Stichting KOG
U bekijkt nu de pagina: Eigen kracht
<< vorige pagina   
print pagina
 

 

Eigen Kracht CentralePostbus 753
8000 AT Zwolle

Bezoekadres
Terborchstraat 1
8011 GD Zwolle
038-422 25 26
info@eigen-kracht.nl
www.eigen-kracht.nl


600e Eigen–kracht conferentie ingezet
Nog geen vier maanden na de 500e conferentie is heden de mijlpaal van de 600e Eigen-kracht conferentie bereikt. Jeugdzorg blijft een beroep doen op het model voor ingrijpende beslissingen. Het uit handen geven van verantwoordelijkheid voor de vraag om hulp en het soort oplossing ligt daar ingewikkeld, maar het lukt op veel plaatsen.
Vanuit andere terreinen van zorg en welzijn groeit de vraag naar conferenties. Lag aanvankelijk de nadruk op jeugdzorg en het werk van MEE, nu gaan ook gemeenten het model gebruiken.‘Wat kunnen Nederlandse gemeenten leren van de Maori’s?’ www.eigen-kracht.nl/artikelen/maori.pdf
Patiëntenorganisatiesmaken ook gebruik van Eigen-kracht conferenties:
Gezinnen die geconfronteerd worden met de gevolgen van een nierdialyse van een kind of van een transplantatie, hebben een zwaar probleem. Dat kunnen zij gelukkig vaak oplossen met hulp van de mensen uit hun directe omgeving. Als dit echter voorkomt in een gezin dat om allerlei redenen kwetsbaar is, kan het probleem extra groot worden met alle risico’s van dien. Het organiseren van een Eigen-kracht conferentie in die situatie blijkt vaak actie te genereren binnen het sociaal netwerk en een goed ondersteuningsplan op te leveren.
De tevredenheid van de gebruikers van een conferentie blijft onverminderd goed. Recent is nieuw onderzoek gepubliceerd, nu in de provincie Gelderland www.eigen-kracht.nl. Daaruit komt opnieuw de grote tevredenheid van burgers naar voren. De deelnemers waarderen de conferentie met een 7.4, en het door henzelf gemaakte plan met een 7.5. De onafhankelijke coördinator krijgt een 8 en van de betrokken professionals zelfs een 8.1. Van de deelnemers aan de conferentie heeft 66% geheel kunnen meewerken en 30% gedeeltelijk.
Arbeidstoeleiding is een nieuw ander nieuw terrein waarop Eigen Kracht op kan worden ingezet. Er is eind vorig jaar op drie plaatsen in Nederland een project gestart om uit te zoeken of, wanneer jongeren rond arbeid tussen wal en schip dreigen te komen, de eigen kracht van de mensen om hen heen kan worden ingezet. Dit project wordt in samenwerking met het NIZW en onderzoeksbureau WESP uitgevoerd. Financiële ondersteuning komt van het VSB-Fonds, het NSVP en de stichting Instituut GAK.
Ook de Herstelconferenties Echt-recht nemen toe. Naar schatting worden er momenteel meer dan 200 conferenties per jaar ingezet bij de verschillende projecten en in het onderwijs in het land. In het afgelopen jaar zijn ook 71 nieuwe coördinatoren opgeleid. De opleiding van februari 2006 is helemaal volgeboekt. Voor de volgende opleiding in juni zie www.echt-recht.nl
Alle-hens conferentie: Vanuit ervaringen met honderden conferenties wordt steeds duidelijker dat burgers, als ze daartoe worden uitgenodigd, heel vaak in staat blijken te zijn hun eigen problemen en conflicten op te lossen. Het gaat er om in een kring met (alle) betrokkenen te bespreken wat er is gebeurd en een plan voor de toekomst maken. Deze nieuwe conferentievorm noemen we ‘Alle-hens conferentie’. Burgers krijgen zo (weer)contact met hun eigen probleem/conflict oplossend vermogen. In een ‘Alle-hens conferentie’kan iedereen komen die een interesse heeft in het maken van een plan of die een bijdrage wil leveren. ‘Alle-hens conferentie’ kan vaak in grotere verbanden, bijv. tussen mensen in een straat of wijk of binnen een organisatie. De eerste ervaringen met dit model zijn zeer positief. Ook deze conferentie heeft een draaiboek. Komende zomer zal op 4 en 5 juni in Zwolle een eerste training georganiseerd worden voor Echt Recht coördinatoren . Voor deelname zie www.echt-recht.nl
De Marie Kamphuis-lezing 2005werd door Eigen Kracht uitgesproken. Deze lezing droeg de titel ‘De slijtvastheid van zelfbeschikking”, en is na te lezen op www.eigen-kracht.nl/artikelen/EKkamphuis.swf De inleiders sloten af met een citaat uit een lezing van prof. dr. W. Mijnhardt op de Zwolse studiedag:
Eigen Kracht is niet aantrekkelijk omdat het exotisch is of van ver komt, maar omdat het de perfecte vertolking is van wat de achttiende-eeuwse burger al als ideaal voor de moderne mens heeft geformuleerd. Die analyse verklaart ook waarom het vaak lijdelijke verzet ertegen, met name in overheidskringen, zo groot is. Eigen Kracht rekent immers definitief af met twee eeuwen interventiestaat en de professionele machinerie die ook na de voltooiing van de burgerlijke emancipatie nog niets aan macht en pretentie heeft ingeboet. Die analyse maakt ten slotte ook duidelijk waarom we Eigen Kracht juist nu nodig hebben. Het is een uitstekende leerweg voor de gesocialiseerde burger die even meende niet meer voor de publieke ruimte verantwoordelijk te zijn. Eigen Kracht verschaft hem een veelzijdige methode om zijn verplichtingen aan de publieke zaak weer te leren herkennen en vervolgens te vervullen.


