gedraging heeft

plaatsgevonden te worden ingediend. Als er sprake is van een voortgezette gedraging of

als de gedraging pas later merkbaar effect heeft, kan worden afgeweken van de

jaartermijn. Het is dan wel van belang dat de klager niet onnodig lang heeft gewacht met

het indienen van de klacht.

4. Gesprek bij informele klachtbehandeling

De gesprekken in het kader van klachtbehandeling op uitvoerend niveau, die in beginsel

gericht zijn op conflictoplossing en relatieherstel, worden gevoerd onder leiding van een

persoon die daarvoor over de juiste competenties beschikt, waaronder bemiddelingsvaardigheden.

Van het gesprek dient schriftelijk verslag te worden gedaan. Van het

gespreksverslag dat ook de uitkomst van het klachtgesprek bevat, wordt een afschrift

verzonden aan klager en beklaagde.

5. Registratie

Met het oog op het monitoren van de informele klachtbehandeling zorgt Bureau

Jeugdzorg voor registratie van de uitkomst van het informele klachtgesprek.

de Nationale ombudsman

III. - Uitgangspunten klachtbehandeling Bureaus Jeugdzorg

8

6. Uitspraak na informele klachtbehandeling

Als de klacht door middel van het gesprek niet is opgelost, en verzoeker met zijn klacht

bovendien niet terecht kan bij de klachtencommissie, dient een bestuurder in deze fase,

dat wil zeggen na informele behandeling van de klacht, een oordeel te geven over de

klacht.

7. Geen getrapte klachtbehandeling

Ondanks het bestaan van een informele en een formele fase verloopt klachtbehandeling

door Bureau Jeugdzorg niet per se getrapt. Een klager heeft de mogelijkheid van directe

toegang tot de klachtencommissie. Bij ontvangst van een klacht zal de ontvanger (Bureau

Jeugdzorg of de klachtencommissie) met verzoeker overleggen welke klachtbehandeling

passend is. Aan de hand van de aard van de klacht en het belang van de klager zal

allereerst worden bekeken of klachtbehandeling op uitvoerend niveau, gericht op

conflictoplossing en relatieherstel mogelijk is.

Indien dit niet het geval is zal de klachtencommissie worden gevraagd een oordeel te

geven.

8. Doorgeleiding van klachten

Indien de klacht is aangemeld bij de klachtencommissie, vervolgens eerst is behandeld

op uitvoerend niveau en klager aangeeft daarmee niet tevreden te zijn, dan draagt

Bureau Jeugdzorg de klacht over aan de klachtencommissie. In die gevallen dat de

klager direct geklaagd heeft op uitvoerend niveau en niet tevreden is met de behandeling

van zijn klacht, biedt Bureau Jeugdzorg aan de klacht door te sturen aan de

klachtencommissie.

9. Beschikbaarheid stukken

Tijdens behandeling van de klacht beschikken alle partijen op basis van gelijkwaardigheid

over dezelfde stukken. Ook klager ontvangt derhalve de contactjournaals, plannen van

aanpak en dergelijke die Bureau Jeugdzorg aan de klachtencommissie overlegt.

10. Verweer

De klachtencommissie vraagt schriftelijk verweer aan Bureau Jeugdzorg. Dit verweer

wordt door de klachtencommissie voor de zitting toegezonden aan de klager.

De klachtencommissie geeft diegene die de klacht heeft voorgelegd tijdens de zitting het

laatste woord.

11. Onderzoek naar toedracht

De klachtencommissie baseert haar oordeel niet alleen op de schriftelijke stukken maar

onderzoekt zo veel mogelijk de ware toedracht. Zij streeft optimaal naar het

reconstrueren van de feiten.

12. Oordeel klachtencommissie

De klachtencommissie kan een klacht, indien ontvankelijk, geheel of gedeeltelijk gegrond

of ongegrond verklaren. Wanneer kan worden vastgesteld of aannemelijk moet worden

geacht dat de onderzochte gedraging zich niet heeft voorgedaan, met andere woorden,

de Nationale ombudsman

III. - Uitgangspunten klachtbehandeling Bureaus Jeugdzorg

9

dat de klacht feitelijke grondslag mist, acht de commissie de klacht niet gegrond.

