Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Nuttig om te weten
<< vorige pagina   
print pagina
 

Toelichting op LIRIK

Nuttig om te weten >>

Licht Instrument Risicotaxatie

Kindveiligheid – Jeugdzorg

(LIRIK-JZ)

Toelichting en instructie

juni 2009

Ingrid ten Berge & Karin Eijgenraam

© Nederlands Jeugdinstituut

i.s.m. Landelijk Inhoudelijk Platform VIB

download van www.nji.nl/lirik

Download van www.nji.nl/lirik pag. 2

Inhoudsopgave

Introductie

3

Doel

3

Opzet

4

Gebruik van de LIRIK

4

Algemeen

4

Deel 1 Huidige veiligheidssituatie

6

Deel 2 Risicotaxatie

13

Wat te doen met de uitkomst van de LIRIK?

Download van www.nji.nl/lirik pag. 3

15

Introductie

Het Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK) is een korte checklist die ontwikkeld is voor

de bureaus jeugdzorg in het kader van het project Verbetering Indicatiestelling Bureaus Jeugdzorg

(VIB). De LIRIK ondersteunt de eerste stap van het drieslagmodel in de aanpak van

kindermishandeling: het onderkennen van (mogelijke) signalen van kindermishandeling.

De voorliggende versie van de LIRIK is een herziene versie. De eerste werkversie is in 2007 ontwikkeld

voor de Toegang van Bureau Jeugdzorg op basis van het inhoudelijk kader van de ORBA-werkwijze

(Onderzoek, Risicotaxatie en Besluitvorming AMK’s).

Toegang en het AMK geëvalueerd.

aangepast. Voor de bureaus jeugdzorg is ook een digitale versie van de LIRIK ontwikkeld.

In deze toelichting beschrijven we eerst kort het doel en de opzet van de LIRIK. Vervolgens geven we

concrete aanwijzingen en tips voor het gebruik.

N Begin 2009 zijn de gebruikservaringen bij deO Op basis van deze evaluatie is de LIRIK op enkele punten

Doel

De LIRIK is bedoeld als hulpmiddel voor bureau jeugdzorg bij:

1. het onderkennen van een vermoeden van kindermishandeling of anderszins onveilige

opvoedingssituatie;

2. een eerste inschatting van het risico op kindermishandeling in de nabije toekomst.

Onder kindermishandeling of anderszins onveilige opvoedingssituatie verstaan we hier

opvoedingssituaties waarin de jeugdige zich niet goed kan ontwikkelen omdat de opvoedingssituatie

onveilig, bedreigend of direct schadelijk is en de verantwoordelijke volwassene(n) niet in de basale

behoeften van de jeugdige (kunnen) voorzien. In de LIRIK staat kindermishandeling door primaire

opvoeder(s) centraal. Daarmee bedoelen we de ouders of andere volwassenen (bijvoorbeeld

pleegouders) die de eerstverantwoordelijken zijn voor de opvoeding en verzorging van de jeugdige. De

LIRIK is niet primair bedoeld voor het signaleren van kindermishandeling door derden (bijvoorbeeld

de buurman of leerkracht) of voor jeugdigen die een gevaar zijn voor zichzelf of anderen.

De LIRIK is een checklist gericht op gestructureerde oordeelsvorming. Dat wil zeggen dat het de

beroepskracht helpt om op grond van de beschikbare informatie systematisch de voorliggende casus te

beoordelen. Het professionele oordeel van de beroepskracht staat daarbij centraal. De LIRIK

stimuleert en ondersteunt de beroepskracht om zijn professionele oordeel te expliciteren en te

onderbouwen op basis van kennis over relevante aandachtspunten. De LIRIK is geen

voorgestructureerde vragenlijst en geeft geen formules of criteria om tot een objectief oordeel te

komen. De uiteindelijke beoordeling maakt de beroepskracht zelf door de zorgen, problemen en sterke

kanten tegen elkaar af te wegen. De meerwaarde van de LIRIK ten opzichte van het eigen professionele

oordeel ligt in de focus op (on)veiligheid, het expliciteren van de professionele intuïtie, het voorkomen

van een tunnelvisie of andere valkuilen, het stilstaan bij feiten en het aanreiken van kennis over

relevante aandachtspunten.

N

hulpmiddelen voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Utrecht/Woerden: NIZW Jeugd /

Adviesbureau Van Montfoort.

Berge, I.J. ten, & Vinke, A. (2006). Beslissen over vermoedens van kindermishandeling. Handreiking en

O

Jeugdinstituut.

Berge, I.J. ten, & Rossum, J. van (2009). Evaluatie en bijstelling GCT en LIRIK. Utrecht: Nederlands

Download van www.nji.nl/lirik pag. 4

De LIRIK is niet bedoeld als richtlijn voor informatieverzameling en besluitvorming. Zeker in een

aanmeldingsfase kan de beschikbare informatie summier, gekleurd en/of weinig feitelijk zijn, maar

ook dan vormt de beroepskracht een beeld over wat er aan de hand is en wat de risico’s voor de

jeugdige zijn. Aan de hand van de aandachtspunten uit de LIRIK kan wel duidelijk worden dat op

bepaalde punten nog informatie ontbreekt; indien relevant kan deze informatie in een volgende fase

alsnog verzameld worden. De LIRIK leidt tot een expliciet en onderbouwd oordeel over aard en ernst

van de problematiek dat de basis kan vormen voor verschillende beslissingen. Voor het nemen van een

besluit is naast de beoordeling van de problematiek echter ook een analyse nodig van de gewenste

situatie en mogelijke oplossingsrichtingen. De LIRIK geeft hier geen richtlijnen voor.

