Een vader die uit angst voor zijn schuldeisers op een geheim adres woont, heeft zijn gezag en omgang met zijn kinderen verloren.
De zaak van de ondergedoken vader
Na de echtscheiding was er in 2005 twee keer omgang geweest tussen de vader en de kinderen. De vader was echter sinds die tijd ondergedoken uit angst voor zijn schuldeisers. De moeder wilde daarom alleen het gezag over de kinderen uitoefenen en ze wilde niet dat de vader nog aanspraak kon maken op omgang. Dat recht had hij verspeeld door nauwelijks meer interesse te tonen in de kinderen, vond de moeder. Evenmin had de vader aan haar of de kinderen laten weten waar hij woonde.
Geen communicatie ouders
De zaak kwam tot aan het gerechtshof. Volgens het hof wenste de vader geen enkele verantwoordelijkheid voor de minderjarigen te nemen, gaf hij de moeder de schuld van het ontbreken van communicatie en het gebrek aan contact met de minderjarigen en ontbeerde hij inzicht in zijn eigen aandeel in de ontstane situatie. Doordat hij zijn adres nog steeds niet aan de moeder bekend had gemaakt, was het voor haar onmogelijk om met de vader overleg te plegen over de minderjarigen.
Geen gezag, geen omgang
De vader had bovendien tijdens de zitting aangegeven weinig te hebben gedaan om invulling te geven aan het gezag. Onder die omstandigheden was het in het belang van de kinderen noodzakelijk dat het eenhoofdig gezag aan de moeder toekwam. Wat een omgangsregeling betreft, was het gezien de huidige situatie niet in het belang van de kinderen om een omgangsregeling vast te stellen.
Lees ook: Omgangsregeling: de kinderen willen geen omgang meer
Bron: Gerechtshof 's-Gravenhage, 16 februari 2011, LJN BP6501