500e Eigen–kracht conferentie ingezet
Vanaf 2001 worden in Nederland Eigen-kracht conferenties aangeboden. In dat eerste jaar waren het er 21. Nu is dat aantal al vertienvoudigd naar ruim 200 conferenties in 2005. Er is inmiddels al veel ervaring opgedaan met deze benadering van problemen en conflicten. Eigen-kracht conferenties blijken niet alleen goed inzetbaar bij ernstige crises in de jeugdzorg maar ook ter voorkoming daarvan, zoals bijvoorbeeld bij een dreigende vroegtijdige schooluitval.
Het benutten van eigen kracht van de mensen rondom een kind en gezin resulteert meestal in een plan voor actie. Dit plan, dat door de familie wordt gemaakt en gedragen, verbetert ook de samenwerking tussen familie en professional.
Er is ondertussen in Nederland al heel wat onderzoek naar Eigen Kracht gedaan. Deze maand is ook het onderzoek naar de uitkomsten op lange termijn van start gegaan. De resultaten van onderzoek tot nu toe wijzen elke keer in dezelfde richting: er komt actie binnen het gezinssysteem en er is grote tevredenheid bij burgers en professionele betrokkenen.

Oprichting stichting Vrienden van Eigen Kracht
Al enige tijd geleden is het idee ontstaan om een stichting Vrienden van Eigen Kracht op te richten. Voor veel mensen blijkt Eigen Kracht een benadering die aanspreekt en waar zij op enigerlei wijze bij betrokken zouden willen zijn. Hoewel begonnen in de jeugdzorg wordt steeds duidelijker dat eigen kracht op veel meer terreinen ingezet kan worden: binnen reclassering om een plan te maken voor na de detentie, op meerdere plaatsten binnen de gezondheidszorg, in geval van huiselijk geweld. Het eerste project bij MEE is gestart. Feitelijk overal waar, door vertegenwoordigers van instituties plannen gemaakt worden en besluiten genomen die familie raakt, dan wel waar familie en sociaal netwerk geactiveerd kan worden.

Doel
Het doel van de stichting Vrienden van eigen kracht is het werk rond de invoering van de principes van Family Group Conference in Nederland te ondersteunen in de breedste zin van het woord. Daarmee wordt ook een bijdrage geleverd aan de doelstelling van de stichting Eigen-kracht Centrale.
Statutaire doelstelling Eigen-kracht conferentie:
a. het versterken van de sociale structuur in de samenleving door burgers te activeren tot keuzes voor het inrichten van hun leven;
b. het bewaken en waarborgen van de integriteit van het, voor de onder sub a genoemde doelstelling ontwikkelde, model met de naam Eigen-kracht Conferentie;
c. het (doen) bevorderen van de kwaliteit van het model (Eigen-kracht Conferentie) en de uitvoering daarvan;
d. het (doen) organiseren en ondersteunen van Eigen-kracht Conferenties of soortgelijke bijeenkomsten;
e. het verrichten van al hetgeen in de ruimste zin met één en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
De stichting
- heeft een bestuur van minimaal 3 leden, maar kan uitbreiden met meer leden (maximaal?)
- kan commissies in het leven roepen waarvan ook niet bestuursleden deel van kunnen uitmaken
- zal een jaarlijks activiteiten programma opstellen en communiceren met donateurs en de samenleving.
- heeft in ieder geval een bestuurslid die ook lid is van de Raad van Bestuur van de Eigen-kracht Centrale
- kan gebruik maken van administratieve ondersteuning vanuit de Centrale
- verricht al hetgeen in de ruimste zin met één en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Middelen
- kent donateurs die het werk van de stichting daadwerkelijk en/of financieel willen ondersteunen
- kan fondsen verwerven in de breedste zin van het woord om haar doelstelling te verwezenlijken
Actie
Om een en ander op gang te krijgen is het nu van belang enkele kandidaat bestuursleden te vinden die de stichting willen oprichten. Van daaruit kunnen verdere plannen ontwikkeld worden.
Eerste activiteit:
De instelling van de jaarlijkse Maryska Jansen onderscheiding voor een periode van minimaal vijf jaren (2004 – 2009) en de uitreiking van de eerste prijs in 2004 op de studiedag in juni.
24 november 2003
Rob van Pagée

