|
|
|
|
Op 29 oktober 2010 oordeelde de Rechtbank Breda dat een 3 maandan oude, in een pleeggezin wonende baby geplaatst zou worden bij de grootouders van moederszijde, bij wie ook de moeder woonde |
![]() |
| Jurisprudentie i.v.m. uithuisplaatsing >> |
|
|
 |
| Datum uitspraak: |
29-10-2010 |
| Datum publicatie: |
29-10-2010 |
| Rechtsgebied: |
Personen-en familierecht |
| Soort procedure: |
Raadkamer |
| Inhoudsindicatie: |
Het betreft een verzoek tot uithuisplaatsing van een 3 maanden oude baby. De baby verbleef bij een pleeggezin en de vraag was of de minderjarige teruggeplaatst kon worden bij de moeder. Moeder is verdachte in een strafzaak terzake een in een koffer aangetroffen kinderlijkje. Psychiatrisch en psychologisch onderzoek hebben uitgewezen dat het verantwoord is om de minderjarige terug bij haar moeder te plaatsen. De omstandigheden waaronder de minderjarige is geboren, de verzwegen zwangerschappen, de vondst van een eerder geborene en het feit dat tegen moeder nog een strafrechtelijk onderzoek loopt, maken dat de ondertoezichtstelling van de minderjarige noodzakelijk blijft. Verder is van belang dat de moeder nog geen eigen huisvesting heeft en (gedwongen) zelfstandig wonen op dit moment voor de moeder zowel emotioneel als financieel niet haalbaar is. De minderjarige zal daarom geplaatst worden bij grootouders (mz), waar de moeder woonachtig is. De moeder en de vader moeten echter wel van de (wederzijdse) grootouders de ruimte krijgen, en de ouders moeten die ruimte nemen, voor het gezamenlijk ouderschap. De ouders moeten immers de kans krijgen om zelfstandig de opvoeding van de minderjarige op zich te nemen. |
| Vindplaats(en): |
Rechtspraak.nl
|
|
Ga terug |