Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. gezag, omgang en informatie na scheiding
<< vorige pagina   
print pagina
 

Omgang bij een voorlopige toevertrouwing (dus voordat definitief bepaald is bij welke ouder de kinderen gaan wonen) al gefrustreerd

Jurisprudentie i.v.m. gezag, omgang en informatie na scheiding >>
De Rechtbank Leeuwarden heeft op 26 oktober 2005 het volgende beschikt:
In dit geval heeft de rechtbank op 10 augustus 2005 een voorlopige omgangsregeling opgelegd, maar de kinderen vonden het moeilijk om bij hun vader op bezoek te gaan, en dat werd alleen maar erger. De rechtbank overweegt dat de vrouw zich klaarblijkelijk weinig gelegen laat liggen aan wat het kort geding vonnis van 5 september 2005 zegt: dat zij zich moet realiseren dat zij ervoor verantwoordelijk is dat de vastgestelde omgang er komt.

Er is geen reden om de contacten tussen de kinderen en de vader uit te stellen. “Om deze reden worden de kinderen voorlopig aan de man toevertrouwd, indien de omgang niet daadwerkelijk plaatsvindt. De rechtbank overweegt dat, aangezien de man in staat is om de verzorging en opvoeding van de kinderen volledig op zich te nemen, de kinderen dezelfde school kunnen blijven bezoeken en de man heeft toegezegd dat de kinderen hun moeder mogen bezoeken, een wijziging van de verblijfplaats voor de kinderen minder ingrijpend is.

Omdat de kinderen er naar het oordeel van de rechter het meest bij gebaar zijn dat hun huidige verblijfplaats ongewijzigd blijft, ziet de rechter aanleiding te bepalen dat indien de vrouw volledig en zonder enig voorbehoud de in de beschikking opgenomen omgangsregeling nakomt en deze omgangsregeling ook verder blijft nakomen in die zin dat de kinderen de man daadwerkelijk conform de vastgestelde omgangsregeling ontmoeten, de voorlopige toevertrouwing aan de man niet zal mogen worden toegepast.

Het verzoek van de man om hogere dwangsommen op te leggen bij niet-nakoming van de opgelegde omgangsregeling, wordt afgewezen nu er al een dwangsom is opgelegd in de kort gedingprocedure en de kinderen aan de man kunnen worden toevertrouwd indien de vrouw de omgangsregeling niet nakomt.”

Als een ouder bij wie de kinderen wonen niet meewerkt aan een door de rechter vastgestelde omgangsregeling bestaan er in theorie de volgende mogelijkheden om het toch voor elkaar te krijgen:
Dwangsom
Gijzeling (in praktijk vrijwel niet uitvoerbaar)
Beëindiging partneralimentatie
Beëindiging kinderalimentatie (zie iets verderop: Verband tussen omgang en kinderalimentatie)
Ondertoezichtstelling (kan ook heel goed averechts werken)
Gezagswijziging (zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 27 januari 2005, RFR 2005, 37).

Nu is daar dus een nieuwe mogelijkheid bij gekomen: Als de ouder aan wie de kinderen voorlopig zijn toevertrouwd niet meewerkt aan de omgang, kunnen de kinderen aan de andere ouder worden toevertrouwd, behalve als de omgangsregeling toch nog wordt nagekomen.

“De rechtbank oordeelt dat wijziging van verblijfplaats voor kinderen ingrijpend is, doch dat het feit dat de man in staat is de verzorging en opvoeding volledig op zich te nemen, dichtbij de vrouw woont zodat de kinderen dezelfde school kunnen blijven bezoeken en het feit dat de man daarnaast heeft toegezegd dat de kinderen omgang met hun moeder zullen blijven houden, de wijziging verblijfplaats minder ingrijpend maakt en een eventuele wijziging rechtvaardigt.”
(Dit wordt wel aangeduid met de term paradoxale toewijzing)


Verband tussen omgang en kinderalimentatie

Een vader vroeg in kort geding tot veroordeling tot nakoming van de opgelegde omgangsregeling, nadat de moeder te kennen had gegeven de beslissing van het hof daarover niet te zullen respecteren. De strijd over de omgangsregeling was kennelijk uitputtend gevoerd bij de rechtbank en hof en na rapportage was de moeder in het ongelijk gesteld. De fungerend-president in Rotterdam heeft de wens van de vader om de omgangsregeling te versterken met dwangmaatregelen gehonoreerd. Hij heeft voor het geval de omgangsregeling niet zou worden uitgevoerd een dwangsom opgelegd, en – nu komt het – de verplichting tot het bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen geschorst voor iedere maand dat de omgangsregeling niet zou worden nageleefd (voetnoot: Pres. Rb. Rotterdam, 14 april 1992, KG 1992, 355). Met andere woorden: een regelrecht verband is gelegd tussen omgangsregeling en kinderalimentatie.



Ga terug