![]() |
||||
|
||||
|
|
Gevonden in Rechtspraak Familierecht, aflevering 7/8 (jrg. 2008, juli/augustus): M. Groenleer, Handleiding bij verhuizing met kinderen na scheiding; Echtscheidingsbulletin 2008, 35, pag. 79-83. “Groenleer formuleert in haar artikel in Echtscheidingsbulletin de hoofdregel dat het de moeder is toegestaan met het kind te verhuizen. In het cassatiemiddel dat heeft geleid tot de beslissing van de Hoge Raad van 25 april 2008, wordt als vuistregel voorgesteld dat de ouder bij wie het kind woont in beginsel het recht heeft de verblijfplaats van het kind te wijzigen, mits de andere ouder tevoren op de hoogte is gesteld en mits de verzorgende ouder met het oog op de voorgenomen verhuizing aan de andere ouder een redelijk voorstel doet voor een bij de nieuwe situatie passende omgangsregeling. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechter alle belangen dient af te wegen en dat het belang van het kind niet per definitie het zwaarst weegt. Daarbij spelen tal van omstandigheden een rol. … Een vast ijkpunt kan niet worden gegeven. Dit betekent dat de rechtspraktijk het zal moeten doen met het wettelijk criterium: afweging van alle belangen waarbij het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn.” Toestemming verhuizing: Hof Den Haag 5 maart 2003, LJN AG1643: verhuizing naar Australië toegestaan Rechtbank Den Haag 1 september 2005, LJN AU2740: verhuizing naar België toegestaan Hof Den Haag 22 augustus 2007, LJN BB3142: verhuizing naar Engeland toegestaan Hof Leeuwarden 1 augustus 2007, LJN BB1198: verhuizing naar Brazilië toegestaan Rechtbank Utrecht 26 januari 2003, LJN AS6703: verhuizing naar Dubai niet toegestaan Rechtbank Alkmaar 5 april 2006, LJN AV8683: verhuizing naar Kreta niet toegestaan. Rechtbank Rotterdam 23 juli 2007, LJN BB0581: verhuizing naar Bonaire niet toegestaan Rechtbank Haarlem 27 februari 2007, LJN BA1742: verhuizing naar Spanje niet toegestaan “De problematiek rondom een voorgenomen internationale verhuizing van een van de ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt regelmatig op grond van art. 1:253a BW aan de rechter voorgelegd. In HR 15 december 2000, LJN AA 9042, is beslist dat de rechter op grond van voornoemd artikel de verblijfplaats van het kind kan bepalen. …is echter nog niets gezegd over de maatstaven die de rechter daarbij behoort aan te leggen. … De Hoge Raad nuanceert hier een al te strikte uitleg van art. 3 IVRK, dat stelt dat de belangen van het kind de eerste overweging vormen. Die belangen vormen weliswaar de eerste, maar niet de enige overweging. … Er lijkt een trend te bestaan dat toestemming voor een verhuizing met de kinderen naar het buitenland niet snel wordt gegeven. …Indien de ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen kan de ene ouder niet zonder goedvinden van de andere ouder met het kind naar een ander land vertrekken. Gebeurt dit onverhoopt toch, dan kan de andere ouder op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag in beginsel de onmiddellijke teruggeleiding van het kind verzoeken. … In wetenschappelijk onderzoek is getracht een invulling te geven aan het begrip ‘belang van het kind’. In de vakliteratuur is verwezen naar een publicatie van twee psychologen, waarin de volgende ijkpunten zijn genoemd: een adequate verzorging; een veilige fysieke omgeving; continuïteit en stabiliteit; interesse in de leefwereld van een kind; respect; serieus nemen van behoeften van een kind; geborgenheid bij en steun en begrip van tenminste een volwassene; een ondersteunende en flexibele structuur met ruimte voor initiatief, uitdagingen en experimenteergedrag; adequaat voorbeeldgedrag; brede educatiemogelijkheden; omgang met leeftijdgenoten; kennis over en contact met eigen verleden. (S. Meuwese, Het belang van het kind in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Tijdschrift voor de Rechten van het Kind 2003, blz. 23-26, verwijzend naar: J. Heiner en A.A.J. Bartels, Jeugdstrafrecht en het belang van het kind; het belang van het kind nader omschreven. FJR 1989, blz. 59-67. i.h.b. blz. 62-63.) Deze ijkpunten van gedragskundige aard zijn echter in een gerechtelijke procedure niet gemakkelijk te operationaliseren als criterium voor de bepaling van de verblijfplaats, tenzij een van de ouders op een van deze punten duidelijk tekortschiet.” Ga terug |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||