Feiten over Eigen Kracht – Centrum voor herstelgericht werken
Voorgeschiedenis: Draagvlak maken: 1999-2000. Eerste conferentie mei 2001 - totaal 2001: 27 conferenties. In 2002: 67 conferenties. In 2003: 111. Prognose 2004: 290 conferenties
Resultaat:Gemiddeld nemen, volgens onderzoeksbureau WESP, 15,8 leden van de familie en sociaal netwerk deel aan een conferentie. Familie maakt een plan met gemiddeld 17,8 afspraken, waarvan 80% door hen wordt uitgevoerd en 20% voor professionals zijn. Familie brengt eigen hulpbronnen in. Na 3 maanden is ruim 60% van de afspraken uitgevoerd.
Beschikbaar in: Groningen – Friesland – Drenthe – Overijssel – Gelderland – Utrecht – Amsterdam e.o. – Zuid-Holland Noord. Geen wachtlijsten
Participatie organisaties: - Organisaties van hulpaanbieders: 16; - Bureaus Jeugdzorg: 6
- Raad voor de Kinderbescherming: 1; Eigen Kracht wordt ingezet binnen de Jeugdzorg, MEE, Vrouwenopvang (huiselijk geweld), Detentie (ontslagvoorbereiding).
Onafhankelijke Eigen Kracht coördinatoren: 102 opgeleide burgers die als onafhankelijke coördinator conferenties kunnen faciliteren. Daaronder Antilliaanse, Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Nederlandse en Afrikaanse burgers.
Organisatie:Juni 2002: oprichting van de stichting Eigen Kracht Centrale als resultaat van de landelijke ontwikkelgroep. In november 2003 gaat dit op in het ‘Centrum voor herstelgericht werken’, waarin ook opgenomen zijn de ‘Herstelconferenties Echt Recht’. Van deze conferenties tussen dader en slachtoffers en hun familie en sociaal netwerk, zijn er meer dan 250 gehouden. Echt Recht is vooral geïmplementeerd bij de Politie, Slachtofferzorg, Halt, Jeugdinrichtingen en in het onderwijs in Nederland, België en de Nederlandse Antillen. In middels zijn van bovenstaande organisaties 134 coördinatoren beschikbaar in het hele land.
Promotie materiaal: - Algemene informatiefolder Eigen Kracht; - Folder voor familie in 5 talen; Folder voor kinderen in 5 talen; 3 maal per jaar een nieuwsbrief.
- Algemene informatiefolder Echt Recht; - Folder voor iemand die de dupe was van wangedrag; - Folder voor iemand die de gevolgen van zijn wangedrag wil herstellen; - Video: introductie Echt-recht conferentie
Trainingsmateriaal - Handleiding voor Eigen-kracht coördinatoren + trainingshandleiding; - Handleiding voor verwijzers en aanmelders + trainingshandleiding;
Handleiding Echt-recht conferentie + trainershandleiding
Publicaties in Nederlands Tijdschrift voor Jeugdzorg; 0-25; Deviant; Tijdschrift voor Herstelrecht; NRC-Handelsblad, Trouw, Algemeen Dagblad, provinciale pers
Boek - Eigen Kracht (Family Group Conference in Nederland. Van model naar invoering, R. van Pagée (red) Uitgeverij SWP, ISBN: 90 6665 428 7
Onderzoek - 4 deelrapporten uitgevoerd door onderzoeksbureau WESP:- Eigen-kracht conferentie, de eerste ervaringen in Nederland; - Eigen Kracht volgens plan, onderzoek naar plannen en follow-up; - Eigen Kracht en de deelname van kinderen – beschikbaar voorjaar 2004: - Is dit de toekomst van de jeugdzorg? Tevredenheid van deelnemers.
- Echt-recht conferenties in Nederland, de eerste ervaringen, (2002)
Simon Slootenprijs, Eigen Kracht heeft in 2002 deze prijs ontvangen voor het meest vernieuwende project in de jeugdzorg van de Raad voor de Kinderbescherming en VEDIVO
Financiële ondersteuning:- VSB-Fonds; - Stichting Kinderpostzegels Nederland; - Stichting Doen; - Stichting Kinderhulp
Contact: Eigen Kracht - Componistenlaan 55a, 2215 SN Voorhout telefoon 0252-219111,
fax 0252 – 225229 ekc@planet.nl  - www.eigen-kracht.nl  