Opzet

De LIRIK bestaat uit twee delen die de beoordeling van de veiligheid van de jeugdige ondersteunen:

Deel 1: huidige veiligheidssituatie

Deel 2: risicotaxatie

Het onderscheid tussen deze twee delen is belangrijk. Bij het onderkennen van een vermoeden van

kindermishandeling vorm je een beeld van de

‘Wat is er op dit moment aan de hand?’. Is de jeugdige op dit moment veilig of zijn er signalen die

wijzen op kindermishandeling?

Risicotaxatie is het inschatten van de risico’s voor de jeugdige in de

centraal ‘Wat kan er gaan gebeuren?’. Risicotaxatie is gebaseerd op informatie uit het heden: op grond

van kenmerken van de huidige situatie probeer je toekomstige schade of bedreiging voor de jeugdige

zo goed mogelijk in te schatten. Een goede risicotaxatie is dus alleen mogelijk als de huidige situatie

goed in beeld is gebracht.

Beide delen van de LIRIK bestaan uit een aantal vetgedrukte kernvragen, aandachtspunten voor het

beantwoorden van deze kernvragen, en een overall conclusie. In principe worden altijd beide delen

ingevuld.

huidige situatie van de jeugdige. Het gaat om de vraagtoekomst. Daarbij staat de vraag

Gebruik van de LIRIK

Algemeen

Met behulp van de LIRIK kan de beroepskracht snel nagaan of er mogelijk sprake is van

kindermishandeling en wat de risico’s voor de jeugdige zijn. De LIRIK is geen uitgebreid instrument,

maar een korte checklist ter ondersteuning van stap 1 van het drieslagmodel uit het project

Verbetering Indicatiestelling Bureaus Jeugdzorg (VIB): ‘onderkennen van (mogelijke) signalen van

kindermishandeling’. Daarmee kan de LIRIK worden ingezet op elk moment dat er zorgen zijn over de

veiligheid van de jeugdige.

Wanneer sprake lijkt te zijn van een vermoeden van of risico op kindermishandeling, wordt dit volgens

het drieslagmodel verder onderzocht in stap 2: ‘verifiëren van vermoedens van kindermishandeling’.

Als in stap 2 het vermoeden van kindermishandeling wordt bevestigd, volgt stap 3: ‘stoppen van de

mishandeling’.

Hoe vul je de LIRIK in?

worden ingevuld. De aandachtspunten bij de verschillende kernvragen zijn bedoeld om je te helpen bij

het vormen van een oordeel. Specifieke aandachtspunten voor de voorliggende casus kan je aangeven

onder de kopjes ‘Anders’. De aandachtspunten zijn niet altijd allemaal van toepassing en vaak zal er

over diverse punten nog weinig of weinig feitelijk informatie zijn. Nalopen van de aandachtspunten

De LIRIK is geen standaard vragenlijst waarvan alle items verplicht moeten

Download van www.nji.nl/lirik pag. 5

maakt je echter bewust van wat je wél weet of vermoedt en welke belangrijke informatie misschien nog

ontbreekt. Het is niet nodig en ook niet wenselijk om alles te willen weten. Stel jezelf de vraag welke

informatie nog echt nodig is om de situatie goed te kunnen beoordelen. Die informatie kan dan alsnog

verzameld worden.

De kernvragen (vetgedrukte vragen) en de conclusies worden wel altijd ingevuld. Je vormt immers

altijd een beeld of oordeel, ook als er maar weinig (feitelijke) informatie is. Licht ook altijd toe waarop

dat oordeel gebaseerd is. De toelichting is essentieel om een goed beeld van de casus en jouw

professionele oordeel daarover te geven!

In principe vul je de LIRIK in op basis van informatie die al elders, bijvoorbeeld in de GCT

(Gestructureerde Checklist Toegang) of in een schriftelijke aanmelding is beschreven. Het is niet nodig

om deze informatie nogmaals te beschrijven, het gaat vooral om het weergeven en onderbouwen van

jouw professionele oordeel daarover. Realiseer je daarbij dat het altijd om een momentopname gaat: je

beoordeelt de situatie op basis van wat je op dat moment weet.

Verschillende opvoedingssituaties

van jeugdigen in gezinssituaties. Dat kan het oorspronkelijke gezin zijn, maar ook een pleeggezin waar

de jeugdige al dan niet tijdelijk opgroeit. Soms groeien jeugdigen in meer gezinnen op, bijvoorbeeld in

geval van co-ouderschap. De LIRIK kan gebruikt worden om verschillende opvoedingssituaties en

verschillende primaire opvoeders (biologische ouder, stiefouder, pleegouder) te beoordelen. Geef wel

duidelijk aan om welke opvoedingssituatie of opvoeder het gaat. De digitale versie biedt hiervoor extra

mogelijkheden.

. De LIRIK geeft richtlijnen voor de beoordeling van de veiligheid

Meer jeugdigen in een gezin.

wordt beoordeeld. Immers, ouders kunnen hun kinderen verschillend behandelen en kinderen

verschillen in aanleg en hoe zij reageren op onveilige situaties. Dat betekent dat in principe voor iedere

jeugdige een aparte LIRIK moet worden ingevuld. In de praktijk is dit niet altijd praktisch,

bijvoorbeeld bij grote gezinnen. Je kan er dan voor kiezen om één LIRIK in te vullen voor het hele

gezin en in de toelichting bij elke kernvraag duidelijk aan te geven wat voor welk gezinslid van

toepassing is. De digitale versie van de LIRIK biedt overigens meer mogelijkheden om te specificeren

naar gezinsleden.