Wanneer niet kan worden vastgesteld of de onderzochte gedraging zich heeft voorgedaan,

dan onthoudt de klachtencommissie zich (op dit punt) van een oordeel.

Het oordeel is goed gemotiveerd en wordt, eventueel vergezeld van individuele of

structurele aanbevelingen aan Bureau Jeugdzorg, toegezonden aan de klager, de

beklaagde en de leidinggevende van de beklaagde. Daarnaast wordt het oordeel

gestuurd aan de Raad van Bestuur van Bureau Jeugdzorg.

13. Uitspraak bestuurder

In beginsel neemt de bestuurder het oordeel van de klachtencommissie over. De

bestuurder is in dat geval verantwoordelijk voor de motivering van de klachtencommissie,

immers met het overnemen van het oordeel maakt hij de motivering tot de zijne.

14. Afwijken van het oordeel van de klachtencommissie

Het oordeel van de klachtencommissie bestaat uit een oordeel over de gegrondheid van

de klacht en eventuele aanbevelingen aan de Raad van Bestuur van de Stichting.

Een bestuurder kan afwijken van aanbevelingen als daar goede bestuurlijke afwegingen

aan ten grondslag liggen. Indien de bestuurder afwijkt van aanbevelingen of aanbevelingen

niet opvolgt, deelt hij dit gemotiveerd mee aan zowel de klachtencommissie als

aan de klager.

De bestuurder kan in uitzonderlijke gevallen ook afwijken van het oordeel van de

klachtencommissie. Indien de bestuurder zich niet kan vinden in de motivering van de

klachtencommissie deelt de bestuurder dit gemotiveerd mee aan zowel de klachtencommissie

als aan de klager. De bestuurder mag niet op eigen gezag afwijken van de

feiten zoals vastgesteld in de klachtprocedure. Indien de bestuurder afwijkt van het

oordeel van de klachtencommissie omdat na de zitting nieuwe feiten naar voren zijn

gekomen, dient er opnieuw hoor en wederhoor plaats te vinden. Dit kan in de vorm van

een schriftelijke ronde of in de vorm van een tweede zitting bij de klachtencommissie.

15. Voortvarend

Bureau Jeugdzorg draagt zorg voor een voortvarende behandeling van de klacht. Dit

betekent dat de afdoeningstermijn van zes plus vier weken, zoals door de verschillende

Bureaus Jeugdzorg genoemd in hun klachtenregelingen, ook uitgangspunt is, dan wel

maximaal met vier weken wordt verlengd, wanneer vooraf informele klachtbehandeling

plaatsvindt.

16. Terugkoppeling

De bestuurder draagt zorg voor terugkoppeling van de klachten en de oordelen naar de

werkvloer. Om een maximaal leereffect te bereiken worden zowel de klachten die

informeel zijn afgedaan als de klachten die door de klachtencommissie zijn behandeld

nabesproken op teamniveau en op managementniveau.

de Nationale ombudsman

III. - Uitgangspunten klachtbehandeling Bureaus Jeugdzorg

10

17. Monitoring

De informele klachten en de oordelen en aanbevelingen van de klachtencommissie

worden door de Raad van Bestuur van de stichting gemonitord. De gegevens over de

klachten worden gebruikt als managementinformatie om structurele verbeteringen in de

organisatie te bewerkstelligen. Hiertoe wordt periodiek een rapportage gemaakt waarin

patronen in klachten worden erkend en de maatregelen die zijn toegezegd naar

aanleiding van een oordeel op een klacht worden gevolgd. Deze periodieke monitor

wordt vervolgens besproken in de diverse gremia van het Bureau Jeugdzorg.

de Nationale ombudsman

IV. - Toelichting

11

IV. TOELICHTING

Algemeen

Er bestaan op dit moment veel varianten van klachtbehandeling binnen Bureau

Jeugdzorg. Er is sprake van de mogelijkheid van een bemiddelingsgesprek op uitvoerend

niveau, maar een klager kan ook direct een oordeel vragen aan de klachtencommissie.