Eerste Kamer der Staten-Generaal
Leden van de commissie Volksgezondheid Welzijn en Sport
Leden van de commissie voor Justitie
Postbus 20017
2500 EA Den Haag
Voorhout, 12 februari 2004
Betreffende: De positie van de cliënt in de Wet op de jeugdzorg
Geachte leden van de commissie,
Er is reëel uitzicht op invoering van een vernieuwde wet op de Jeugdzorg. Na meer dan een decennium van politieke arbeid zijn de wetgever en ‘het veld’ het daarover eens: het moet er van komen. Maar het gevoel dat tijdige reparatie nodig zal zijn, blijft knagen. Vanuit die achtergrond blijven wij u informeren over de ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk met betrekking tot het versterken van de positie van cliënten van de jeugdzorg.
De Nederlandse jeugdzorg kan beschikken over een besluitvormend middel om veilige plannen in het kader van jeugdbescherming en jeugdhulpverlening te maken. Het model daarvoor heet de ‘Eigen-kracht conferentie’. De resultaten van het onderzoek[1] naar de eerste vijftig in Nederland gehouden conferenties op het terrein van de jeugdzorg stemmen overeen met wat internationaal werd aangetoond: daartoe uitgenodigd door professionele organisaties nemen families hun verantwoordelijkheid en maken veilige plannen.
Terwijl sedert de inzet van het onderzoek het aantal conferenties verviervoudigd is en uit de praktijkverhalen dezelfde trend naar voren blijft komen, staat de jeugdzorg dus voor de vraag ‘Hoe geven wij dit model een plaats in onze (wettelijke) procedures?’
Met ingang van dit jaar hebben enkele provinciale overheden, dat van Overijssel voorop, het initiatief genomen om structureel deze besluitvorming door families in de jeugdzorg in te zetten. Het ministerie van VWS zal dat beleid met onderzoek ondersteunen.
In het kader van de vernieuwde wetgeving is een dergelijke aanpak mogelijk en verantwoord. De huidige experimenten op dit punt in meer dan zes provincies in ons land onderstreept echter de behoefte aan een voortgaande discussie over de verhouding tussen professionele hulpverleners en hun cliënten: burgers die hulp vragen. De wet laat tot nu toe in die verhouding ruimte die de winst van het benutten van eigen kracht van burgers te niet kan doen of onnodig kan beperken. Het gaat daarbij om de positie van de professional als ‘beslisser’ in het zorgstelsel
Van Beek stelt in haar onderzoek vast, dat het geven van kansen aan de eigen kracht van families niet tot de hulpverlening kan worden gerekend: het is een manier van beslissen. Een conferentie met de familie is geen interventie in de zin van professionele hulpverlening, maar een wijze waarop actie en interventies ten behoeve van de jeugdige en het gezin worden voorbereid.
Zowel de grotere cirkel van familieleden rondom de cliënt, als professionele hulpverleners kunnen dank zij de conferentie actief reageren op de voorliggende problemen.
De professionalisering op het terrein van de jeugdzorg krijgt echter automatisch te maken met kritiek die voortkomt uit de manier waarop de overheid met haar burgers omgaat. Professionals zijn daarmee in het defensief geraakt. Door hun ‘beslisserspositie’ roepen zij als het op uitvoering aankomt enerzijds verzet op, anderzijds nonchalance of afnemende betrokkenheid. Beide met groeiende maatschappelijke kosten.
Maar er is naar ons idee meer aan de hand dan ‘het aan de kant duwen van professionals’ door een krachtiger positie van de hulp vragende burger. Op vele terreinen in de samenleving en ook in de jeugdhulpverlening verschuift het accent van interventie door professionals om problemen op te lossen naar een directe activering van burgers om van tijd tot tijd hun koers in het leven te verleggen. In die zin kan professionele kwaliteit van jeugdzorg door die verschuiving aan betekenis winnen.
Redenen om het burgerschap in de relatie met cliënten sterker te waarderen komen uit verschillende hoeken. Van rechtswege bijvoorbeeld. Het is nog altijd opvallend hoe weinig de rechten van het kind, hoewel door Nederland geratificeerd, zijn doorgedrongen in de missie en visie van organisaties voor jeugdzorg. Daarin staat zo duidelijk hoe de verantwoordelijkheid van ouders en familie ligt, dat niet goed valt in te zien waarom organisaties soms blijven spreken over de belangen van een kind alsof het hun eigen ‘troetelkind’ is. Kinderen en ouders hebben zich intussen wel uitgesproken over wat zij belangrijk vinden: informatie, macht en samenhang in het zorgaanbod.
In de tweede plaats ontstaat, met het groeien van de praktische ervaring bij deskundigen, een evenwichtiger beeld over relatie van hulpverleners en cliënten. De specifieke kennis en de kunde van personen in het netwerk ten aanzien van de persoonlijke geschiedenis van een cliënt is vele malen groter dan een professionele hulpverlener ooit zal verwerven. Vooral om in een Eigen-kracht conferentie tot een passende vorm van hulp te komen is de kennis van de familie in combinatie met de professionele ‘kennis en ervaring’ belangrijk. Een criterium voor de disfunctionaliteit van ‘de professional als beslisser’ is de groeiende bureaucratie
In de derde plaats is er een omslag in de kijk op problemen ontstaan. Professionals beschikken in de kern over macht, omdat ‘mijn tekort hun competentie’ is. Daar is in onze samenleving wel wat veranderd. Diagnostische arbeid en therapie zijn de achterliggende verklaringen voor die visie op competentie, maar intussen is heel duidelijk dat de resultaten worden geboekt door degene die de beslissing neemt tot het feitelijk veranderen van de situatie: de cliënt en de familie.
In de vierde plaats past er ook enige bescheidenheid bij de uitvoeringspraktijk van de jeugdzorg. Want op het niveau van een hulpverlenende relatie mankeert er wel het een en ander. Het gaat eigenlijk om veiligheid in de zin van doodgewone continuïteit in het leven van kinderen. Het is elke keer raak, ook Van Beek stelt het weer vast: hulpverleners wisselen in persoon voortdurend en burgers onder elkaar niet of aanzienlijk minder. En de burgers zijn hier meestal familieleden!
En tenslotte een laatste reden. Op allerlei andere terreinen zoals onderwijs, kunst, handel en arbeid en dus ook in de zorg, is de visie op burgerschap aan het veranderen. Dat geldt ook en vooral voor de politiek. De interventies van de samenleving, gericht op de ‘deugdzame burger’ schieten er vaak naast, omdat burgers een andere waardenschaal hebben gekozen. De moreel-pedagogische aanpak van de overheid die bepaalt wie er tot onze nationale gemeenschap behoren, raakt misplaatst in een cultuur waarin de burger over veel kennis beschikt op allerlei terreinen en grote gevoeligheid heeft voor betrokkenheid op mensen die bij zijn identiteit en levensstijl passen.
Tegen de achtergrond van deze vijf tendensen vragen wij om de praktische ervaringen met de groeiende verantwoordelijkheid van burgers te verbinden met de evaluatie van de nieuwe wet na invoering in het komende jaar.
Rob van Pagée
Directeur Eigen Kracht – Centrum voor vraaggericht werken