Het uitgangspunt is dat voor elke jeugdige apart de veiligheidssituatie

Bespreken met ouders

jeugdigen hebben recht op een duidelijke uitleg over wat er over hen gezegd en geconcludeerd wordt.

Daarom maakt de LIRIK ook onderdeel uit van het dossier. Beroepskrachten vinden het soms moeilijk

om ‘lastige’ problematiek als kindermishandeling als zodanig te benoemen en te bespreken met

ouders. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze hiermee onnodig weerstand oproepen bij ouders of willen niet

beschuldigend over komen. De ervaring leert echter dat openheid en een niet-veroordelende houding

vaak de beste weg is. Leg uit aan ouders wat je vindt en op grond waarvan en toets dit aan hun visie en

verhaal. Beoordelen en beslissen mét ouders en jeugdigen levert vaak meer op dan beoordelen en

beslissen over hen!

. Het uitgangspunt bij de LIRIK is zoveel mogelijk openheid: ouders en

Download van www.nji.nl/lirik pag. 6

Deel 1 Huidige veiligheidssituatie

In het eerste deel van de LIRIK staat de vraag centraal wat er op dit moment aan de hand is. Het gaat

daarbij niet om het vaststellen (of: verifiëren) of de jeugdige op dit moment mishandeld, verwaarloosd

of misbruikt wordt, maar om het onderkennen van een

de vraag ‘Zou hier sprake kunnen zijn van kindermishandeling?’.

Onder kindermishandeling verstaan we alle vormen van lichamelijke en psychische mishandeling,

verwaarlozing en seksueel misbruik. Ook het getuige zijn van huiselijk geweld valt hieronder. Omdat

het gaat om een eerste onderkenning van vermoedens, maken we in de LIRIK geen verder onderscheid

naar verschillende vormen van kindermishandeling.

Er zijn verschillende soorten aanwijzingen die kunnen leiden tot een vermoeden van

kindermishandeling:

A. informatie over ernstige bedreiging van de veiligheid van de jeugdige;

B. informatie over het handelen van de ouders in de omgang met de jeugdige;

C. signalen van de jeugdige;

D. risicofactoren bij ouder(s), jeugdige, gezin en/of omgeving.

De beschikbare informatie kan meer of minder concreet zijn, maar leidt altijd tot een eerste indruk of

oordeel. De LIRIK helpt de werker om systematisch tot dit oordeel te komen.

vermoeden van kindermishandeling. Dus om

A. Directe veiligheid

De eerste kernvraag is of er vermoedens of aanwijzingen zijn dat de jeugdige op dit moment fysiek in

gevaar is. Als dat het geval is, moet er immers direct actie worden ondernomen om de jeugdige veilig te

stellen. Het gaat hier niet om een bedreiging van de ontwikkeling in het algemeen, maar specifiek om

een levensbedreigende situatie of ernstige bedreiging of aantasting van de lichamelijke integriteit van

de jeugdige. De bedreiging kan veroorzaakt worden door de ouder(s)/primaire opvoeder(s), de

jeugdige zelf of een ander gezinslid of derde.

Bedreiging door de ouder(s)/primaire opvoeder(s) kan bestaan uit:

- Ernstige kindermishandeling: o.a. -eerder- letsel/dreiging door opvoeder, drugsbaby, ernstig

fysiek geweld, seksueel misbruik;

- Onvoldoende bescherming tegen gevaar of bedreiging door anderen, vluchtgedrag;

- Onvoldoende basiszorg, waaronder toezicht, eten, kleding, medische zorg, woonsituatie;

- Opvoeder niet beschikbaar, o.a. door verslaving, emotionele instabiliteit, fysieke afwezigheid;

- Ouder(s) belemmeren zicht op/toegang tot jeugdige (de veiligheid van de jeugdige is daardoor

niet te beoordelen).

De jeugdige kan een bedreiging zijn voor zichzelf als hij/zij psychotisch of suïcidaal is.

Onder bedreiging door een ander gezinslid of derde valt ook ernstige kindermishandeling door derden.

Geef hierbij aan wie de mogelijke pleger is.

Wanneer sprake is van vermoedens of aanwijzingen voor een of meer van deze factoren, kruis je het

betreffende hokje aan. Bij de kernvraag geef je vervolgens de conclusie weer:

‘Ja’: er zijn vermoedens of aanwijzingen voor direct fysiek gevaar

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat er geen sprake van is direct fysiek

gevaar

‘Onbekend’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Download van www.nji.nl/lirik pag. 7

B. Omgang ouder(s) - jeugdige

De tweede kernvraag is hoe de ouders met de jeugdige omgaan, meer concreet of er sprake is van

bedreigend handelen of nalaten van de ouder(s). Het gaat hier om het handelen van de ouder als

opvoeder in relatie tot de jeugdige, en niet om het handelen in brede zin van de ouder als persoon. Als

de ouder problemen heeft in zijn of haar persoonlijk functioneren (risicofactor!) of in de relatie met

anderen, moet je hier dus de vraag stellen of en, zo ja, welke invloed dat heeft op zijn of haar

functioneren als

In eerste instantie beoordeel je hier de huidige situatie: hoe geven ouders de opvoeding en verzorging

van hun jeugdige(n) vorm? Daarbij kijk je zowel naar concrete aanwijzingen voor kindermishandeling

als naar aspecten van opvoeding en verzorging in brede zin. Wanneer sprake is van gebeurtenissen in

het verleden, bijvoorbeeld fysieke mishandeling of misbruik, kruis je hier ‘Ja’ aan. In de toelichting

beschrijf je wat er nu speelt en wat er eventueel in het verleden heeft gespeeld. Geef in het laatste

geval ook aan of daar in het heden nog sprake van is.

opvoeder.

