Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Actualiteit
<< vorige pagina   
print pagina
 

De oude fouten van de jeugdzorg

Actualiteit >>

Oude fouten van de jeugdzorg

Groot, W.;Maassen Van den Brink, H.
dinsdag 29 juni 2010, 08:53
update: vrijdag 01 juli 2011, 01:27
 
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 
 
16849985.jpg
Wat is er toch met onze kinderen aan de hand? Bijna één op de tien staat op dit moment onder toezicht van een jeugdzorgmedewerker of is onder behandeling van een psycholoog of psychiater. 'Probleemkinderen' zijn van uitzondering haast regel geworden.
 

In 2008 waren er 95.174 kinderen met een indicatie jeugdzorg, 12.970 kinderen met een licht verstandelijke handicap, werden 127.008 kinderen behandeld in de geestelijke gezondheidszorg en waren 3225 kinderen opgenomen in een justitiële jeugdinrichting. Elk jaar nemen deze aantallen met 8% tot 10% toe.

Zes oorzaken

Een werkgroep van de Tweede Kamer heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar de jeugdzorg. In mei publiceerde de werkgroep haar rapport 'Jeugdzorg dichterbij', waarin ze zes oorzaken van de problemen noemt. Om te beginnen wordt afwijkend gedrag steeds minder geaccepteerd. Kinderen die een fikkie stoken of een raam ingooien, kregen vroeger een flinke tik op hun vingers, tegenwoordig komen ze voor de kinderrechter.

De samenleving accepteert ook steeds minder het risico dat het fout gaat. Hierdoor treedt volgens de werkgroep het 'Savannah-effect' op. Hulpverleners leggen de nadruk op verantwoording afleggen en zichzelf indekken en niet op het zoeken naar oplossingen van problemen. Derde oorzaak is ook de opeenstapeling van problemen binnen één gezin zoals alcoholmisbruik, verslaving, werkloosheid, mishandeling en zwakbegaafdheid van de ouders.

Alledaagse opvoedproblemen

Een vierde oorzaak is medicalisering. Het aantal kinderen met ernstige gedrags- en emotionele problemen neemt niet toe, maar voor alledaagse opvoedproblemen wordt steeds vaker professionele hulp ingeroepen. Daar komt bij dat problemen nu wellicht eerder onderkend worden. Tot slot loont het ook om professionele hulp te zoeken. De perverse prikkels in het systeem stimuleren het gebruik van zwaardere vormen van hulp.

Met deze analyse is niets mis. Met de voorgestelde oplossing wel. Je zou zeggen, pak de oorzaken aan. Laten we wat meer van kinderen accepteren, ouders ervan bewust maken dat opgroei- en opvoedproblemen meestal vanzelf voorbijgaan en niet van elk probleem een zorgvraag maken.

Pavlovreactie van het beleidsdenken

Maar nee. De oplossing waar de werkgroep mee komt: reorganiseer de jeugdzorg. De pavlovreactie van het beleidsdenken is in zo'n geval: het moet integraal en decentraal. Preventie, vrijwillige provinciale jeugdzorg, de jeugd-LVG en de jeugd-GGZ moeten bij elkaar gebracht worden.

De uitvoering moet dicht bij de burger. Dus wordt alles naar de gemeente overgeheveld. Maar als het aantal longkankerpatiënten toeneemt, zoeken we de oplossing toch ook niet in een overheveling van oncologen naar de gemeente en samenwerking met gezondheidsvoorlichters? Waarom wel bij de jeugdzorg?

Hoop extra bureaucratie

Je kunt op je vingers natellen wat het effect is van deze voorstellen. Reorganisaties, instellingen die vooral met zichzelf bezig zijn en geen tijd hebben om zorg te verlenen en een hoop extra bureaucratie. Om van dat laatste één voorbeeld te geven. In de provincie Limburg zijn nu zeven ambtenaren verantwoordelijk voor de jeugdzorg.

Als deze overgeheveld wordt naar de gemeente zal elke gemeente hiervoor ten minste één ambtenaar in dienst moeten nemen. Limburg telt 34 gemeenten. De overheveling van provincie naar gemeenten leidt zo tot een vervijfvoudiging van de bureaucratie.

Zelfingenomen toon

In het voorwoord laat de voorzitter van de werkgroep, het PvdA-Tweede Kamerlid Pierre Heijnen, blijken zeer tevreden te zijn. Hij schrijft: 'Ik ben trots op dit rapport. (...) Het zal een minister, wie het ook moge zijn, niet meevallen om beleid en wetgeving te ontwikkelen, dat afwijkt van dit rapport.' Het is te hopen dat een nieuwe minister zich niet laat intimideren door deze zelfingenomen toon en het rapport snel in een diepe la verdwijnt.

Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan UM en Henriette Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan UvA en UM.& nbsp;& nbsp;


Ga terug