Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Jurisprudentie i.v.m. grootouders
<< vorige pagina   
print pagina
 

Hoe kan ik de kosten voor mijn kleinkind betalen?

Jurisprudentie i.v.m. grootouders >>
Als u uw kleinkind als pleegkind verzorgt, zijn er vier mogelijkheden van het gezag:
1) u hebt niet het gezag; het gezag berust bij de ouders of bureau jeugdzorg
2) een van u beiden heeft het gezag
3) u hebt samen het gezag
4) u hebt alleen het gezag omdat u geen partner (meer) hebt.

Waarschijnlijk zult u het gezag willen hebben als bureau jeugdzorg dat nu heeft: u wilt wel van inmenging af. Maar misschien moet u rekenen voordat u het gezag vraagt bij de kinderrechter:
1) zolang het gezag niet bij een van u tweeën berust, krijgt u geen kinderbijslag, maar wel de basisvergoeding pleegzorg en hebt u recht op bijzondere vergoedingen (schoolgeld, leermiddelen, reiskosten voor onderwijs en bijzondere medische kosten).
2) als u een van beiden het gezag hebt gekregen, krijgt u geen kinderbijslag, wel de basisvergoeding pleegzorg, maar hebt u geen recht meer op bijzondere vergoedingen.
3) als u samen het gezag hebt gekregen, krijgt u alleen nog kinderbijslag.
4) als u alleenstaand bent, krijgt u met gezag alleen nog kinderbijslag.
Zolang er dus maar één verzorger is die geen gezag heeft, is er recht op de basisvergoeding.

Op 16 maart 2006 heeft het Hof ’s-Gravenhage de uitspraak gedaan nadat de Staat in hoger beroep was gegaan tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter in Den Haag, dat pleegouder/voogden die recht hebben op de basisvergoeding ook recht hebben op vergoeding van bijzondere kosten.
Als u in deze situatie bent kan het dus de moeite lonen met beroep op deze jurisprudentie de rechter te benaderen.

Een grootouder zonder partner zou moeten proberen de rechter ervan te overtuigen dat in het spoor van deze jurisprudentie zij, als alleenstaande grootouder/pleegouder, recht heeft op pleegvergoeding (basisvergoeding en bijzondere vergoedingen). De omstandigheid dat bijvoorbeeld uw partner is overleden mag toch niet met zich meebrengen dat u, als u het gezag over uw pleegkind hebt, zelfs niet meer in aanmerking komt voor de basisvergoeding. Dit riekt naar discriminatie op grond van burgerlijke staat.
Als u alleenstaand bent, het gezag over uw pleegkind hebt gekregen en alleen van AOW moet rondkomen, valt u wel in het aparte tarief voor alleenstaanden met de zorg voor een minderjarige.

Op 30 november 2007 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die van belang is voor de portemonnee van grootouders/pleegouders
(nr. CO6/138HR; LJN BA8447, JOL 2007, 805, RvdW 2007, 1028)

De zaak gaat om het verschil in financiering enerzijds van een pleegkind onder voogdij van een Bjz, anderzijds onder voogdij van bijvoorbeeld een grootouder.

In beide situaties ontvangt de pleegouder, als er tenminste een pleegcontract is, van de pleegzorgaanbieder een basisvergoeding, waaruit de normale kosten van verzorging en opvoeding moeten worden betaald. Alleen in geval van een justitiële plaatsing (dus een plaatsing na een beslissing van de kinderrechter) kunnen bovendien bijzondere kosten, zoals schoolgeld, leermiddelen, reiskosten ten behoeve van onderwijs, bijzondere medische kosten e.d. gedeclareerd worden bij Bjz.
Woont een kind in vrijwillig kader in een pleeggezin (ook als het kind onder voogdij van een van de pleegouders staat), dan worden deze kosten niet voldaan.

De Hoge Raad zegt in deze zaak het volgende: Een voogd is jegens zijn pupil niet onderhoudsplichtig. De Staat is verplicht te waarborgen dat in de verzorging en opvoeding van de minderjarige wordt voorzien. Daarom moet de Staat, bij gebreke van een andere onderhoudsplichtige, de pleegouder-voogden in financieel opzicht in staat stellen de minderjarige te verzorgen en op te voeden.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de Staat in de situatie waarin een pleegouder de voogdij over de minderjarige heeft overgenomen, voor de minderjarige gemaakte kosten die Bjz voor die tijd aan de pleegouder vergoedde, aan die pleegouder moet vergoeden.
Anders dan ouders die het ouderlijk gezag over hun kind uitoefenen, hoeft de voogd de kosten van opvoeding en verzorging niet te dragen. Dit is anders, als sprake is van gezamenlijke voogdij, dan zijn de beide voogden wel onderhoudsplichtig, net als ouders (op grond van artikel 1:282 / 253w BW).