Concrete aanwijzingen voor kindermishandeling

‘Ja’: er is concrete, feitelijke informatie over een of meer vormen van geweld, verwaarlozing

of misbruik (heden of verleden)

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat er geen concrete aanwijzingen zijn

voor kindermishandeling

‘Onbekend’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Vormen van kindermishandeling

Lichamelijk of psychisch geweld Lichamelijk: onder andere slaan, schoppen,

bijten, knijpen, krabben, toebrengen van

brandwonden of de jeugdige laten vallen

Psychisch: afwijzing en vijandigheid uitstralen

tegenover jeugdige, onder andere uitschelden,

opzettelijk bang maken

Verwaarlozing Ontbreken van lichamelijke zorg en verzorging

die de jeugdige nodig heeft of doorlopend tekort

schieten in het geven van positieve aandacht aan

de jeugdige

Seksueel misbruik Alle seksuele aanrakingen die een volwassene een

jeugdige opdringt

Getuige van huiselijk geweld De jeugdige is getuige van geweld tussen

gezinsleden

Zorgen over opvoeding en verzorging

De omgang tussen ouder(s) en jeugdige kan je op verschillende dimensies of aspecten beoordelen (zie

tabel op de volgende pagina voor een toelichting).

Voor elke dimensie geef je door middel van het aankruisen van het betreffende hokje aan of jij je op

grond van de beschikbare informatie wel of geen zorgen maakt. Het gaat dus om jouw oordeel, niet om

het oordeel of de mening van anderen (zoals aanmelder of informant). Het onderscheid ‘zorgen’ en

‘geen zorgen’ geeft een globale indruk, in de toelichting beschrijf je de zorgen en licht je toe hoe groot

de zorgen zijn.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 8

‘Onbekend’ kruis je aan als er onvoldoende informatie is om een oordeel te vormen. Daarbij is het

belangrijk om aan te geven of dit komt doordat de ouder geen inzicht geeft in zijn of haar eigen

handelen of doordat er onvoldoende informatie beschikbaar is.

Op basis van de beoordeling van de aandachtspunten, kom je tot een algemene indruk over de omgang

tussen ouder(s) en jeugdige. Kruis hier aan of je het (niet) handelen van de ouder(s) al dan niet

bedreigend vindt voor de jeugdige, of dat je hier geen oordeel over kan vormen omdat er onvoldoende

informatie beschikbaar is:

‘Ja’: er zijn aanwijzingen voor bedreigend handelen of nalaten

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat er geen aanwijzingen zijn voor

bedreigend handelen of nalaten

‘Onbekend’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Nb. Het kan zijn dat je eerder hebt aangegeven dat je zorgen hebt over bijvoorbeeld regels en grenzen

in de opvoeding, maar dat je algemene indruk toch is dat er geen sprake is van bedreigend handelen.

Beschrijf bij de toelichting de zorgen en/of concrete aanwijzingen en geef aan op welke

ouder(s)/primaire opvoeder(s) deze betrekking hebben. Geef aan hoe groot de zorgen zijn. Ook

vermeld je hier of het gaat om gebeurtenissen in het hier en nu of in het verleden.

Opvoedingsdimensies

Bescherming en veiligheid Ouders beschermen de jeugdige tegen gevaar of schade, waaronder

contacten met mensen die mogelijk gevaar opleveren voor de jeugdige.

Basale verzorging Ouders voorzien in de fysieke behoeften van de jeugdige (o.a.

onderdak, voeding, kleding) en noodzakelijke medische zorg.

Emotionele warmte Ouders zorgen dat aan de emotionele behoeften van de jeugdige wordt

voldaan en geven de jeugdige het gevoel geven dat het gewaardeerd

wordt. Zij reageren sensitief en responsief op de behoeften van de

jeugdige en zorgen ervoor dat de jeugdige veilige, stabiele en affectieve

relaties met belangrijke anderen kan aangaan.

Regels en grenzen Ouders stellen de jeugdige in staat om diens eigen gedrag en emoties te

leren reguleren, door het stellen van duidelijke regels en grenzen, en

het stimuleren en voordoen van positief gedrag.

Stimulering Ouders ondersteunen de cognitieve en sociale ontwikkeling van de

jeugdige door interactie, aanmoedigen, praten met en reageren op de

jeugdige, zorgen voor onderwijs en bevorderen van sociale contacten.

Stabiliteit Ouders voorzien in een voldoende stabiele gezinsomgeving, zodat de

jeugdige kan rekenen op continuïteit in zijn opvoeding en verzorging.

Ouders zijn voorspelbaar in hun gedrag en proberen één lijn te

trekken.

Bron: Ten Berge, I.J. & Vinke, A. (2006). Beslissen over vermoedens van kindermishandeling. Handreiking en

hulpmiddelen voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Utrecht/Woerden: NIZW Jeugd /

Adviesbureau Van Montfoort.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 9

C. Jeugdige

De centrale vraag is hier hoe het met de jeugdige gaat: zijn er kindsignalen die wijzen op

kindermishandeling of een anderszins bedreigde ontwikkeling?

Hier maken we onderscheid tussen signalen rond het psychosociaal functioneren, de lichamelijke

gezondheid en vaardigheden en de cognitieve ontwikkeling van de jeugdige. Deze indeling sluit aan op

het Classificatiesysteem Aard Problematiek Jeugdzorg (CAP-J) (zie bijlage I).

-

persoonlijkheid, identiteit) en middelengebruik.

Psychosociaal functioneren heeft betrekking op gedrag, ontwikkeling (emotioneel,

-

klachten. Onder lichamelijke gezondheid valt hier ook letsel, achterblijvende groei,

onduidelijke lichamelijke klachten en/of veelvuldig doktersbezoek.