[1] Van Beek, F, (2003) Is dit de toekomst van de Jeugdzorg? Onderzoek naar de uitkomsten van Eigen-kracht conferentie. Onderzoeksbureau WESP
Adressen Eigen Kracht regiomanager om conferenties aan te melden:
Groningen en Drenthe: Alinda Hegger: 06 51 32 68 40
Friesland: Rolien Tolsma: 058 – 2127772
Overijssel: Marjan Krediet: 06 47030606
Gelderland: Kees Elzinga: 06 1296 7878
Gooi: Annemieke van den Brink
Amsterdam e.o. : Lineke Joanknecht: 020 – 5926522
Zuid-Holland Noord : Hannie van der Horst: 06 204236909

Op 9 januari 2004 hebben twee bestuursleden van KOG een gesprek gevoerd met de heer R. van Pagée, directeur van stichting Op Kleine Schaal en bestuurslid van de Eigen Kracht Centrale. Wij kenden de Nieuwsbrief, de folders en het boek ‘Eigen Kracht, family Group Conference in Nederland, van model naar invoering’; Amsterdam, 2003. ISBN 90 6665428 7.
Het gesprek heeft ons gesterkt in de verwachting dat een ommekeer ten goede van de hele jeugdbescherming hieruit kan voortkomen.
Wat hier volgt zijn citaten uit het boek Eigen Kracht.
Inleiding door Rob van Pagée:
Mijn carrière in de hulpverlening begon als onderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming. Dat werk hield in dat ik … een onderzoek moest doen naar de levenssituatie van een of meer kinderen en daarover een rapport met advies moest uitbrengen. Veel van deze rapporten mondden uit in een voorstel aan de rechter om een wettelijke maatregel te treffen. Soms betekende dat een uithuisplaatsing voor kinderen. …
Wie een doorslaggevende rol speelt bij het nemen van een ernstige beslissing in andermans leven, ervaart in het algemeen hoe zwaarwichtig dat is. Vooral wanneer de consequenties van dat besluit voor rekening van die ander komen. Waarom wil iemand dat werk doen? Los van het feit dat ik zelf bij het begin van mijn loopbaan maar een flauw besef had van de reikwijdte van mijn taken, is het terecht om vast te stellen dat dergelijke beslissingen noodzakelijk zijn. … Hoe betrokken en vakkundig sommige mensen dat ook kunnen, het nemen van beslissingen in andermans leven kan beter vermeden worden zolang families daartoe ook zelf in staat zijn. Het resultaat van een Eigen-kracht conferentie is niet alleen een plan, maar een door de familie gemaakt én gedragen plan.
Dit boek gaat over een wijze van werken, over een model dat zich niet beperkt tot het hulpbehoevende deel van de familie, maar consequent de cirkel van de familie wil vergroten. Het model stelt de familie en het sociale netwerk in staat om de verantwoordelijkheid te houden voor wat er binnen hun kring gebeurt en daar actief in te blijven.
Naast het overdragen van kennis en inspiratie uit het buitenland kunnen we inmiddels ook voldoende schrijven over de in Nederland gehouden conferenties.
Op zoek naar een gewenst draagvlak (J. van Lieshout):
… De aantrekkingskracht van het middel ‘familieraad’ heeft verschillende aspecten.
In de eerste plaats sluit het benutten van ‘de stem’ van de familie of van het netwerk van de cliënt sterk aan bij moderne hulpverleningsinzichten. … De procedures van de familieraad activeren het stellen van een ‘diagnose en een indicatie’ binnen de familie en hebben een directe helende werking, omdat ‘interventies en ingrepen’ op gezag van directe relaties worden ingezet. Daarmee komt deze aanpak tegemoet aan kritiek over hulpverlening zoals bijvoorbeeld door professor Jo Hermanns beschreven is: ‘… er bestaat een enorme afstand tussen hulpverlening en de aanwezige vaardigheden van ouders bij de opvoeding.’