Vaak wendt iemand zich direct tot de klachtencommissie. Deze wijst dan eerst op de

mogelijkheid van een bemiddelingsgesprek, waarna eventueel alsnog een oordeel kan

worden gevraagd aan de klachtencommissie. Het gebeurt ook dat de klachtencommissie

direct aangeeft dat klager geen toegang heeft tot de klachtencommissie. Deze persoon

kan met zijn klacht dan alleen op uitvoerend niveau terecht. De verschillende routes

worden nu vooral ingegeven door de relatie van de klager tot het kind.

Om de kwaliteit van klachtbehandeling te verhogen zou Bureau Jeugdzorg deze al

bestaande varianten op een andere manier kunnen inzetten, namelijk door zich te laten

leiden door de aard van de klacht en het belang van de klager. Dit betekent dat Bureau

Jeugdzorg moet investeren in het versterken van de informele klachtbehandeling

name in de fase van informatie inwinnen bij de klager. Zodra iemand bij Bureau

Jeugdzorg een klacht indient, is het van belang te achterhalen wat het verhaal is achter

de klacht. Waarom klaagt iemand? Wat wil iemand bereiken? Is er wel sprake van een

klacht of gaat het eigenlijk om andere belangen? Is iemand het wellicht niet eens met de

hulpverlening door Bureau Jeugdzorg? Heeft hij meer informatie nodig over bijvoorbeeld

zijn rechten en plichten? Voelt hij zich onheus bejegend? Wil hij een uitspraak over een

principiële kwestie? Op basis van de antwoorden op deze en andere vragen kan een

passende vorm van behandeling van de klacht worden gezocht. In sommige gevallen zal

iemand verwezen worden naar een bezwaarcommissie of naar een rechter omdat alleen

via die weg het belang van de klager daadwerkelijk gediend kan worden.

Bureau Jeugdzorg is niet overgeleverd aan de procedure, in plaats daarvan beschikt zij

over een soort menukaart met verschillende mogelijkheden waaruit de klager, gelet op

zijn belang en de aard van de klachten, in overleg met Bureau Jeugdzorg een goede

keuze kan maken.

Bovenstaande gedachtegang vormt de basis van hetgeen in de uitgangspunten is

uitgewerkt. De visie en de uitgangspunten gelden, tenzij anders vermeld, voor klachtbehandeling

door Bureau Jeugdzorg zowel op uitvoerend niveau als voor klachtbehandeling

door de klachtencommissie.

3, met

1. Wie kan klagen

In de Memorie van Toelichting bij de Wet op de Jeugdzorg staat beschreven: "Klager is

degene die in de klachtregeling van de stichting of zorgaanbieder als zodanig is

aangewezen. In ieder geval zullen degenen die in het wetsvoorstel cliënt zijn ook klager

3

gebruikt voor een pragmatische benadering van de klacht. De informele klachtbehandeling, waarbij op korte

termijn persoonlijk contact wordt opgenomen met de klager om de kou uit de lucht te halen, leidt in veel

gevallen tot een snelle oplossing voor beide partijen.

De term informele klachtbehandeling bevat geen waardeoordeel. De term wordt door bestuursorganen veelal

de Nationale ombudsman

IV. - Toelichting

12

zijn." Dit betekent dat Bureau Jeugdzorg in ieder geval toegang tot de klachtencommissie

moet openstellen voor degenen die als cliënt zijn aangewezen ingevolge artikel 68 van

de Wet op de Jeugdzorg. De opsomming in de wet is echter geen limitatieve opsomming.

Niets weerhoudt Bureau Jeugdzorg ervan om ook andere personen toegang te geven tot

klachtbehandeling bij de klachtencommissie.

Er wordt bij de Bureaus Jeugdzorg een zekere angst gevoeld om de "deuren open te

gooien" voor een ieder die een klacht wil indienen. Deze angst is voorstelbaar, maar mag

natuurlijk geen reden zijn om de toegang tot klachtbehandeling te versmallen. Het ligt

veel meer voor de hand om een passende klachtbehandeling te zoeken bij de aard van

de klacht en het belang van de klager, dan om op voorhand al iemand van

klachtbehandeling door de klachtencommissie uit te sluiten vanwege de persoon van de

klager. Overigens is deze handelwijze op een aantal plekken al praktijk in gevallen dat

uitsluiting van de persoon gelet op de aard van de klacht, niet juist lijkt.