Voor plaatsing in een pleeggezin wordt een pleegcontract gesloten. Het pleeggezin ontvangt dan een subsidie volgens de ‘Regeling vergoeding pleeggezinnen’. De subsidie bestaat allereerst uit een basisbedrag dat afhangt van de leeftijd van het kind (bedoeld voor de alledaagse kosten). Daarnaast kan aan pleegouders een vergoeding worden uitgekeerd (art. 3 lid 1 en 2 van de Regeling) voor kosten voor schoolgeld, leermiddelen, reiskosten voor onderwijs en bijzondere medische kosten. De kosten van de vergoeding kunnen worden gedeclareerd bij het Bjz dat de voogdij heeft. (Wie met instemming van de voogd een kind ten minste een jaar heeft verzorgd en opgevoed kan de kinderrechter verzoeken hem tot voogd te benoemen.)
Sinds 1 mei 2001 komt een pleegouder-voogd in aanmerking voor een basisvergoeding, en voor een toelage voor gehandicapte kinderen en een bijdrage voor de ziektekosten. De Staatssecretaris van VWS heeft hierover op 1 juli 1999 geschreven aan de Tweede Kamer:
“Omdat in het geval dat een pleegouder de voogdij krijgt over een pleegkind dat hij op basis van een pleegcontract … verzorgde en opvoedde, alleen een verandering in de persoon van de voogd optreedt, menen wij thans dat er geen aanleiding is tot de conclusie dat er geen sprake meer is van jeugdhulpverlening. Immers, het kind kan niet door de ouders zelf worden opgevoed en het kind moet in verband daarmee elders worden verzorgd en opgevoed, … . Het blijft dus gaan om pleegzorg in het kader van de jeugdhulpverlening.
Met de onderhavige regeling wordt beoogd om de financiële belemmeringen voor een pleegouder die de voogdij van een pleegkind op zich wil nemen, op te heffen. … Er blijft wel een relatie met de voorziening voor pleegzorg, maar deze is veel beperkter. De voorziening voor pleegzorg blijft pleegvergoedingen verstrekken op basis van de Regeling vergoeding pleeggezinnen. Ook blijft de voorziening voor pleegzorg bepalen of en welke toeslagen gelden en blijft zij controleren of het kind daadwerkelijk in het gezin van de pleegouder-voogd wordt verzorgd en opgevoed. De mogelijkheid tot begeleiding van de pleegouder-voogd blijft bestaan, maar zal slechts op verzoek van de pleegouder-voogd plaatsvinden. De voorziening voor pleegzorg heeft derhalve nog maar een zeer beperkte taak en verantwoordelijkheid. …”
(Rechtspraak Familierecht februari 2008)

Pleegouders krijgen meer rechten en meer geld
Nieuwsbericht 15-01-2010
Het kabinet wil de rechtspositie van pleegouders verbeteren. Zo mogen hulpverleningsplannen straks alleen worden vastgesteld na overleg met de pleegouders. Ook krijgen zij een hogere pleegvergoeding.
Dat staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad heeft ingestemd.
Rechten pleegouders
Het kabinet wil de rol van pleegouders juridisch versterken:
· Hulpverleningsplannen kunnen alleen worden vastgesteld na overleg met pleegouders.
· Pleegouders krijgen instemmingsrecht over hun eigen rol in de hulpverlening.
· De informatievoorziening aan pleegouders wordt wettelijk vastgelegd.
· Pleegouders krijgen het recht een vertrouwenspersoon in te schakelen bij vragen of problemen met
  bureau jeugdzorg of de pleegzorginstellingen.
· Pleegzorginstellingen moeten pleegouderraden instellen die formele medezeggenschap krijgen.
Hogere pleegvergoeding
Het kabinet wil de vergoeding voor pleegouders in een aantal stappen verhogen met maximaal 1000 euro extra per jaar per kind.

Meer informatie
· Persbericht ministerraad
Persbericht 15-01-2010
Eerder bericht
· Meer geld voor pleegouders
Nieuwsbericht 10-07-2009
Zie ook
· Dossier Pleegzorg (www.Jeugdengezin.nl)

De Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen heeft in Perspektief oktober 2007 ook het probleem van wel of niet pleegvergoeding aangesneden. Hieruit de volgende punten:
Een pleegvergoeding is er alleen bij de enkelvoudige voogdij.
Als er gebruik wordt gemaakt van een persoonsgebonden budget wordt dat niet gekort op de pleegvergoeding.
De pleegvergoeding is een onkostenvergoeding en telt niet mee m.b.t. het inkomen van de pleegouder-voogd.
Als er pleegvergoeding wordt gegeven is er geen kinderbijslag.
Bij studiefinanciering worden de pleegkinderen bij pleegouder-voogden beschouwd als uitwonend, net zo als andere pleegkinderen, en ontvangen dus de hogere studiefinanciering.
Enkelvoudige voogdij kent geen onderhoudsplicht t.a.v. het pleegkind, de gezamenlijke voogdij wel.
Het Hof in Den Haag heeft beslist dat de Staat aansprakelijk is voor de kosten van levensonderhoud en verzorging van kinderen waarvan de ouders uit de ouderlijke macht zijn ontzet. Dat betekent dat de Staat aangespoord wordt om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat pleegouders, dus ook pleegouder-voogden, de noodzakelijke kosten, die zij voor hun pleegkind maken, vergoed krijgen.
Minister Rouvoet heeft in 2007 een voorkeur voor pleegouder-voogdij met volledige facilitering uitgesproken bij een gezagsontnemende maatregel.





Ga terug