Maar zowel Baartman als Van der Laan brachten op dit punt ook kanttekeningen naar voren. Zij waarschuwden voor de trendy slogan dat hulp ‘vraaggericht’ dient te zijn; zij stelden de feitelijke professionele attitude ter discussie.
In de tweede plaats is de familieraad aantrekkelijk omdat daarmee belangrijke waarden (uit de beginfase van professionele hulpverlening, anno 1950) opnieuw in beeld komen. Het standpunt van waaruit de professie ontstond, klonk toen als volgt:
‘De maatschappij achtte het noodzakelijk de mensen die economisch niet succesvol waren, buiten haar kring te stellen en zij stelde sociale werkers aan om te zorgen dat zij niet werd gehinderd door deze mensen en hun gezinnen’
(M. Kamphuis, 1964, die vervolgens Reynolds, 1938, citeert)
‘Toen het gewoonte werd inwoners van de buurt uit te nodigen mee te doen aan deze besprekingen waren het de vooraanstaanden die daartoe werden uitgenodigd; nimmer de
hulpbehoevende zelf om iets te zijnen behoeve naar voren te brengen. Na de vergadering volgde er een “gesprek ter overreding”, waarbij de maatschappelijk werker probeerde het gezin het opgemaakte plan te doen accepteren.’
De maatschappelijke betekenis van jeugdhulpverlening en reclassering valt in sterke mate samen met de aanname dat het ‘behandelmodel’, steunend op een professionele diagnose en indicatiestelling, soelaas kan bieden. …
De fundamentele verschuiving in de opvattingen komt er volgens Van As op neer dat de instantie die ingrijpt of hulp verleent zich als ‘een verlener van diensten’ opstelt. De betrokkenheid van de familie of het netwerk rondom de cliënt is meestal zo groot dat het effect van de hulp in de vorm van dienstverlening beter gewaarborgd lijkt. Daarmee ontbrandde een discussie over het dragen van verantwoordelijkheid.
‘Verdwijnt de hulpverlener achter het gordijn?’ vroeg De Jong. Of, met de woorden van Baartman: ‘Waar ligt bij het vergroten van de kracht van de cliënt (empowerment) de ‘power’ van de deskundige?’ Hij formuleerde de kritiek als volgt:
‘Vanuit de maatschappelijke betekenis van het (moeten) reageren op gedrag, van mishandelende ouders …, kan de maatschappij geen genoegen nemen met “de deskundige die slechts als uitvoerder” van besluiten van de familieraad functioneert. Professionals verkeren bovendien in een moeilijke positie. … In hun taxatie van het probleem van de cliënt kunnen zij twee fouten maken bij hun veronderstellingen: Ofwel zij menen dat er iets aan de hand is, terwijl er niets mis is. Ofwel zij menen dat er niets aan de hand is, terwijl het ernstig mis is.’
De kern van de professionaliteit is het tegengaan van dergelijke foute taxaties. … Het is een van de moeilijkste opdrachten en het kan volgens Van der Laan en Baartman niet zo zijn dat in die zin de professional slechts een uitvoerder is, ‘’ook al hebben zij met de trits van “screening, diagnose, indicatiestelling, therapie” in feite niet veel in huis, gezien de resultaten van hulpverlening’.
… Jorien Meerdink benadrukte de analyse uit onderzoek van WESP dat een professionele misvorming is ontstaan bij het luisteren naar cliënten: ‘Het doorvragen gebeurt op grond van een indicatie en is in die zin zelfs niet bewust’.
De conclusie kan zijn dat in veel situaties van de huidige hulpverlening eerder van een onderprofessionalisering sprake is voor wat het ‘professional self’ betreft. Dit is een terughoudendheid die niet als kracht van professionaliteit, naar als ‘escape’ op grond van angst voor het maken van fouten: wel of niet ingrijpen – functioneert.