Voor klachten van professionals (scholen, ketenpartners etc.) geldt het volgende. In de

regel zal de aard van dergelijke klachten niet vragen om behandeling door de

klachtencommissie. Klachten van professionals handelen vaak over samenwerkingsverbanden

die niet soepel verlopen, knelpunten kennen en verbeterd moeten worden.

Een passende behandeling van dergelijke klachten lijkt een constructief gesprek op

uitvoerend niveau of, afhankelijk van de inhoud van de klacht, met een bestuurder. In het

geval een professional echter een klacht indient waarbij niet zozeer de werkrelatie maar

zijn of haar directe betrokkenheid bij het kind een rol speelt, geldt dezelfde situatie als

voor alle andere klagers. Ook hier geldt dus steeds dat aan de hand van de aard van de

klacht wordt beoordeeld door wie en op welke manier de klacht het beste opgepakt kan

worden.

2. Waarover kan worden geklaagd

Over de inhoud van een rechterlijke uitspraak kan niet worden geklaagd bij de

klachtencommissie. Wel kan de klachtencommissie een oordeel geven over de uitvoering

van die rechterlijke uitspraak door Bureau Jeugdzorg op grond van de behoorlijkheid.

In beginsel stelt een klachtencommissie zich voorts terughoudend op als een klacht

bijvoorbeeld het beleid van Bureau Jeugdzorg betreft. Echter zodra er een vermoeden is

van een behoorlijkheidsgebrek in dat beleid, is de klachtencommissie wel degelijk

bevoegd om daarover te oordelen.

De behoorlijkheid omvat onder meer: zorgvuldigheid, voortvarendheid, rechtszekerheid et

cetera. Voor meer informatie over de behoorlijkheid en welke normen deze omvat, wordt

kortheidshalve verwezen naar de behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman.

3. Binnen welke termijn kan worden geklaagd

De termijn van één jaar is vastgesteld analoog aan de Algemene wet bestuursrecht.

4. Gesprek bij informele klachtbehandeling

De rol van gespreksbegeleider kan worden vervuld door iemand die over de daarvoor

vereiste capaciteiten, zoals bemiddelingsvaardigheden, beschikt. Te denken valt

de Nationale ombudsman

IV. - Toelichting

13

bijvoorbeeld aan een groepje personen binnen Bureau Jeugdzorg, getraind in

conflictoplossing en agressiebeheersing, die kunnen worden ingezet om de rol van

gesprekbegeleider bij een dergelijk klachtgesprek te vervullen.

5. Registratie

Borging van deze procedure kan plaatsvinden via een kwaliteitssysteem of via HKZ.

6. Uitspraak na informele klachtbehandeling

Omdat er een onderscheid bestaat tussen de klachten die kunnen worden voorgelegd op

uitvoerend niveau en klachten die door de klachtencommissie worden behandeld, en

sommige klagers/klachten derhalve geen toegang hebben tot een oordeel van de

klachtencommissie, is het belangrijk dat er ook op uitvoerend niveau een volwaardige

klachtbehandeling plaatsvindt. Dit betekent onder meer dat ook bij een uitsluitend

informele klachtbehandeling, die niet naar tevredenheid van verzoeker is afgerond, de

bestuurder een oordeel geeft over de klacht.

7. en 8. Geen getrapte klachtbehandeling en doorgeleiding van klachten

Met het bestaan van informele klachtbehandeling en formele klachtbehandeling is het

belangrijk ervoor te waken dat er in feite toch getrapte klachtbehandeling plaatsvindt. In

ieder geval kan de schijn van getrapte klachtbehandeling worden gewekt door van de

klager te verlangen dat hij zijn klacht zelf, na informele klachtbehandeling, opnieuw

voorlegt aan de klachtencommissie. Dit kan een onnodige drempel zijn voor klagers.