Lichamelijke gezondheid betreft het lichamelijk functioneren en daaraan gerelateerde

-

prestaties.

Signalen van kindermishandeling kunnen op al deze dimensies zichtbaar zijn. In de praktijk bestaan

verschillende signalenlijsten die je als hulpmiddel kunt gebruiken (bijvoorbeeld protocol

kindermishandeling AMK Amsterdam; signalenlijsten NIZW Jeugd / Expertisecentrum

Kindermishandeling). Het is belangrijk om je te realiseren dat signalen zelden specifiek zijn voor

kindermishandeling. Kindsignalen kunnen een gevolg zijn van kindermishandeling, maar dat hoeft

niet. Er kan ook andere problematiek spelen. Ook is een signaal op zich geen bewijs van

kindermishandeling. Het is altijd belangrijk om een relatie te leggen met het gedrag van de ouders.

In de tabel op de volgende pagina worden enkele voorbeelden gegeven van signalen die mogelijk

wijzen op kindermishandeling.

In de LIRIK geeft je door het aankruisen van de betreffende hokjes aan of je je op een bepaald vlak al

dan niet zorgen maakt, of dat onbekend is hoe het op dat punt met de jeugdige(n) gaat. Het

onderscheid tussen ‘zorgen’ en ‘geen zorgen’ geeft een globale indruk. In de toelichting kun je de

zorgen beschrijven en aangeven hoe groot de zorgen zijn.

Vervolgens vorm je een totaalbeeld over de jeugdige(n): zijn er kindsignalen die wijzen op een

onveilige opvoedingssituatie of kindermishandeling?

‘Ja’: er zijn kindsignalen

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat er geen kindsignalen zijn

‘Onbekend’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Licht ten slotte in je eigen woorden toe hoe het met de jeugdige(n) gaat, welke kindsignalen je

signaleert en waar jouw zorgen uit bestaan.

Let op: als er meer jeugdigen zijn, kruis je aan of je je in het algemeen over de jeugdigen zorgen maakt.

In de toelichting beschrijf je vervolgens per jeugdige de signalen.

Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling betreffen de sociale en schoolse vaardigheden en

Download van www.nji.nl/lirik pag. 10

Voorbeelden van kindsignalen

0-18 jaar

Specifiek voor

bepaalde leeftijd

Indicatie voor type

mishandeling

Psychosociaal

functioneren

Passief, lusteloos, erg

nerveus

Plotselinge

gedragsverandering

Afwijkend spel (thema’s)

Altijd waakzaam

Angst of schrikreacties op

onverwacht lichamelijk

contact

Niet zindelijk op een leeftijd

dat het hoort

Vanaf 3/4 jaar: geen

vriendjes, niet geliefd bij

andere jeugdigen

12-18 jaar: suïcidaal

gedrag, crimineel gedrag,

weglopen, vertraagd

intreden puberteit, gebruik

van middelen/verslaving

Alle vormen

Leeftijdsinadequaat seksueel

gedrag

Seksueel misbruik

Lichamelijke

gezondheid

Blauwe plekken, botbreuken,

brandwonden, littekens

0-4 jaar: afwijkende

groeicurve

(lengte/gewicht)

Fysieke mishandeling

Verwaarlozing,

emotionele

mishandeling

Genitale verwondingen

SOA

12-18 jaar: zwangerschap Seksueel misbruik

Vaardigheden

en cognitieve

ontwikkeling

Geheugen- en

concentratieproblemen

Vanaf 6 jaar: slechte

leerprestaties,

schoolverzuim

Bronnen: protocol kindermishandeling AMK Amsterdam; signalenlijsten NIZW Jeugd / Expertisecentrum

Kindermishandeling

D. Risicofactoren

Risicofactoren voor kindermishandeling zijn factoren waarvan uit onderzoek bekend is dat zij de kans

op kindermishandeling of herhaling van kindermishandeling vergroten. We onderscheiden hier

risicofactoren bij de ouder(s) van overige risicofactoren (bij jeugdige(n), gezin en/of omgeving), omdat

het functioneren van de ouder een belangrijke bepalende factor is voor hoe de ouder met de jeugdige

omgaat. Risicofactoren bij de ouder(s) moeten daarom altijd in het oordeel worden meegenomen en

krijgen meer gewicht dan de andere factoren. De risicofactoren bij ouder(s) zijn geclusterd naar

factoren die betrekking hebben op:

- functioneren van de ouder als opvoeder;

- persoonlijk functioneren, dat wil zeggen het functioneren van de ouder als persoon;

- beschikbaarheid voor de jeugdige;

- voorgeschiedenis;

- partnerrelatie.

In bijlage 2 worden de risicofactoren kort toegelicht.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 11

Risicofactoren spelen in combinatie met de andere aanwijzingen een belangrijke rol in de uiteindelijke

conclusie over de veiligheid van de jeugdige nu en in de toekomst. Risicofactoren worden in de LIRIK

op twee manieren gebruikt:

1. als indicatoren voor mogelijke kindermishandeling in het hier en nu (deel 1);

2. als voorspellers van toekomstige kindermishandeling (deel 2).

In

kindermishandeling. De risicofactoren die de kans op kindermishandeling vergroten, zijn namelijk

vaak ook een indicatie van kindermishandeling die op dit moment al plaatsvindt. Ze geven kenmerken

van ouders, jeugdige en omgeving weer die mogelijk kindermishandeling veroorzaken of in stand

houden.

is van kindermishandeling. Als er sprake is van risicofactoren, moet altijd worden nagegaan wat er op

dit moment daadwerkelijk aan de hand is: hoe gaan de ouders met de jeugdige om en wat betekent dit

voor de ontwikkeling en het welzijn van de jeugdige?