Als het regeringsstandpunt Regie in de Jeugdzorg (1994) volgens plan afgerond wordt, dan is het Bureau Jeugdzorg het meest voor de hand liggende draagvlak voor een werkmodel als ‘de familieraad’. In termen van bewustwording en besluitvorming zou de formele plaats van de familie in een fase van zorgtoewijzing als bedoeld in het overheidsbeleid heel goed passen. Weliswaar zouden daar de ontwikkelingskansen en de financiële steun kunnen liggen, maar op het moment van de discussie hebben de aanwezigen grote twijfels over de betekenis van het Bureau Jeugdzorg voor het invoeren van dit middel.
De situatie in Australië, waar vanaf 1989 bij wet geen zorgtoewijzing mogelijk is zonder dat eerst een Family Group Conference heeft plaats gehad, is vooralsnog in de Nederlandse verhoudingen niet voorstelbaar.
Daar staat tegenover dat de huidige ontwikkeling waarin zorgaanbieders het initiatief hebben genomen om een beslissingsmodel in te voeren, in feite niet past bij hun positie, zo stelde Van As. Hij schetste dat in de huidige praktijk zowel de Bureaus Jeugdzorg als de opnemende voorzieningen in dezelfde verlegenheid verkeren: het ontbreekt allerwegen aan heldere indicaties, zo toonde onderzoek van de Inspectie voor Jeugdhulpverlening aan. Over de volle breedte van het werk ontbreekt het dus aan een kader voor besluitvorming. In die zin ligt een gezamenlijk initiatief voor de hand.

Van der Laan bepleitte een omkering: ‘Wijs de middelen (besluitvorming over de hulp, budget) toe aan de kleinste eenheden (personen), zodat het totale systeem zeer complexe zaken aan zal kunnen.’ Op die manier ontstaat er verantwoordelijkheid aan de basis: bij de ouders die hun eigen mogelijkheden kunnen benutten.
De professionele werkers die daarin aan belang zullen winnen, zijn de ‘frontlinie’-werkers. Deze zijn te vergelijken met een terugkeer van de voormalige bijstandsmaatschappelijk werkers en de werkers van Families First in de jeugdhulpverlening, of de ambulante hulpverleners bij teams die de cliënt opzoeken en vragen: ‘Wat kunnen we voor u doen?’.