Bureau Jeugdzorg dient daarom in ieder geval doorzending van de klacht aan te bieden.

Uiteraard bestaan er situaties waarin de klager de voorkeur geeft zelf contact op te

nemen met de klachtencommissie.

9. en 10. Beschikbaarheid stukken en verweer

Bureau Jeugdzorg dient zorg te dragen voor een goede voorbereiding van de zitting

opdat beide partijen op basis van gelijkwaardigheid aan de zitting kunnen deelnemen. Dit

houdt onder meer in dat alle partijen beschikken over dezelfde stukken en Bureau

Jeugdzorg haar verweer zorgvuldig voorbereid.

Van Bureau Jeugdzorg mag worden verwacht dat het een klager de gelegenheid biedt

zijn standpunt naar voren te brengen en te verdedigen, en het daaraan eventueel

tegenovergestelde standpunt van een bestuursorgaan te bestrijden. Hierbij past dat de

klachtencommissie klager tijdens de zitting het laatste woord geeft.

11. Onderzoek naar toedracht

Het reconstrueren van feiten houdt onder meer in dat een klachtencommissie indien

nodig extra stukken opvraagt en/of getuigen hoort.

12. Oordeel klachtencommissie

Als de feiten, ondanks de inspanningen van de klachtencommissie niet duidelijk worden,

kan er beter 'geen oordeel' worden gegeven dan dat de verklaring van de medewerker

van Bureau Jeugdzorg het voordeel van de twijfel krijgt.

de Nationale ombudsman

IV. - Toelichting

14

13. Uitspraak bestuurder

Uit de brief aan de klager moet blijken dat de bestuurder zich het oordeel eigen maakt.

Herstel van vertrouwen is belangrijk. Daarom neemt de bestuurder de verantwoordelijkheid

ten aanzien van het gebeurde zelf. De bestuurder erkent bij een gegronde klacht wat

fout is gegaan en verbindt daaraan (indien van toepassing) gevolgen.

14. Afwijken van het oordeel van de klachtencommissie

Het vereiste van hoor en wederhoor impliceert transparantie. Deze transparantie is ook

gewenst in de bestuurlijke fase van de uitspraak op de klacht. Dit betekent dat er bij

nieuwe feiten een nieuwe hoor en werderhoor-ronde moet plaatsvinden.

Dit geldt niet als de bestuurder wil afwijken van het oordeel omdat hij het niet eens is met

de motivering. In dergelijke gevallen luistert de motivering van de bestuurder uiteraard

zeer nauw.

15. Voortvarend

Het is voor de klager van belang dat hij ervan op aan kan dat zijn klacht zo voortvarend

mogelijk wordt behandeld. Immers de klacht kan de hulpverlening aan het kind in de weg

staan.

16. Terugkoppeling

Het herstel van vertrouwen van de klager is een belangrijke doelstelling van

klachtbehandeling. Minstens zo belangrijk is het terugkoppelen van klachten naar de

organisatie omwille van het leereffect. Daarnaast wordt met deze terugkoppeling

bevorderd dat er op een open manier over klachten gesproken wordt, hetgeen uiteindelijk

zal leiden tot een cultuur waarin medewerkers klachten zien als een gratis advies.

17. Monitoring

Klachten bevatten waardevolle informatie. Door middel van de monitor wordt er een

verbinding gelegd tussen de klachten. Vooral structurele problemen worden op deze

manier zichtbaar. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen en om ervoor te zorgen

dat alle relevante signalen komen bovendrijven dienen niet alleen de klachten die zijn

behandeld door de klachtencommissie, maar ook de klachten die zijn afgedaan op het

informele niveau worden meegenomen in de monitor.

Deze monitor wordt vervolgens besproken in de diverse periodieke overleggen zoals het

tweejaarlijks overleg tussen de bestuurder en de klachtencommissie, het overleg tussen

de bestuurder en de vestigingsmanagers en het overleg met de cliëntenraad.

 

 

 

de Nationale ombudsman

Postbus 93122

2509 AC Den Haag

Telefoon (070) 356 35 63

Fax (070) 360 75 72

www.nationaleombudsman.nl


Ga terug