In

kindermishandeling in de toekomst (opnieuw) plaats zal vinden. Uit onderzoek bij grote groepen

ouders en jeugdigen is bekend dat de aanwezigheid van deze risicofactoren de kans op het ontstaan of

herhaling van kindermishandeling vergroot. Als er veel risicofactoren zijn, met name bij de ouders, is

er een groter risico op kindermishandeling. Maar het hoeft niet: sommige ouders zijn in staat om hun

kind, ondanks allerlei risico’s, toch goed genoeg op te voeden. Het omgekeerde doet zich ook voor:

soms is er slechts één risicofactor die zo bedreigend is dat daarmee de veiligheidsrisico’s voor het kind

zeer groot zijn. Daarom is het niet mogelijk om gedetailleerde scoringsregels te geven voor de weging

van risicofactoren. Het gaat steeds om een afweging van de specifieke situatie van deze jeugdige, met

deze ouders, in dit gezin. De professional maakt deze afweging op grond van zijn kennis en ervaring en

toetst dit bij collega’s.

deel 1 (huidige veiligheidssituatie) worden risicofactoren gebruikt als mogelijke aanwijzing voor=P De aanwezigheid van een of meer risicofactoren betekent niet automatisch dat er ook sprakedeel 2 (risicotaxatie) worden risicofactoren gebruikt bij het inschatten van de kans dat

Scoring van de risicofactoren

De kernvraag is hier of er risicofactoren voor kindermishandeling zijn. De genoemde risicofactoren

zijn bedoeld om te expliciteren welke risicofactoren je op grond van de beschikbare informatie ziet en

daarmee jouw oordeel over de aanwezigheid van risicofactoren te specificeren. Je hoeft niet over

uitgebreide, feitelijke informatie te beschikken om een risicofactor te signaleren; ook op grond van

beperkte of gekleurde informatie kan je van mening zijn dat de risicofactor aanwezig is.

Voor elke risicofactor kruis je een of meer van de volgende antwoordmogelijkheden aan:

‘Ja’: de risicofactor is aanwezig of het vermoeden bestaat dat deze aanwezig is

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat de risicofactor niet aanwezig is

‘?’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Bij de ouders kan je achter de antwoordopties toelichten op welke ouder of primaire opvoeder het

antwoord betrekking heeft. Als er meer jeugdige(n) zijn kan je meer antwoordopties aankruisen en in

de algemene toelichting aangeven welke risicofactoren bij welke jeugdige spelen.

Het is mogelijk dat je op grond van je professionele kennis en ervaring inschat dat in een specifieke

situatie een risicofactor speelt die niet in het algemene rijtje voorkomt. In dat geval geef je dat aan bij

‘anders’ en licht je toe wat deze risicofactor is.

In principe ga je bij de beoordeling uit van risicofactoren die op dit moment spelen en daarmee een

indicatie zijn voor kindermishandeling nu of in de toekomst. Het kan voorkomen dat een risicofactor

in het verleden heeft gespeeld, maar nu verholpen of onder controle is. Denk bijvoorbeeld aan

P

In tegenstelling tot kindsignalen die veeleer een mogelijk gevolg zijn.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 12

behandelde psychiatrische-, verslavings-, of gedragsproblematiek of een problematische partnerrelatie

die nu verbroken is.

Hoe je dit scoort, hangt af van hoe je dit meeweegt in de beoordeling van de veiligheidssituatie van de

jeugdige. Als je inschat dat de risicofactor mogelijk nog een rol speelt of kan gaan spelen, kruis dan ‘Ja’

aan. Als je inschat dat het geen probleem meer is of zal zijn, kruis dan ‘Nee’ aan. In beide gevallen is

het belangrijk om in de toelichting de status van de risicofactor en de overwegingen daarbij goed te

beschrijven.

Ten slotte beantwoord je de kernvraag ‘Zijn er risicofactoren voor kindermishandeling?’:

‘Ja’: er zijn risicofactoren of het vermoeden bestaat dat deze aanwezig zijn

‘Nee’: uit de beschikbare informatie blijkt duidelijk dat geen risicofactoren zijn

‘Onbekend’: er is geen of te weinig informatie bekend om een oordeel te vormen

Ook hier is vooral de toelichting van belang. Daarin licht je toe welke risicofactoren een rol spelen en

geef je aan als er bijzonderheden zijn.

Conclusie huidige veiligheidssituatie

De conclusie is een combinatie en weging van de afzonderlijke signalen (negatief én positief!) en

risicofactoren bij deze ouder(s), deze jeugdige(n) en dit gezin. Voor de weging zijn geen algemeen

geldende formules of normen te geven. Het kan zijn dat er op veel punten zorgen zijn die samen leiden

tot de conclusie dat er vermoedelijk sprake is van mishandeling. Maar het kan ook zijn dat de zorgen

op één punt zo groot zijn dat kindermishandeling vermoed wordt. De professional maakt deze

afweging op grond van zijn kennis en ervaring en liefst in overleg met collega’s.

Er zijn verschillende (combinaties van) conclusies mogelijk:

Er is sprake van een levensbedreigende situatie of direct fysiek gevaar;

Er is sprake van feitelijke aangetoonde kindermishandeling in heden en/of verleden;

Er is mogelijk sprake van kindermishandeling;

Er zijn geen aanwijzingen voor kindermishandeling;

Het onderscheid tussen een levensbedreigende situatie en direct fysiek gevaar is een miniem verschil.