Voor welke gezinnen wel, voor welke niet?, dat was de vraag. Uit het gesprek daarover kwam het volgende naar voren:
In de eerste plaats moet de veiligheid van het kind duidelijk en aantoonbaar afgedekt zijn. De conferentie zelf is geheel in handen van de familie: zonder derden. Er moet bovendien zekerheid zijn over de veranderbaarheid van het gezinssysteem: criteria voor veranderbaarheid zijn ruim in literatuur te vinden. De voorkeur gaat uit naar toepassing in situaties met complexe problematiek, waarover een breed draagvlak van familie en kennissen wil meedenken. Dat is belangrijk: het moet wel gaan om opvoedingsproblemen die vereisen dat het netwerk daarvoor bijeen moet komen. En, niet onbelangrijk, vond de groep, is de acceptatie en ruimte voor de positie van een coördinator van buiten het zorgsysteem, liefst vanuit het netwerk.
Aan de kant van de hulpverleners zag de initiatiefgroep ook een profiel. Zowel bij plaatsers als bij zorgverleners gaat het om situaties waarin sprake is van verlegenheid omtrent de keuze (de indicatie) van de hulp. Het kan alleen werken als professionele hulpverleners bereid zijn om de familie en het gezin te erkennen als eigenaars van specifieke kennis en verantwoordelijkheid voor het probleem.
De eerste ervaringen en resultaten (R. van Pagée)
…Conferenties zijn in te zetten in Nederland. Wanneer aan een gezin wordt voorgesteld de familie en het sociale netwerk te betrekken bij de zorgen die er zijn over de omstandigheden waarin kinderen opgroeien, gaan de meeste gezinnen ermee akkoord. Conferenties zijn goed toe te passen in verschillende etniciteiten en culturen die gebruikmaken van of geconfronteerd worden met jeugdzorg. In veel culturen, inclusief de Nederlandse, is deze wijze van beslissingen nemen niet vreemd.
De familie en het sociale netwerk die gevraagd worden om mee te helpen een plan voor de kinderen te maken gaan daar positief mee om. Zij komen met gemiddeld 16.7 deelnemers naar een conferentie. Zij nemen de vraag serieus, delen in de zorg om de kinderen en nemen als familie verantwoordelijkheid voor wat er aan de hand is.

Bijna alle conferenties hebben als resultaat een door de familie gemaakt en gedragen plan. Verwijzers accepteren de plannen die de familie maakt en waarderen die met gemiddeld een 7,8. Ook de waardering van de deelnemers aan de conferentie is goed. Families waarderen de conferenties met een gemiddelde van 7,4 en aan het plan geven zij een 7,9. …
En het laatste woord is aan de gebruikers van Eigen-kracht conferenties vanuit de opmerkingen die zij maakten in de tevredenheidsenquête:
Waren de bedoelingen van Eigen Kracht maar wat meer rechtsgeldig. Een familie komt er meestal wel uit, instanties niet!
Eigen-kracht conferentie is een schot in de roos. Men rekent op de familie. De verantwoordelijkheid afschuiven op de overheid, zou in mijn ogen een afgang zijn. Collectieve betrokkenheid is hiermee gewaarborgd.
De houding van de gezinsvoogd was niet gericht op het behalen van een oplossing. Hij heeft zeer moeizaam zijn medewerking willen verlenen aan het opgestelde plan. Erg teleurstellend en onbegrijpelijk.
Ik denk dat deze familie in de toekomst nog veel steun en hulp nodig heeft, want anders redden ze het niet.
Is dit de toekomst voor de jeugdhulpverlening? Laten we het hopen!

Eigen-kracht conferenties worden gehouden in:
Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Gooi, Amsterdam, Zuid-Holland-Noord.
In voorbereiding is een project in Zeeland.

De landelijk Eigen Kracht-coördinator waar families zich toe kunnen wenden is
Mevrouw Hannie van der Horst, tel. 0172-409776 of per mail ekc@planet.nl.
Meer informatie op www.eigen-kracht.nl.
In de overige gebieden moet men zich maar tot de gedeputeerde wenden om dringend te verzoeken om een Eigen Kracht Conferentie:
Provincie Flevoland, Postbus 55, 8200 AB Lelystad
Stadsgewest Haaglanden, Postbus 66, 2501 CB Den Haag
Provincie Limburg, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht
Provincie Noord-Brabant, Postbus 90151, 5200 MC ’s-Hertogenbosch
Provincie Noord-Holland, Postbus 123, 2000 MD Haarlem
Stadsregio Rotterdam, Postbus 21051, 3001 AB Rotterdam
Provincie Utrecht, Postbus 80300, 3508 TH Utrecht
Provincie Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag
en voor alle zekerheid: Provincie Zeeland, Postbus 6001, 4330 LA Middelburg.

FJR november 2011 meldt: Recent is verschenen het rapport Eigen Kracht-conferenties bij gezinnen in de regio Amsterdam - Wat levert het op? Naar de uitvoering van de plannen is eerder onderzoek gedaan in 2007: De familie aan zet (VU Amsterdam, PI Research en WESP Jeugdzorg). Uit onderzoek van Kalliope Consult en Antropol blijkt dat een ondertoezichtstelling voorkomen kan worden door inzet van familie, vrienden en bekenden. Voor 22 van de 24 kinderen voor wie een ondertoezichtstelling geindiceerd leek, bleek deze maatregel niet meer nodig. De familie maakte met behulp van het sociale netwerk zelf een hulpverleningsplan. De acties die hieruit volgedn konden in 86% van de onderzochte situaties door het eigen netwerk worden uitgevoerd. In het totaal waren 1300 personen betrokken bij dit onderzoek en per conferentie werden er gemiddeld vijftien afspraken gemaakt.
www.eigen-kracht.nl/inhoud/onderzoeksresultaten