![]() |
||||
|
||||
|
|
Boek 1 artikel 19: De rechter stelt partijen over en weer in de gelegenheid hun standpunten naar voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten EN OVER ALLE BESCHEIDEN EN ANDERE GEGEVENS DIE IN DE PROCEDURE TER KENNIS VAN DE RECHTER ZIJN GEBRACHT, een en ander tenzij uit de wet anders voortvloeit. Bij zijn beslissing BASEERT de rechter zijn oordeel, ten nadele van een der partijen, NIET OP BESCHEIDEN OF ANDERE GEGEVENS WAAROVER DIE PARTIJ ZICH NIET VOLDOENDE HEEFT KUNNEN UITLATEN. Boek 1 artikel 150: De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. voorbeeld: De voogdij-instelling stelt dat een kind een brief heeft geschreven waarin zij haar bezwaren tegen omgang met een ouder uiteenzet. De voogdij-instelling beroept zich op het rechtsgevolg ‘geen omgang tot meerderjarigheid’. De bewijslast houdt in de brief ter beschikking stellen. De voogdij-instelling stelt de brief inderdaad ter beschikking van de rechter. Volgens artikel 19 mag de rechter zijn oordeel niet baseren op stukken waarover de andere partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. Hoe kan men zich uitlaten over een stuk dat men nooit heeft gezien? Burgerlijk Wetboek Boek 1 artikel 377c: Lid 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 377b van dit boek (ouder met gezag moet ouder zonder gezag inlichten) wordt de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die met het gezag over het kind is belast dan wel bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, of het belang van het kind zich tegen het verschaffen van informatie verzet. Lid 2 Indien de informatie is geweigerd, kan de rechter op verzoek van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde ouder bepalen dat de informatie op de door hem aan te geven wijze moet worden verstrekt. De rechter wijst het verzoek in ieder geval af, indien het belang van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzet. Wraking Gronden voor afwijzing Het niet in acht nemen van de in paragraaf 4 beschreven wijze van wraking kan grond zijn om een wrakingverzoek af te wijzen. Inhoudelijke toetsing van het wrakingverzoek vindt plaats aan de hand de in paragraaf 3 beschreven criteria. 3. Wrakinggronden 3.1 Recht op een onpartijdige rechter In een rechtsstaat heeft men recht op een onpartijdige rechter (artikel 6EVRM). Wraking is een middel dat partijen ten dienste staat om hun recht op een onpartijdige rechter af te dwingen. Een rechter kan worden gewraakt “opgrond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden”. 3.2 Subjectieve en objectieve onpartijdigheid Ten aanzien van onpartijdigheid wordt in de jurisprudentie onderscheid gemaakt tussen de subjectieve en objectieve aspecten van onpartijdigheid. Bij de subjectieve aspecten moet men denken aan de persoonlijke instelling van de rechter. Hier geldt als criterium dat een rechter moet worden vermoed uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees gerechtvaardigd is. De vrees voor subjectieve partijdigheid van de rechter moet bovendien objectief gerechtvaardigd zijn. Bij de subjectieve aspecten gaat het om feiten of omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. De bewijsrechtelijke drempel is aanzienlijk lager dan voor subjectieve partijdigheid. De verzoeker hoeft niet te bewijzen dat die feiten of omstandigheden daadwerkelijk tot vooringenomenheid hebben geleid: “legitimate doubt” kan voldoende zijn. 4. Wijze van wraking 4.1 Vereisten ten aanzien van het wraking Een wrakingverzoek wordt schriftelijk ingediend en is gemotiveerd. Tijdens een terechtzitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan door de partij of namens haar door de raadsman. In het verzoek moeten alle feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen. 4.4. Wanneer kan een wrakingverzoek worden ingediend? Een wrakingverzoek kan worden ingediend in elke stand van het geding, zodra de wrakinggronden bekend worden. De wet vermeldt niet welke sanctie staat op het later indienen van het verzoek. Ga terug |
|||
| Design: YZE WebDesign | K.v.K. 30.19.00.06 | Disclaimer | |||