Levensbedreigend zijn die situaties die dodelijk kunnen zijn voor de jeugdige; direct fysiek gevaar is

een ernstige bedreiging of aantasting van de lichamelijke integriteit van de jeugdige (bijvoorbeeld

ernstig letsel), die niet dodelijk is. Beide situaties vragen om onmiddellijk handelen om de veiligheid

van de jeugdige te waarborgen.

Feitelijk aangetoonde kindermishandeling in het verleden kan samengaan met (vermoedens van)

kindermishandeling in het heden. Bijvoorbeeld: de fysieke mishandeling is gestopt, maar er speelt nog

wel emotionele verwaarlozing. De conclusie ‘kindermishandeling in het verleden’ kan dus samengaan

met de conclusie ‘er is op dit moment (mogelijk) sprake van kindermishandeling’.

De conclusie dat er mogelijk sprake is van kindermishandeling, kan op verschillende aanwijzingen of

signalen gebaseerd zijn: omgang ouder-jeugdige, kindsignalen en risicofactoren. Ook combinaties

hiervan zijn mogelijk. Ook wanneer ouders geen informatie of inzicht in hun handelen willen geven,

kan dat leiden tot een vermoeden van kindermishandeling.

Onvoldoende informatie om een oordeel te vormen.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 13

Het is belangrijk om de overwegingen en afwegingen die leiden tot de conclusie goed vast te leggen,

zodat voor iedereen inzichtelijk is hoe jouw oordeel tot stand gekomen is. Licht daarom in eigen

woorden toe wat er volgens jou in dit gezin aan de hand is. Daarbij kan je ook onderscheid maken naar

verschillende vormen van kindermishandeling. Als er meer jeugdigen in het gezin zijn, geef hier dan

duidelijk aan op welke ouder en welke jeugdige(n) de conclusie betrekking heeft.

Ten slotte kan je hier aangeven welke zorgen of signalen volgens jou in de verificatiefase in ieder geval

verder geëxploreerd moeten worden.

Deel 2 Risicotaxatie

Na de analyse van de huidige veiligheidssituatie, taxeer je welke risico’s er in de

veiligheid van de jeugdige. Dit doe je op basis van de signalen en risicofactoren die je in deel 1 hebt

geïnventariseerd en beoordeeld. Houd daarbij in gedachten dat de belangrijkste voorspeller voor de

toekomst de huidige situatie is. (Zie deel 1 voor een inhoudelijke beschrijving van signalen en

risicofactoren.) Als in deel 1 is geconcludeerd dat er feitelijk of mogelijk sprake is van

kindermishandeling, ga je hier na of er sprake is van twee aanvullende risicofactoren:

toekomst zijn voor de

-

de (vermoedelijke) pleger heeft direct toegang tot de jeugdige;

-

Deze factoren vergroten de onveiligheid voor de jeugdige, zeker wanneer sprake is van een jong kind.

De eindconclusie over de mate van risico voor de jeugdige, is een combinatie van verschillende

aspecten die je in deel 2 systematisch naloopt: aard, kans, verwachte gevolgen en beschermende

factoren.

derden hebben geen zicht op de jeugdige.

Wat kan er gebeuren?

risico’s voor de jeugdige is. Het kan gaan om risico’s voor de fysieke veiligheid van de jeugdige (i.e.

levensbedreigende situatie of direct gevaar), maar ook om de kans dat de jeugdige (opnieuw)

mishandeld, verwaarloosd of misbruikt wordt. Ook als er op dit moment geen vermoedens van

mishandeling zijn maar wel risicofactoren, is het belangrijk om hier aan te geven of en, zo ja, welke

risico’s voor de jeugdige je signaleert.

Vervolgens geef je aan hoe groot je de

(hoe waarschijnlijk is dit?) en hoe ernstig de

daarbij zowel om fysieke, als om emotionele gevolgen. De ernst hiervan hangt samen met de mate

waarin het een gezonde ontwikkeling, het welzijn en de kwaliteit van leven van de jeugdige beïnvloedt.

Om in te schatten wat er kan gebeuren, beoordeel je eerst wat de aard van dekans inschat dat deze risico’s zich daadwerkelijk voor gaan doenverwachte gevolgen voor de jeugdige dan zijn. Het gaat

Beschermende factoren.

risico’s kunnen verminderen, of dat informatie hierover ontbreekt. Beschermende factoren zijn

factoren waarvan uit onderzoek blijkt dat zij bij aanwezigheid van risicofactoren de kans op problemen

verkleinen. De LIRIK geeft een overzicht van mogelijk beschermende factoren bij de ouder(s),

jeugdige, gezin en omgeving (zie bijlage 3 voor een beschrijving).

Geef eerst aan óf er beschermende factoren zijn door het aankruisen van een van de volgende opties:

‘veel’, ‘enkele’, ‘geen’, ‘onbekend’.

Bij ‘veel’ of ‘enkele’ geef je vervolgens aan welke factoren dat zijn. Kruis beschermende factoren alleen

aan als die daadwerkelijk aanwezig zijn. Als het onbekend is of de beschermende factor aanwezig is of

als de beschermende factor niet aanwezig is, laat het hokje dan leeg.

Ten slotte ga je na of er beschermende factoren zijn die de gesignaleerde

Download van www.nji.nl/lirik pag. 14

Relateer de beschermende factoren wel altijd aan het soort onveilige opvoedingssituatie of

kindermishandeling. Zo kan een aantrekkelijk uiterlijk voor de meeste vormen van

kindermishandeling een beschermende factor zijn (aantrekkelijke kinderen krijgen meer aandacht en

steun van derden), maar voor seksueel misbruik kan het juist een risico zijn.

Conclusie risico’s voor de jeugdige

Als laatste stap maak je een ‘overall’ inschatting van de risico’s voor de jeugdige. Dit is een combinatie

van de inschatting wat er kan gebeuren, hoe waarschijnlijk dit is, hoe ernstig de gevolgen voor de

jeugdige dan zijn en mogelijke beschermende factoren. Je maakt hierbij een onderscheid tussen de

risico’s op dit moment en de risico’s bij voorziene veranderingen in de nabije toekomst.

Eerst geef je aan hoe groot je de risico’s voor de jeugdige op dit moment inschat door het aankruisen

van een van de vier antwoordmogelijkheden. De huidige, bestaande situatie is de basis voor deze

risicotaxatie. In de toelichting beschrijf je in eigen woorden waar de risico’s voor de jeugdige precies

uit bestaan. Ook kun je hier aangeven welke risicofactoren veranderbaar zijn en welke beschermende

factoren ingezet kunnen worden om de situatie van de jeugdige te verbeteren. Dit biedt

aanknopingspunten voor de beslissing welke hulp of bescherming nodig is.

Vervolgens ga je na of er voorziene veranderingen in de nabije toekomst zijn die de risico’s voor de

jeugdige in positieve of negatieve zin kunnen beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan het wegvallen van

oma die op dit moment een belangrijke beschermende factor is, de aanstaande geboorte van een nieuw

kind in het gezin of ouders die uit elkaar gaan. Als dergelijke belangrijke veranderingen op komst zijn,

ga je na wat dat betekent voor de risicotaxatie. Vergroot of verkleint dit de risico’s voor de jeugdige?

Geef ook hier aan hoe groot je de risico’s voor de jeugdige dan inschat en licht toe welke veranderingen

het risico in positieve of negatieve zin kunnen beïnvloeden.

Let op: Het is belangrijk je te realiseren dat het een momentopname betreft, risicotaxaties hebben

altijd een beperkte geldigheid! De inschatting van risico’s kan tijdens het onderzoeken van een zaak

veranderen, bijvoorbeeld omdat er nieuwe, belangrijke informatie komt. Als dat zo is, dan kan en moet

er op dat moment een nieuwe risicotaxatie gemaakt worden.

Let op: Maak een aparte risicotaxatie voor elke jeugdige in het gezin.

Download van www.nji.nl/lirik pag. 15

Wat te doen met de uitkomst van de LIRIK?

De LIRIK leidt altijd tot twee conclusies, namelijk over de huidige veiligheidssituatie (deel 1) en over

toekomstige risico’s voor de jeugdige (deel 2). De combinatie van deze conclusies bepaalt hoe je verder

gaat.

Als je concludeert dat er sprake is van (een zeer groot risico op) een

direct fysiek gevaar

dat het bureau jeugdzorg zelf actie onderneemt; er kunnen ook afspraken worden gemaakt met andere

instanties of professionals (bijvoorbeeld ziekenhuis). Wanneer de veiligheid van de jeugdige is

gewaarborgd, kunnen de bedreigende situatie en de mogelijkheden voor hulp verder geëxploreerd

worden.

Als je concludeert dat er op dit moment sprake is van

direct over op stap 3: ‘stoppen van de mishandeling’. Daarbij neem je ook mee wat er nodig is om de

geconstateerde risico’s voor de jeugdige te voorkomen. In potentieel levensbedreigende situaties is de

eerste prioriteit ook hier natuurlijk het waarborgen van de veiligheid van de jeugdige.

Wanneer je oordeelt dat er een gemiddeld of hoog risico is dat de jeugdige (ernstige) schade zal

ondervinden, is het raadzaam om ook de CARE-NL in te vullen. De CARE-NL is een uitgebreid

risicotaxatie-instrument, waarbij ook richtlijnen worden gegeven voor het hanteren van de

gesignaleerde risico’s. Overweeg echter éérst of inzetten van de CARE-NL niet ten koste gaat van de

nodige snelheid van handelen.

Als je concludeert dat er

jeugdige, sluit je dit deel van het besluitvormingsproces af. Dit betekent overigens niet altijd dat de

bemoeienis van bureau jeugdzorg ophoudt: er kan sprake zijn van andere opvoedings- of

ontwikkelingsproblemen waarvoor advies, onderzoek en/of hulpverlening nodig is. In dat geval wordt

het reguliere (indicatie)traject gevolgd.

Als er

meer informatie te verkrijgen. Dit kan betekenen doorvragen bij de aanmelder, een vervolggesprek

met aanmelder en/of cliënt(en), of met toestemming van de cliënt informatie opvragen bij derden. Op

basis van deze nieuwe informatie beoordeel je opnieuw of er aanwijzingen en/of risico’s zijn voor

kindermishandeling.

In

kindermishandeling’. De snelheid waarmee je handelt, is daarbij mede afhankelijk van de

geconstateerde risico’s voor de jeugdige.

Het besluitvormingsproces houdt niet op bij de analyse van de aard en ernst van de problematiek. De

volgende stap is een analyse van oplossingsrichtingen en de noodzaak van hulp of bescherming: Wat is

de gewenste situatie? Wat is er nodig om die te bereiken? en Kan dit in een vrijwillig kader? Deze

analyse valt echter buiten de doelstelling van de LIRIK.

levensbedreigende situatie of, is de eerste prioriteit het veiligstellen van de jeugdige. Dat hoeft niet te betekenenfeitelijk aangetoonde kindermishandeling, ga jegeen aanwijzingen zijn voor kindermishandeling én geen risico’s voor deonvoldoende informatie is om een oordeel te kunnen vormen, wordt altijd actie ondernomen omalle andere gevallen ga je over tot stap 2 van het drieslagmodel: ‘verifiëren van vermoedens vanGa terug